Vinisva - Huis van de Gezond-Verstand-Burger

Dossierjournaal

Besteedbaar inkomen

Bruto-inkomen verminderd met de inkomstenbelasting, premies voor inkomensverzekeringen zoals tegen werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid, pensioenpremies en soms ook overdrachten tussen huishoudens (zoals alimentatie).

Bruto-inkomen

Inkomen uit arbeid en vermogen plus uitkeringen uit inkomensverzekeringen (bijvoorbeeld vanwege werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of ouderdom), uitkeringen uit sociale voorzieningen (zoals bijstand), gebonden overdrachten (waaronder huurstoeslag en de tegemoetkoming studiekosten) en ontvangen inkomensoverdrachten (zoals alimentatie van de ex-echtgenoot).

Corporatie

Een vereniging van mensen met dezelfde belangen

Gemiddeld inkomen

Het gemiddelde inkomen wijkt af van het modaal inkomen. Dit omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag). Hierbij zit ook de bevolking niet werkt of geen inkomen geniet. In 2011 was het gemiddeld inkomen 33.500 euro per jaar.

Gestandaardiseerd inkomen

Het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden om de inkomens van verschillende typen huishoudens onderling vergelijkbaar te maken.

Kapitalisme

Het kapitalisme is een economisch systeem dat is gebaseerd op investeringen van geld in de verwachting winst te maken. De productiemiddelen zijn meestal in privaat eigendom van een producent die daarbij veelal gebruikmaakt van loonarbeid om meerwaarde te creëren. Geld en kapitaalaccumulatie hebben hierbij de primaire rol overgenomen van de behoeftebevrediging in het economische proces. Hoewel niet aanwezig in elke vorm van kapitalisme, wordt de vrije markt veelal ook gezien als belangrijk kenmerk. Door de uiteenlopende ideeën die, vaak langs ideologische lijnen, in de tijd zijn ontwikkeld over wat het kapitalisme inhoudt, zijn deze kenmerken echter omstreden.

Mediaan inkomen

In de statistiek is de mediaan het midden van een verdeling of gegevensverzameling; dat wil zeggen dat 50% van de getallen onder de mediaan ligt en 50% erboven.

De modus is binnen een frequentieverdeling de waarde of (waarnemings)klasse met de grootste frequentie, of anders gezegd, de waarde of klasse die het vaakst voorkomt.

Bijvoorbeeld: een klas van vijftien leerlingen doet een proefwerk. De cijfers zijn: 4, 5, 6, 6, 6, 6, 6, 7, 7, 7, 7, 8, 8, 8, 8. Het cijfer 6 komt het meest voor (vijf keer) en dat is dus de modus. (De mediaan is 7, het gemiddelde 6,6.). Modaal is de bijvoeglijke vorm van modus en kennen we bijvoorbeeld van modaal inkomen.

Modaal inkomen

In Nederland gebruikt men het begrip modaal inkomen als referentiepunt voor de bepaling van inkomenseffecten van maatregelen door de overheid.

Neoliberalisme

Het streven naar een gereguleerde markt, waarbij marktinvloeden gecombineerd worden met overheidsinvloeden. Hiermee onderscheidde het neoliberalisme zich van het klassiek-liberalisme dat minimale overheidsinvloed beoogt en het socialisme dat méér overheidsinvloed nastreeft. Oorspronkelijk werd het neoliberalisme derhalve geplaatst tussen het socialisme en het klassiek-liberalisme.

Quartaire sector

De quartaire sector omvat de niet-commerciële dienstverlening. Daarbij gaat het om diensten als openbaar bestuur, defensie, onderwijs, zorg, openbare orde en sociale zekerheid. Deze diensten zijn vooral gericht op het welzijn van de burger, maar faciliteren ook het goed kunnen functioneren van de marktsector. In de quartaire sector vallen zowel de overheidsdiensten als de door de overheid deels of geheel gesubsidieerde diensten. Voorbeelden zijn ziekenhuizen, verpleeghuizen, brandweer, justitie, defensie, sociaal werk, cultuursector, wetenschapssector en scholen. De quartaire sector omvatte in 2000 in Nederland 36 procent van het bruto binnenlands product en bood aan 2,3 miljoen mensen werk. De Nederlandse quartaire sector werd in 2000 voor 61% gefinancierd uit collectieve middelen.

Return on Investment

De Engelse term return on investment geeft het rendement op de investering aan. Indien een investering verlies oplevert dan is de R.O.I. een negatief getal. De R.O.I. van een geheel bedrijf kan men berekenen door de nettowinst te delen door de boekwaarde van de totale activa. De R.O.I. van een deelproject kan men berekenen door de specifieke opbrengst voor een project te delen door de specifieke investering.

Shareholder value

Een zakelijke term, soms ook aangeduid als shareholder value maximization of shareholder value model, die de mate van bedrijfssucces (met name winst) vertaalt in de verrijking van de aandeelhouders. Populair geworden vanaf de jaren ’80.

Mijn hele leven maak ik me al druk over ‘ontwikkelingen in de wereld’. Zo vond ik het nu tijd worden wat zaken op een rij te krijgen over de (on)mogelijkheden van invoering van het basisinkomen. De urgentie tot draconische maatregelen neemt toe en de buzz wordt immer luider. Ik wil wel eens weten wat de stand van zaken is.

Samen met het kanteldenken van Jan Rotmans“We leven niet in een tijdperk van verandering maar in een verandering van tijdperk” – leveren termen als basisinkomen, corporatie en de-neoliberalisering zeer interessante stof tot nadenken over nieuwe economische en maatschappelijke modellen.

Ik ben een gewone burger met gezond verstand. Althans dat probeer ik mezelf steeds voor te houden op deze ontdekkingsreis. De tocht begint met een aantal globale verkennings-manoeuvres. In relatief korte tijd is een aantal definities met betrekking tot het basisinkomen en de mogelijke onderbouwingen tot invoer hiervan verzameld. Het wordt hier en daar aangevuld met persoonlijke indrukken. Opnieuw het wiel uitvinden is niet effectief. Er is al het een en ander gezegd en vastgelegd, zowel in de jaren ’70 als de laatste jaren. In deze fase van quick scan, maar ook in latere bijdragen, wordt allerlei bronmateriaal geïntegreerd in mijn documentatie, met zoveel mogelijk verwijzing naar het origineel.

Blijkbaar komt het onderwerp basisinkomen ter sprake in tijden van crisis. Dat is eigenlijk jammer, want ik zie het basisinkomen in een veel bredere context dan een exclusief economisch model met slechts 2 elementen: geld en arbeid. Nee, het is veel meer dan dat, het maakt deel uit van een totale ‘wende’, waarin het (hyper)kapitalisme wordt beteugeld, inkomensongelijkheid wordt aangepakt, duurzaamheid wordt geïntegreerd, sociale verhoudingen worden rechtgetrokken en nog veel meer. Een nieuwe dageraad, aurora, dient zich aan. Een aantal fouten uit het verleden wordt hersteld en problemen van nu worden opgelost.

Met mijn bijdragen mik ik op manifeste én latente friskijkers en dwarsdenkers (Jan Rotmans), collega-gezond-verstand-burgers en alle mensen die smachten naar een nieuw tijdperk van Verlichting.

Ten slotte een praktische aanwijzing voor het gebruik van deze documentatie. Er is een duidelijke keuze gemaakt. Actualisatie, tijdsbesteding, voortschrijdend inzicht, ruimte voor bijstelling en discours zijn genoeg redenen om niet over lange tijd aan één boek te werken, maar de bevindingen in delen vast te leggen en een losse bijlage te gebruiken.

Aan het einde van de reeks Het Basisinkomen - feiten en cijfers, fictie en werkelijkheid zal worden bekeken of het geheel in één boek kan worden samengebundeld.

Ter voorbereiding op mijn boek De Derde Verlichting of ter naslag is het boek over de menselijke evolutie Sapiens: A Brief History of Humanity (2014; Een kleine geschiedenis van de mensheid, 2017) van Yuval Noah Harari een regelrechte aanrader. Recentelijk verscheen ook Age of Anger (Tijd van Woede), een zeer interessant boek over het hoe en waarom van de chaos in de wereld, geschreven door Pankaj Mishra. Beide uitgaven wil ik in alle onbescheidenheid bestempelen als perfecte prequels of sequels op mijn manifest. Harari beschrijft in zeer toegankelijke taal de menselijke evolutie en waar Mishra de angst en chaos van de huidige wereld duidt, probeer ik als obideoloog de toekomst ná het heden in te vullen: herinrichting van de maatschappij (mede) op basis van het basisinkomen (OBi) is de sleutel tot de oplossing voor de meeste, zo niet álle problemen.

Sapiens: A Brief History of Humanity
Age Of Anger

Gewoon nieuws  02-10-2012

Beleidsmakers, economen en diverse ‘denktanks’ van over de hele wereld buigen zich massaal over de economische problemen waarin de wereld thans verkeert. De mensheid is aangeland op een keerpunt in de geschiedenis. Alle specialisten zijn ervan overtuigd dat er iets zal moeten gaan gebeuren om de enorme financiële en maatschappelijke problemen waarin we ons nu bevinden het hoofd te kunnen bieden. Een van de onderwerpen waarover veel gediscussieerd wordt is de invoering van het recht op een basisinkomen voor iedereen, jong en oud, of je nou werkt of niet. In eerste instantie zou je denken: “Dat kan niet waar zijn, wie zou dat moeten betalen”? Toch strookt dit kennelijk niet met de werkelijkheid. Tal van studies hebben aangetoond dat zo’n basisinkomen tamelijk eenvoudig te financieren is. Het is zelfs zo dat het gegarandeerde basisinkomen als ‘bijwerking’ zal hebben dat de thans in moeilijkheden verkerende economie op een duurzame en verantwoorde wijze weer vlotgetrokken kan worden.

Oud topman Rabobank

Herman Wijffels, oud topman van de Rabobank, is ooit toegetreden tot het comité van aanbeveling voor het BIEN-congres (Basic Income Earth Network) en verklaart nog steeds sympathiek te staan ten opzichte van een basisinkomen. Herman Wijffels is hoogleraar Duurzaamheid en Maatschappelijke Verandering aan de Universiteit van Utrecht. Hij pleit voor een serieuze verandering van het Nederlandse politieke stelsel. Ook hij is van mening dat een financiering voor het basisinkomen met een beetje goede wil redelijk eenvoudig is te realiseren. Als oud-bankier zal hij dus wel weten waar hij het over heeft. Veel kans dat het basisinkomen op korte termijn ingevoerd zal worden is er volgens Wijffels echter niet. De huidige opvattingen over arbeid staan lijnrecht tegenover  het idee van een gegarandeerd basisinkomen. Er heerst nog teveel de achterhaalde gedachte “wie niet werkt zal niet eten”. Opvattingen over rechtvaardigheid verzetten zich tegen een basisinkomen en velen vinden het een zinloos uitdelen van geld omdat het ook aan de rijkeren verstrekt wordt.

Economie ten dienste van de mens

De economie zou ten dienste van de mens moeten worden gesteld en niet zoals nu het geval is, dat de mens er is om de economie te dienen. De snelheid waarmee momenteel economische activiteiten worden geautomatiseerd dwingt de mensheid tot een totale herziening van de arbeidsverhoudingen en de verdeling ervan. Steeds meer robots nemen complete productieprocessen uit handen van arbeiders, waardoor deze overbodig worden en werkloos raken. De automatisering van arbeidshandelingen is een onomkeerbaar, zichzelf versnellend proces en zal in rap tempo steeds meer werklozen veroorzaken. Dat in de toekomst het sociaaleconomische bestel op de schop moet en een grondige revisie moet ondergaan lijkt onvermijdelijk. Wil men voorkomen dat er in de zéér nabije toekomst wereldwijd massale onlusten zullen uitbreken, dan moet er met de meeste spoed een revolutionaire herverdeling van macht en kapitaal tot stand worden gebracht. Het kan niet zo zijn dat een handjevol bankiers en multinationals als enigen het volledige financiële profijt van de automatiseringsprocessen naar zich toe kunnen trekken en de overige bevolking met lege handen werkloos achterlaat. Ook zij zullen overstag moeten gaan omdat zij geen baat hebben bij een almaar groeiende wereldbevolking die geen cent te makken heeft. Een gegarandeerd basisinkomen voor iedere wereldburger zou een belangrijke stap in de goede richting zijn, zeker omdat tal van onderzoeken hebben uitgewezen dat dit redelijk eenvoudig is te realiseren. Het argument dat de mens in luiheid zal vervallen en geen werkzaamheden meer zou willen verrichten is ook onderzocht, waarbij men tot de conclusie kwam dat de mens, juist door het ontvangen van een basisinkomen, meer gemotiveerd zou zijn om te werken dan in het huidige systeem. Omdat de basisbehoeften zoals eten, drinken en wonen worden gedekt door het basisinkomen, werk je feitelijk voor de extra’s in het leven. Dat is een stuk plezieriger en zal zorgen voor een ongekende wereldwijde economische opleving, mits duurzaamheid en het voorkomen van verspilling niet uit het oog wordt verloren.

 
  • Welke religieuze, staatsrechtelijke en politieke keuzes maken we?
  • Is er een einde aan economische groei?
  • Worden banken opgesplitst en komt er een depositobank?
  • Wat doen we met geld, vermogen en aandelen? 
  • Welk rol speelt geluksbeleving in het maatschappelijk leven?
  • Hoe richten we de deeleconomie in?
  • Komt er een belastingherziening met een rechtvaardige verdeling van lasten?
  • Wanneer en hoe voeren we het onvoorwaardelijk basisinkomen in?
  • Wat verwachten we van onze toekomst als mensheid?
  • Wat doet de technologische vooruitgang met ons?
  • Hoe organiseren we ons, van lokaal tot wereldwijd?
  • Wie moet de baas zijn over onze infrastructuur?
  • Koesteren we onze biotoop met de meeste zorg?
  • Gaan we een OBi-Unie oprichten?
  • et cetera

Door dit soort vragen te stellen, antwoorden proberen te formuleren en erover te discussiëren met anderen kunt u ook flink bijdragen aan een voorspoedige Derde Verlichting. Vele offers moeten worden gebracht en voor sommigen zal verandering gepaard gaan met pijn. Ook een zekerheid is dat we het gezamenlijk zullen moeten doen.

Alle verbeelding van alle mensen bundelen, dát is de core gedachte achter Vinisva. Ga ik het zelf nog meemaken? Ik ben bang van niet, maar een begin moet worden gemaakt. Het is een generatie-overkoepelende activiteit, gebouwd op het idee van holisme en centennial denken. ‘Alles hangt met alles samen’.

De Derde Verlichting (ofwel het resultaat van de Vinisva Doctrine en in eerste instantie Nieuwe Verlichting genoemd) is volgens mij de vlag die de lading goed dekt: een bundeling van bestaande en nieuwe ideeén om te komen tot een nieuwe, Derde Verlichting. Naast het hoofdwerk is er de Derde Verlichting - in stappen, een praktische en genummerde handleiding voor noodzakelijke hervormingen. Kortom: De Derde Verlichting is het ultieme voer voor denkers, praters én doeners!

Hans Geurts
April 2016


Wijziging per 01-09-2017

Tijdelijk zijn proefexemplaren te lezen van De Derde Verlichting. Download de ZIP-file.

Wijziging per 14-08-2017

Zowel het manifest zelf, De Derde Verlichting, als de De Derde Verlichting - in stappen (de puntsgewijze samenvatting) zijn in een vergevorderd stadium terechtgekomen. Momenteel worden de laatste nuances aangebracht en is een zoektocht naar de meest geschikte weg naar publicatie gaande.

Wijziging per 05-11-2016

Er steekt heel wat tijd en energie in het verzamelen van informatie en het bouwen aan documentatie. Copyright is sowieso van kracht op alle informatie op deze website (zie disclaimer), maar daarenboven wil ik toch wel graag weten of en door wie mijn breinkronkels ter kennis worden genomen. Downloads zijn voortaan gesplitst in beperkte, vrij beschikbare documenten en uitgebreide versies voor geregistreerde gebruikers, of via een verzoek per mail. Doe mee of neem contact op bij interesse.


We zijn aan het einde gekomen van de verkenningsfase. Waarschijnlijk het makkelijkste deel van de queeste, maar het levert genoeg aansporing om dieper de jungle in te trekken. De komende tijd ga ik proberen het gebied in kaart te brengen en duik ik in de details. Ik meld mij graag weer met de volgende stap in de reeks Basisinkomen – Feiten, fabels en fictie.

Ondertussen kunt u mij bereiken via de contactgegevens die vermeld staan onder de kop Over de schrijver. Alle opmerkingen, vragen en bijdragen zijn welkom.

  1. De EU/CBS OBi norm bedraagt € 1.420 per maand. Hoewel voor- en tegenstanders altijd argumenten zullen vinden is dit op dit moment een behoorlijk reëel uitgangspunt. Over de gekozen financiering, en dan met name de aannames hierin, ben ik echter veel minder tevreden. Ik mag dan van linkse signatuur zijn, maar ik ben toch meer realist dan idealist. In alle gevallen moet je reële plannen maken, met reële cijfers en uitgangspunten. Ik wil een betere en vooral bredere onderbouwing zien voor de financiering van een basisinkomen.
  1. Nederlanders praten veel, maar zeggen weinig. Zeker niet als het gaat over geld en problemen. Ook ik ga hier niet publiekelijk met de billen bloot, maar u mag mij er altijd persoonlijk op aanspreken en navragen. Ik durf vast te stellen dat een OBi van € 900 per persoon een te lage instap is, zolang aan de kostenkant geen significante verlagingen worden doorgevoerd.
  1. Ik kan het nog niet inschatten, maar misschien moet er differentiatie worden aangebracht voor alleenstaanden en 2-of-meer-samenwoners. Een groot deel van de vaste lasten zijn namelijk gelijk op één woonadres. Kan misschien in de vorm van een ‘woontoeslag’?
  1. De behoorlijk rommelige website Basisinkomen voor dummies geeft op één webpagina een hoop cijfers en uitgangspunten. Aan het einde lijkt een OBi van € 1.011 haalbaar. O.a. door de standaard inzet om sociale uitkeringen weg te cijferen, en daarnaast een BTW verhoging naar 50% en flinke verhogingen van vennootschaps- en dividendbelasting en de introductie van een banken-belasting. Na wat extra cijfergegoochel rekent men uiteindelijk naar de EU/CBS OBi norm toe. Het zal beter moeten …
  1. Er dient een flinke wissel te worden getrokken op de ideeën over bedrijfsvoering- en doelstellingen. Winstmaximalisatie nee, continuïteit en zorg voor de organisatie ja. Er is sprake van een intrinsieke drive bij ondernemers om zoveel mogelijk winst te maken. Je moet maar afwachten of ze kostenverlagingen willen doorrekenen in hun prijsstelling.

Zonder aanvullende regelgeving waag ik het sterk te betwijfelen. Neem nou de horeca als kort-door-de-bocht voorbeeld. Bij de invoering van de Euro bleven de tarieven gelijk en werd slechts het valutateken veranderd.

  1. Banken moeten terug in hun hok en alleen maar nuts wezen. Politiek en bedrijfsleven – zijn toch ook gewoon mensen, met kinderen en (achter)kleinkinderen ... – zullen moeten kantelen in hun beleid en doelstellingen. Bij het woord ‘banken’ schiet me meteen nog een onderzoeksterrein te binnen. Wat te denken van geldcreatie? De VS mogen dollars bijdrukken als ze tekort komen. Geld is digitale transactie geworden. Wat is de waarde van geld? Wat zijn de alternatieven?
  1. De financiering van Obi geschiedt volgens de gevonden informatie grofweg via 2 wegen:
  • Kostenbesparingen
    • Sociale uitkeringen vervallen
    • Vermindering van overheidsuitgaven (personeel, onroerend goed, middelen)
  • Belastingherziening
    • Belastingvrije som afschaffen
    • Belastingheffing (vennootschap, BTW, vermogen)

Het ziet er naar uit dat dit pakket verre van toereikend zal zijn om de OBi te financieren. Hiervoor dient royaal aandacht te zijn in het vervolg van het onderzoek.

  1. In tegenstelling tot het zogenaamde ‘belastingplan’ (lees: bezuinigingen met douceurtje) van kabinet Rutte II dient een échte, grondige belastingherziening te worden doorgevoerd. Enkele voorstellen voor de vuist weg:
  • Afschaffing belastingvrije som c.q. heffingskorting.
  • Verhoging van de vermogensbelasting.
  • Een maatregel als afschaffing/beperking van de hypotheekaftrek levert een enorme besparing op. Volgens deze informatie kan het oplopen tot 10 miljard per jaar!
  • Wat een nog in te voeren accijns op vet en suiker kan opleveren is me (nog) niet duidelijk, maar dat ook dit in de miljarden kan lopen, neem ik wel aan.
  • Naast alle mogelijke ‘vervuilersbelasting’ (o.a. CO2) vervuilers en criminelen zelf laten opdraaien voor kosten die nu door de overheid moeten worden betaald.
  • Maximale winstbelasting. Met name bestuurders en aandeelhouders zijn gediend met oneigenlijke/onbedoelde bedrijfsvoering (overnames?). Resultaat van een bedrijf wordt afgetopt in een maximaal percentage van de omzet. Alles daarboven wordt zeer progressief belast. Met in het achterhoofd het basale economische principe dat winst het resultaat is van omzet minus kosten, worden organisaties gedwongen meer te investeren in de continuïteit van de eigen toko en ontwikkeling van mensen en middelen (= vóór winstberekening). Kortom: een win-win-win situatie!
  • Hoofdelijke aansprakelijkheid voor álle bestuurders, zowel in het private als publieke domein. Persoonlijke bescherming in rechtsvormen wordt afgeschaft.
  • Gedogen is een typisch Nederlands fenomeen, maar brengt ons telkens weer in verwarring. Voorbeeld: hennepteelt. Waarom krijgen we die achterdeur van de coffeeshops niet geregeld? Zelfs de puriteinse VS haalt ons links (!?) in. Als was gekozen voor gecontroleerde hennepproductie door de Staat zelf, met een flinke accijns erop, dan was veel ellende bespaard gebleven en waren er tegelijkertijd aardig wat inkomsten geweest. Geschikt voor export zelfs? Misschien dat we met een flinke inhaalslag alsnog een prima OBi financieringsbron kunnen aanboren?
  1. De ingebakken arbeidsethos en het rond krijgen van de financiering vormen een groot struikelblok en een stevige stok voor de critici. Een belangrijke winst komt waarschijnlijk uit de effecten van invoering, en dat is lastiger zo niet onmogelijk om vooraf te bepalen. Soms moet je gewoon andere schoenen aantrekken om te merken dat dat makkelijker loopt.

Je kunt je best voorstellen dat op een aantal vlakken prijzen (flink) omlaag kunnen omdat productiekosten flink (zouden moeten) dalen. Doordat mensen hun inkomen anders gaan besteden (bijvoorbeeld delen i.p.v. kopen) wordt de marktvraag significant lager. Heeft elk gezin, laat staan consument, nou een cirkelzaag nodig?

  1. Een stevig minpunt in de tot nu toe verkende stappenplannen is een voorgestelde BTW verhoging van 25% of zelfs 50%. We moeten daarbij bedenken dat er geen loonbelasting meer wordt geheven, waardoor producten en diensten stukken goedkoper kunnen worden aangeboden. Dat is schier onmogelijk, want men vergeet voor het gemak maar even dat er meer consumptieve goederen buiten Nederland dan hier ter plekke worden geproduceerd.

Hoe (on)realistisch zijn de overige belastingverhogingen? Je bent immers flink afhankelijk van (grote, multinationale) commerciële bedrijven, die ieder hun eigen plan trekken om winst en shareholder value te maximaliseren. Met dollar- of euro tekens worden aandeelhouders gehypnotiseerd en kun je verder je gang gaan. Ten eerste valt dus weinig tot niets af te dwingen en ten tweede is het naïef te denken de weerstand uit bedrijfsleven en financiële sector te kunnen breken, laat staan overwinnen.

  1. De Grexit kwestie speelt op de achtergrond terwijl ik dit schrijf. Als een land al ooit de mogelijkheid had om zonder staatsgreep of bloedige revolutie een nieuwe koers te kiezen dan is het wel Griekenland! Met een flink mandaat van de kiezer kan de linkse regering flinke stappen zetten op weg naar een Nieuwe Verlichting. Ik verwacht echter dat de invloed van “de economie” (nog) te sterk is om zo gedurfd te werk te gaan.

Als je bedenkt dat we met zijn allen waarschijnlijk 4 keer failliet zijn als we alle rekeningen stantepede wereldwijd met elkaar zouden vereffenen, dan ziet de nabije toekomst er nog grimmiger uit. We leven veel te ver boven onze stand en groei-denken is een persistente illusie. Kijk voor de aardigheid eens naar de actuele schuldenstand van diverse landen.

Denken over Links  29-01-2015

Het basisinkomen: redding van de verzorgingsstaat... of een neoliberale valkuil? Het basisinkomen bestrijdt symptomen, niet de oorzaak van de problemen van de verzorgingsstaat, omdat het is gebaseerd op een verkeerde neoliberale analyse. Volgens Michel Verbeek is het antwoord overduidelijk: ‘Ja het is een neoliberale valkuil’.

Terug van weggeweest

De eerste keer dat ik van het basisinkomen hoorde was eind jaren zeventig. Het sprak me toen als arme student wel aan. Daarna verdween het voor lange tijd uit beeld tot de redactie van Sargasso me in juni 2013 vroeg om wat modellen voor een basisinkomen door te rekenen. Ik ben daar zonder vooringenomenheid aan begonnen, maar ben toch tot de conclusie gekomen dat een universeel en onvoorwaardelijk basisinkomen [1] niet zo’n goed idee is. Het basisinkomen is nu weer helemaal terug in de media. Vorig jaar besteedde de VPRO documentaireserie Tegenlicht er een aflevering aan. Rutger Bregman schreef er voor de Correspondent een enthousiast verhaal over. Zelfs in het bolwerk van financiële degelijkheid, het Financieel Dagblad, lees ik artikelen van voorstanders als Kim Putters en Marcel Canoy. Er zijn natuurlijk ook tegengeluiden, zoals Thomas Colignatus die al jarenlang waarschuwt dat de voorstellen niet goed economisch onderbouwd zijn. Op Sargasso is door Paul Teule en ondergetekende af en toe aandacht besteed aan problemen van het basisinkomen. De meest grondige kritiek is in het Duits verschenen: Irrweg Grundeinkommen [2].

Dat het nu weer zo populair is, komt waarschijnlijk doordat het - net als in de jaren zeventig - slecht gaat met de economie. De crisis die 2008 begon, wil maar niet overgaan. Veel mensen zijn ervan overtuigd dat er fundamentele fouten zitten in de verzorgingsstaat.

De oplossing van het basisinkomen

In Tegenlicht wordt een somber toekomstbeeld geschetst, gebaseerd op de aanname dat de verzorgingsstaat wordt ondermijnd door automatisering. Automatisering maakt steeds meer werk overbodig. ‘We kunnen dit niet aan de markt overlaten,’ stelt Ron Hinkel, leider van het Mincome project.

De oplossing is invoering van het basisinkomen, zodat iedereen genoeg geld heeft om de dingen te kopen die de economie produceert, ook als er niet genoeg banen zijn voor iedereen. De oplossing van het basisinkomen heeft de schoonheid van eenvoud. We kunnen het complexe systeem van de verzorgingsstaat vervangen door één uitkering, die hoog genoeg is om van te leven. Aan de uitkering worden geen voorwaarden gesteld waardoor de uitkeringsbureaucratie kan worden afgeschaft. De kritiek dat mensen dan minder gaan werken wordt afgewezen als calvinistisch en onnodig pessimistisch. Uit experimenten zoals het Mincome project is gebleken dat mensen het geld goed besteden.

‘Gratis geld’ noemt Rutger Bregman het, die een grote gave heeft voor het woord en hiermee goed aangeeft hoe radicaal het idee is.

Kosten rondpompen

De belangrijkste vraag, waar niemand omheen kan, is of het betaalbaar is. Een voorwaarde voor het basisinkomen is dat het een reëel alternatief is voor het huidige stelsel. Dat betekent dat het een bestaan boven de armoedegrens moet garanderen [3]. Het is niet moeilijk om enkele ruwe berekeningen te maken en ik heb dat zelf ook gedaan voor Sargasso. Deze berekeningen laten niet zien wat de gevolgen zijn voor de economie (ik kom hier straks uitgebreid op terug), maar wel dat het een kostbaar plan is.

Kern van het kostenprobleem is dat meer belasting moet worden geheven over een steeds kleiner ‘belastbaar inkomen’, namelijk dat deel van de gezamenlijke inkomens die door betaalde arbeid worden verdiend. Bovendien kost het meer dan het oude systeem. Dat het duurder is, is ook logisch: anders dan nu wordt geld uitgekeerd aan iedereen, of hij of zij het nodig heeft of niet. Alles bij elkaar zal de belastingdruk hierdoor flink omhoog gaan.

Het vreemdste argument dat voorstanders van het basisinkomen in stelling brengen is daarom dat het een einde maakt aan het zinloos rondpompen van geld. Canoy doet dat in Tegenlicht en Robin Fransman op FTM. Dit is vreemd omdat het nodeloos rondpompen van geld de essentie is van het basisinkomen. Want iedereen, ook de netto belastingbetaler, krijgt een basisinkomen, dat hij of zij direct weer terug moet betalen aan de belastingdienst.

De experimenten

Voorstanders van het basisinkomen pleiten voor experimenten waarin wordt onderzocht wat de effecten ervan zijn. Zij putten hoop uit eerder uitgevoerde experimenten, zoals het Mincome project, die laten zien dat ‘gratis geld’ niet betekent dat mensen minder gaan werken. Iedereen die betrokken was bij het Mincome project is heel positief over die ervaring. Uitkeringsontvangers gooien het geld niet over de balk maar gebruiken het voor studie, of een investering in het eigen bedrijf.

Tegenlicht laat ook Ron Hinkel, de leider van het project, aan het woord. Hij beschrijft wat het doel was van het experiment: onderzoeken wat het effect is op mensen van welfare (sociale voorzieningen). Zij wilden aantonen dat de veronderstelling van conservatieven, dat mensen door hulp in een welfare trap komen, niet klopt.

Wat het Mincome project laat zien is dat dat rechtse verhaal over de welfare trap niet klopt. Mensen die geholpen worden, hebben daar baat bij, ook als daar geen voorwaarden aan verbonden worden. Dat is wat het Mincome project aantoont, niet minder, maar ook niet meer.

Instabiliteit

Wat het experiment niet laat zien, is wat de gevolgen zullen zijn voor een grote en open economie. Dat kan ook niet, want alle experimenten waar ik van hoor, worden gedaan in kleine geïsoleerde gemeenschappen. Ook in Tegenlicht wordt voorgesteld om een experiment op Schiermonnikoog te doen. Echte waaghalzen hadden Amsterdam voorgesteld. Want dat een basisinkomen in grote gevolgen zal hebben voor de economie is zonder meer duidelijk. Als aan iedereen een basisinkomen wordt verstrekt, zal de keuze om wel of niet te gaan werken veranderen.

Dit heeft gevolgen voor de arbeidsparticipatie. Werkende moeders zullen er voor kiezen om voor de kinderen te gaan zorgen. Ook aan de betalende kant is er een effect: omdat de belasting hoger wordt, levert extra werk minder netto loon op waardoor de arbeidsparticipatie zal afnemen.

Daarbij komt dat het aanbod van personeel zal veranderen. Het zal moeilijker worden om mensen te vinden voor slecht betaald en ongeschoold werk. Dit is zelfs een expliciet doel is van voorstanders: niemand mag gedwongen worden om vies of zwaar werk te doen.

De enige manier om mensen hiervoor te krijgen is, door meer te betalen. Door de hogere kosten zal de daardoor de vraag naar ongeschoold werk afnemen. Veel mensen zullen laaggeschoold werk zelf gaan doen: ‘de boekhouder kan ’s morgens de prullenbakken wel legen’. Steeds minder werk wordt in loondienst verricht om de belasting te ontwijken en zwartwerk zal toenemen [4]. Het gevolg hiervan is dat de basis waarover belasting wordt gegeven steeds kleiner zal worden, wat dit effect nog zal versterken. Zo ontstaat een negatieve vicieuze cirkel.

Daarom leidt het basisinkomen tot een inherent instabiel systeem dat op den duur zal bezwijken . Dit zal er dan waarschijnlijk toe leiden dat het basisinkomen tot ver onder het armoedeniveau wordt verlaagd. Dan zijn we veel slechter af dan nu.

Verzorgingsstaat verouderd?

Het is tegenwoordig mode om te zeggen dat verzorgingsstaat verouderd is. [5]. Dit argument heb ik nooit goed begrepen. Zeker, toen de eerste verzorgingsstaat werd ingevoerd (in 1870, onder Bismarck) waren de omstandigheden anders. Ook in de hoogtijdagen van de verzorgingsstaat, de jaren vijftig en zestig, zat de maatschappij anders in elkaar dan nu. Maar dat iets een lange traditie heeft wil nog niet zeggen dat het niet aangepast kan worden aan de tijd. Democratie is toch ook niet verouderd omdat het al tweeënhalf duizend jaar oud is? De redenen die worden genoemd voor de veroudering zijn of niet relevant of waren ook eerder al van toepassing. Het feit dat er vroeger één kostwinner was, is geen essentieel onderdeel van de verzorgingsstaat.

Een andere reden, de toename van arbeidsproductiviteit, is een verschijnsel dat kenmerkend is voor het kapitalisme sinds het begin van de industriële revolutie 250 jaar geleden en gaat tot op de huidige dag door. Automatisering is dus geen nieuw verschijnsel. Angstige verhalen over een toekomst waarin mensen overbodig zijn geworden omdat robots het werk doen, zijn niet meer dan slechte science fiction. Met het principe van de verzorgingsstaat is namelijk niets mis, net zo goed als ook met het principe van de democratie niets mis is. De vraag moet dus zijn: wat is dat principe, en wat moet eventueel worden aangepast?

De gouden loonregel

De verzorgingsstaat is een antwoord op een fundamenteel probleem van het kapitalisme: wat gebeurt er met de groei van de economie die het gevolg is van de steeds groter wordende productiviteit? De manier waarop dat in de verzorgingsstaat wordt gedaan is door het afdwingen van een eerlijke verdeling van de groei tussen arbeid en kapitaal. Als de investeerder een te groot aandeel van de productiviteitswinst voor zich zelf in beslag neemt blijft er te weinig over voor de arbeider om de geproduceerde goederen te consumeren. Als de lonen niet proportioneel stijgen met de groei van de economie, wordt er te veel geproduceerd en ontstaat werkloosheid. De regel dat lonen proportioneel stijgen met de groei van de economie heet de gouden loonregel. Als deze wordt aangehouden is er altijd (afgezien van externe oorzaken) volledige werkgelegenheid. Daardoor is de loonbasis altijd groot genoeg voor het heffen van premies voor volksverzekeringen, gezondheidszorg en pensioenen. Dit resulteert in een stabiele economie omdat er sprake is van volledige werkgelegenheid. Er is altijd voldoende koopkracht om de goederen en diensten die die door de steeds grotere productiviteit worden geproduceerd, te consumeren [6]. Omdat er volledige werkgelegenheid is, is er bovendien geen dwang nodig om mensen aan het werk te krijgen, want er is werk genoeg. Er is een machtsbalans tussen werkgevers en werknemers: bevalt het werk niet? Dan zoek je een andere baan!

De neoliberale revolutie

Zodra van de gouden loonregel wordt afgeweken, gaat het verkeerd. Als de lonen te hoog zijn, stijgen de prijzen omdat de vraag naar goederen en diensten groter is dan de economie kan produceren. Samen met automatische loonindexering leidt dit tot steeds hogere inflatie. Dit gebeurde in de jaren zeventig doordat de stijging van de olieprijs werd gecompenseerd in de lonen. Dit leidde tot stagflatie: hoge inflatie en stagnatie. De neoliberale revolutie van begin jaren tachtig maakte een einde aan de gouden loonregel. Margaret Thatcher en Ronald Reagan braken de macht van de vakbonden. De koppeling tussen loon en economische groei is daarna nooit meer hersteld.

Figuur 1 - Groei van loon is eind jaren zeventig losgekoppeld van de productiviteitsgroei in de VS (Economic Policy Institute)

Aan de hoge inflatie kwam een eind, maar de volledige werkgelegenheid van de jaren vijftig en zestig, is nooit meer terug gekomen. Vanaf dat moment stagneerden de lonen. Het sterkste is dit te zien in de VS, maar ook in Europa, vooral in Nederland en Duitsland is deze trend aanwezig en ligt aan de basis van de eurocrisis.

De grote stagnatie

De stagnatie van de lonen is de oorzaak van een aantal fenomenen die te maken hebben met het niet goed functioneren van de verzorgingsstaat. De decennia na 1980 zijn een spiegelbeeld van wat daarvoor gebeurde. Er is niet genoeg koopkracht om te consumeren wat door de groeiende productiviteit wordt geproduceerd. Er ontstaat overcapaciteit en de groei stagneert. Er zijn regelmatig financiële crises die grote werkloosheid veroorzaken. Hierdoor lopen de kosten voor de verzorgingsstaat op [7]. Door de neoliberale revolutie is ook de mentaliteit veranderd. Werkloosheid wordt gezien als een persoonlijk falen. De dwang om werk, passend of niet, aan te nemen wordt steeds groter en de ‘werkloosheidsindustrie’ kost steeds meer geld. Het tekort aan vraag kan ten dele worden gecompenseerd met krediet. Om de consumptie op peil te houden gaan mensen meer lenen. Ook de staat moet steeds meer lenen om de steeds duurdere verzorgingsstaat draaiende te houden [7]. De economische groei die er is, wordt door kredietbubbels gegenereerd (vastgoedbubbel, dotcombubbel). De fase waarin de economie nu verkeert wordt secular stagnation genoemd. Het geld dat door de groeiende productiviteit wordt verdiend, gaat naar een steeds kleiner wordende groep van superrijke investeerders. Dit is dezelfde groep ‘superrijken’ waar Erik Brynjolfsson aan refereert in Tegenlicht, wanneer hij uitlegt waarom de verzorgingsstaat niet meer werkt. In het licht van het economische principes dat ik hier heb beschreven, is duidelijk waarom de verklaring van Brynjolfsson niet klopt [8]. Hij beseft niet dat de verdeling van de productiviteitsgroei het probleem is.

Wassenaar 2.0

De problemen van de verzorgingsstaat worden dus niet veroorzaakt door de verzorgingsstaat zelf, maar doordat begin jaren tachtig de koppeling tussen de groei van loon en arbeidsproductiviteit is losgelaten. Er moet een actief loonbeleid gevoerd worden op een manier waar wij in Nederland (en Duitsland) goed mee vertrouwd zijn: polderen. Vakbonden spelen hierbij een cruciale rol. Er moet een nieuw ‘Akkoord van Wassenaar’ gesloten worden, waarin afgesproken wordt dat de lonen evenredig stijgen met de groei van de economie. Het basisinkomen is als herverdelingsmechanisme om de toegenomen ongelijkheid te bestrijden ongeschikt, omdat het niet de oorzaak ervan aanpakt. Het is gebaseerd op een verkeerde diagnose van de problemen en het systeem is inherent instabiel.

Door de verzorgingsstaat op de goede manier te hervormen is het mogelijk om de toekomstdroom van Keynes tot werkelijkheid te maken: slechts drie uur per dag, of vijftien uur per week werken. De rest van de tijd kun je dan besteden aan creatief werk of zorg voor naasten. Precies die zaken die genoemd worden als voordeel van het basisinkomen. Veel mensen zijn onnodig bang voor de toekomst: ‘Help de robots komen eraan’ schrijft Rutger Bregman. Dat is niet nodig mits loonontwikkeling niet aan de markt wordt overgelaten. In de woorden van Keynes: ‘We are suffering just now from a bad attack of economic pessimism’ [9] Zij die de verzorgingsstaat voor dood verklaren, praten neoliberale economen na zonder het te beseffen.

Voetnoten

[1]: Onvoorwaardelijk en universeel.

Omwille van de leesbaarheid laat ik hierna de toevoeging onvoorwaardelijk maar het is wel een essentieel onderdeel van het plan.

[2]: Irrweg Grundeinkommen. Die große Umverteilung von unten nach oben muss beendet werden

Door: Heiner Flassbeck, Friederike Spiecker, Volker Meinhardt, Dieter Vesper, bij Westend, Duitsland, 2013. Dit is de beste analyse die ik heb gevonden. Van Heiner Flassbeck en Friederike Spiecker komt ook de gouden loonregel die ik in dit artikel bespreek.

[3]: Hoe hoog?

Marcel Canoy gaat uit van AOW niveau: 760 euro voor een alleenstaande. Maar ik hoor ook hogere bedragen, bijvoorbeeld 1000 euro [15]. Belangrijk is dat het voldoende moet zijn voor het bestaansminimum.

Bij deze berekeningen moet men niet uit het oog verliezen dat het systeem een vervanging is van het huidige systeem. Ook mensen die wel willen werken maar daartoe om legitieme redenen niet in staat zijn, moeten een volwaardig leven kunnen leiden. Hun inkomen moet dan duidelijk boven het bijstandsniveau liggen. Marcel Canoy wil daarvoor een extra post reserveren, maar daarmee voert hij via de achterdeur weer een controle systeem in.

[4]: Controle.

Tot nog toe wordt door iedereen zondermeer aangenomen dat een van de grote voordelen van het basisinkomen zal zijn dat het controle apparaat dat nu nodig is voor het uitkeren, kan worden afgeschaft. ‘Weg met die tandenborsteltellerij’ zegt Marcel Canoy in Tegenlicht. Helaas zal de controle niet verdwijnen maar zich verplaatsten. Door de hoge belastingdruk zal de betalingsdiscipline afnemen en zal meer controle nodig zijn. Het maakt daarbij niet uit of het om directe of indirecte belasting gaat.

Er zal een grote markt ontstaan voor zwartwerk, of indien de belasting wordt geheven via BTW, voor smokkel en andere vormen belastingontduiking.

[5]: De verzorgingsstaat is verouderd.

Enkele redenen die ik ben tegenkomen in een snelle survey:

-  Het is te duur
-  Door de automatisering komt er minder werk
-  Het bevoordeelt mensen met een vast dienstverband, terwijl juist meer flexibilteit noodzakelijk is.
-  We moeten concurreren met andere landen (globalisering dus)

Ik heb niet de tijd en de ruimte om hier op al deze argumenten in te gaan. Maar volgens mij worden ze afdoende beantwoord door mijn uitleg van de gouden loonregel.

[6]: Groei.

Economische groei is het resultaat van bevolkingsgroei, toename van kennis (wetenschap), ontwikkeling van nieuwe technieken (o.a. automatisering) en is incrementeel. Dat wil zeggen: elke generatie bouwt voort op wat de vorige heeft bereikt.Mijn voorstel is om een groot deel van de groei te steken in omschakeling naar andere energieproductie, want ook daarvoor is groei nodig. De vraag wat we met die groei doen is een politieke keuze. Ik ga niet in op de (legitieme) vraag of groei goed is. Veel mensen hebben kritiek op de noodzaak van economische groei. Ik wil hier heel kort over zijn: groei van productiviteit is een gegeven (afgezien van externe factoren).

[7]: Belasting.

Ook moet hierbij vermeld worden dat tegelijkertijd de belasting werd verlaagd waardoor de tekorten nog verder opliepen.

[8]: Neoliberalisme.

Volgens Brynjolfsson wordt de loonhoogte wordt bepaald door arbeidsmarkt. Er is minder vraag naar arbeid omdat meer kan worden geproduceerd met minder mensen. Dit is een neoklassieke en neoliberale visie op de arbeidsmarkt. Wat de ‘juiste prijs’ is van arbeid, stellen zij, kan alleen door markt bepaald worden. Het probleem hiermee is dat dit in de praktijk leidt tot recessies. Het gaat er vanuit dat wat op de arbeidsmarkt gebeurt geen invloed heeft op de rest van de economie. Dat is evident onwaar: als lonen dalen, daalt de vraag. Als de vraag afneemt ontstaat er overcapaciteit en ontstaat opnieuw werkloosheid. Deze effecten versterken elkaar en de economie raakt in recessie. Wat nu bij V&D gebeurt kan ter illustratie dienen. Als V&D weer concurrend wordt door de loonsverlaging zijn concurrenten ook gedwongen om de lonen te verlagen. Er zijn steeds meer voorbeelden afgedwongen loonsverlaging om bedrijven te redden. Hier is in de praktijk te zien hoe de neerwaartse loonprijs spiraal functioneert en leidt tot deflatie.

[9]: Economic Possibilities for our Grandchildren. John Maynard Keynes.

‘Just now’ is in 1930. Het is opmerkelijk hoe goed de openingsalinea van het essay van Keynes op onze tijd van toepassing is. Vervang Great Britain door Europe, en nineteenth century door twentieth century:

We are suffering just now from a bad attack of economic pessimism. It is common to hear people say that the epoch of enormous economic progress which characterised the nineteenth century is over; that the rapid improvement in the standard of life is now going to slow down – at any rate in Great Britain; that a decline in prosperity is more likely than an improvement in the decade which lies ahead of us.

Wat vindt de politiek er eigenlijk van?

Ik ga er niet moeilijk over doen. Zoals eerder gezegd durf ik best moeilijke stellingen te betrekken en betwistbare uitspraken te doen. Alles voor het goede doel. Dat zouden meer mensen moeten doen … In het politieke spectrum mag je me best aan de linkse kant plaatsen, maar ik ben door mijn studie en de vele jaren aan kennis en ervaring zeker niet blind voor een aantal right wing uitgangspunten. Als continu beschouwend en lerend mens, lange tijd werkzaam in management en marketing, ontkom je nu eenmaal niet aan nuances. Links of rechts, leven en maatschappij zijn veel te complex om het op die manier te simplificeren.

Dat vastgesteld hebbende: wat zijn de actuele standpunten van de politieke partijen? De website van Vereniging Basisinkomen geeft een overzicht en ik voeg er wat persoonlijk commentaar aan toe.

Socialistische partij (SP)

Volgens dit document heeft de SP, althans in de persoon van Paul Ulenbelt, geen hoge pet op van de ideeën rond het basisinkomen. Het lijkt er zelfs op dat mijnheer Ulenbelt nauwelijks weet waarover hij het heeft. De SP meldt op haar eigen website het volgende: “Volgens Ulenbelt is het basisinkomen geen goed idee omdat het uitkeringen en toeslagen - die nu nog terecht komen bij mensen die het nodig hebben - uitsmeert over álle mensen, dus ook de mensen die het niet nodig hebben.”

In SPANNING, een uitgave van het wetenschappelijk bureau van de SP (jaargang 16, nummer 8, september 2014) staat een interview met Paul Ulenbelt. De laatste zin hieruit luidt als volgt: ”Werkende mensen hebben recht op een groter deel van ‘de taart’, maar daar is klassenstrijd voor nodig. Als iedereen een basisinkomen krijgt, dan kun je dat wel vergeten.”

Voor support op dit onderwerp moet ik dus niet bij de SP zijn. Of toch wel? SP afdelingen in o.a. Helmond (hofleverancier in het college van B&W) en Wageningen denken er blijkbaar toch genuanceerder over. Het basisinkomen staat hier in elk geval op de agenda. Ontwikkelingen worden gevolgd. Samenwerking of zelfs samensmelting op de linkerflank (met o.a. GL en PvdD) is in mijn ogen een essentiële optie voor de toekomst.

Groen Links

GL houdt er wat modernere opvattingen op na, blijkens dit standpunt van 15 januari 2015: Basisinkomen: positief, goedkoop en makkelijker! Ook kan ik me prima vinden in de realistische kijk op zaken:

“Natuurlijk, we zijn er nog lang niet, want het is veel ingewikkelder dan dat we hier schetsen. Zo staat landelijke wetgeving nog in de weg. Toch vinden we het tijd om stappen te zetten. Daarom zijn we bezig met een voorstel waarin we het college van B&W vragen uit te zoeken wat de mogelijkheden en beperkingen zijn.

We betrekken hier graag inwoners van Nijmegen bij. Daarom roepen we bij deze iedereen op: heeft u ideeën voor het experiment of expertise op dit onderwerp, neem contact op! Innovatieve, maar ook een kritische inbreng is welkom. En wie weet ontwikkelen we samen een systeem waarbij veel kosten worden bespaard en meer mensen werk vinden. Een win-win situatie voor iedereen.”

Als oud GL lid – ik heb met een PPR/PSP verleden destijds mijn lidmaatschap opgezegd n.a.v. de Kunduz kwestie – ben ik verheugd te constateren dat de partij weer in rustiger vaarwater terecht is gekomen. We zullen ’t zien, er zijn nog meer onderwerpen dan het basisinkomen … Voor GL geldt uiteraard ook de aanbeveling om meer samenwerking/samengaan op links na te streven.

D66

Op een D66 congres van 14 november 2014 bleek dat er voorlopig niet veel meer dan een verkenning in zal zitten: “D66 wil onderzoek naar de effecten van een basisinkomen”.

Okay, het is een begin, maar voor mij op dit moment niet overtuigend genoeg. Ik weet het niet, veel vertrouwen kan ik in deze vroeger links en nu verlicht rechts liberale partij niet hebben. Licht populistisch in het midden laverend wordt links en rechts ingehaakt op popi onderwerpen. Ik kan en zal echter nooit vergeten/vergeven dat ook zij deel uitmaakten van de Paarse nachtmerrie en een steun in de rug vormen voor het huidige desastreuze beleid van VVD en PvdA. In mijn ogen kan een constante trade out van eigen punten tegen gedogen op onderdelen nooit de basis zijn voor structurele, maatschappelijke hervormingen.

PvdA

De PvdA gaat wat verder dan D66, maar volgens het partijcongres van januari 2015 loopt men, benevens enkele aanzetten om tot onderzoek en experiment te komen, in deze partij niet warm voor het basisinkomen. Wat mij (en recente peilingen) betreft kan het restant PvdA zich qua zetels beter aansluiten ter linkerzijde en verder de komende 25 jaren de mond houden. Sinds ‘t Paarse ongeluk in de jaren ’90 rijdt deze partij continu (hoewel, niet in verkiezingsperiode) op de verkeerde weghelft. Dat vraagt om ongelukken.

CDA

Het zegt waarschijnlijk genoeg. De zoekterm ‘CDA basisinkomen’ levert slechts één verwijzing (!) op, en wel van maart 2014. Hierin reageert een zekere Raymond Gradus op een Franse blog, concluderend dat we met het basisinkomen van de regen in de drup geraken. Kortom, deze partij zal (kan?) mij niet verder helpen.

Nou ben ik opgegroeid in een christendemocratische regio/omgeving en thuis heb ik me daarin nooit gevoeld. Arbeid adelt ook hier nog steeds, en dat geeft per definitie geen ruimte aan een discussie over basisinkomen.

VVD

Zoals te verwachten is de VVD geen voorstander van het basisinkomen. Premier Rutte (de zelfverklaarde man zonder visie) zei er in november 2014 iets over. Hij stelde geen “taak voor de overheid te zien bij het verzorgen van inkomens. Volgens hem moet de overheid zorg dragen voor noodzakelijke collectieve voorzieningen. Burgers dragen daar aan bij via de belastingen.” 

De “Volkspartij voor Vrijheid en Democratie” heeft in naam geen enkel verband met ideeën en beleid. Het is tekenend voor de warboel in de meeste VVD hoofden. Verheerlijking van werk (“je kunt ‘t, als je maar wilt!”) en marktwerking, afbraak van zorg, kunst en cultuur. Wat willen we nog meer? O ja, werk. In 2012 beloofde de VVD een banenboom voor 2040. Dan ben je toch niet van deze wereld.

Nou moet ik wel zeggen dat VVD-ers wel altijd de best gemutsten onder ons zijn. Heeft die zorgeloosheid misschien iets te maken met domheid en kortzichtigheid?

Ik kan er niet omheen. Met de PvdA en D66 in de slipstream is de VVD hoofdverantwoordelijk voor de actuele janboel. Een voorbeeld van de door mij gesuggereerde domheid? VVD standpunten van de laatste decennia zijn overgewaaid uit de VS, een land met een totaal afwijkende historie en cultuur! De aandacht is ook hier verschoven van maatschappij naar individu, van collectieve zorgstaat naar de utopie van marktwerking en econometrie. Traditie, normen en waarden worden ingeruild voor oppervlakkig scoringsgedrag en hedonisme.

Nee, tijdens een Nieuwe Verlichting zal de VVD waarschijnlijk in het donker zitten ... Ondertussen zou men zich kunnen herbezinnen op het VVD-rolmodel van de succesvolle zakenman-/vrouw. Kijk en luister eens naar uiteenlopende, succesvolle ‘verderkijkers’ uit het zakenleven, zoals o.a. Herman Wijffels en Ricardo Semmler.

PVV

Zoals te verwachten was het resultaat van een zoektocht naar ‘basisinkomen’ op de PVV-website als wel het PVV Verkiezingsprogramma uit 2012 helemaal nul. Een partij die zich kenmerkt door een aantal gevaarlijke en oerdomme mantra’s verdient eigenlijk niet eens de moeite om je erin te verdiepen. Zonder een aantal essentiële schrappingen uit het programma en enkele stevige knievallen kan ik deze partij niet accepteren.

De grootte en populariteit van de PVV vind ik beangstigend. Het zou mooi zijn als de PVV-stemmer iets meer moeite zou willen doen om feiten, fictie en fabels gescheiden in te zamelen. De hoop is gevestigd op een effectieve strategie en middelen waarmee de PVV-kiezer kan worden overtuigd dat er alternatieven zijn.

In deze fase heb ik weinig tijd en zin om de mening van de overige partijen te checken. Ze zijn momenteel ook te klein om enig gewicht in de schaal te kunnen leggen. Als er relevante aanwijzingen zijn en/of bij twijfel over een mogelijke meerderheid in de Staten Generaal zullen de overige partijen uiteraard worden meegenomen in het onderzoek.

 

Wat vind ik van de politiek?

Momenteel ben ik geen lid van enig politieke partij. Er is niet één programma waar ik mij volledig achter kan scharen. Ik ben allergisch voor domheid, stroperigheid en dogma’s en politiek op basis van religie. Dat ik de rechterzijde, die het individu en plat hedonisme verheerlijkt, niet veel goeds voor de maatschappij toedicht wordt ook wel duidelijk.

Links is over het algemeen te streng in de leer en laat regelmatig flinke steken vallen. Men kijkt teveel naar verleden, heden en het volgend jaar en ziet arbeid/werk als hoogste prioriteit. Men ontneemt zichzelf het zicht op een alternatieve samenleving.

Ik zie enige analogie met de ontwikkelingen op het gebied van de AOW. Waar ik in 1984 tijdens mijn marketingstudie al werd geconfronteerd met een omgekeerde piramide in de demografische opbouw ten tijde van mijn pensioenleeftijd en de voorspelling dat er tegen die tijd misschien niet genoeg geld zou kunnen zijn om enige sociale zekerheid te waarborgen, heeft de politiek over de volle breedte liggen slapen! Als ook zij in 1984 was begonnen met het langzaamaan verhogen van de AOW leeftijd hadden we een hoop ellende minder gehad.

Het is slechts één voorbeeld van de heersende nul-visie en/of tunnelvisie. Over 20 tot 30 jaar staan ze er weer allemaal bij en kijken er naar: een veranderde samenleving. Hoe heeft het toch kunnen gebeuren? Of nog erger: zie je wel, ik zei het toch?

Het wordt me door de heren en dames politici erg moeilijk gemaakt om positief te blijven denken over de toekomst in het algemeen en in het bijzonder de mogelijkheden van een basisinkomen. Ik was al niet te enthousiast maar ik vraag me ook in dit verband af of we eigenlijk nog wel te maken hebben met reële volksvertegenwoordigers. Ik moet toegeven dat ik Wilders wel eens bewonder om het feit dat ie zijn nek überhaupt durft uit te steken, de onderwerpen ten spijt. Het kabinet sleurt (of misschien beter: sleurde, na de gewijzigde verhoudingen in de Eerste Kamer) het ene na het andere gebrekkige voorstel door de Kamers, terwijl de oppositie zich nauwelijks roert. Althans, ik merk er veel te weinig van.

Ik stel voor dat het Journaal in een vaste rubriek vóór het Weer elke dag het stemgedrag van Kamerleden gaat presenteren. Met een kort overzicht van wat wordt gezegd en wat vervolgens is gedaan. 2 tot 3 minuten per aflevering is voldoende. Na verloop van tijd wordt het vanzelf opgepikt. In zijn algemeenheid, maar zeker ook door politici. Nu staan ze meteen klaar voor elke journalist bij publicatie van de zoveelste manke peiling van Maurice de Hond.

Nu ik toch in de buurt ben maak ik even een klein uitstapje naar de NPO. Een complete restauratie is nodig. Volg een soort BBC-model: reclame weg, verplichte omroepbijdrage (iedereen heeft een TV, dus hoef je niet te controleren), ter zake doende documentaires en informatie voor burgers. Voor mijn part van 3 naar 2 zenders of zelfs maar één. Jongeren kijken toch al veel minder televisie. Het NOS Journaal staat weer gewoon stil en beperkt zich strikt tot de feiten. Geen lachjes, geen mening. Een flinke reshuffle van de publieke omroep is wel degelijk een politieke keuze en maakt deel uit van mijn ideeën over de Nieuwe Verlichting. Het verdient derhalve een betere uitwerking. Later dus meer.

Ik bespeur enorm veel onrust, bij mezelf en in de samenleving. We laten ons in slaap sussen of om de tuin leiden door mensen die van economie een wetenschap maken, door een lachebekje en een kabinet met een volstrekt eigen agenda. Hoe je het monster ook benoemt, het is al jarenlang bezuinigen wat de klok slaat. Oorzaak? Neoliberale gedachten die finaal uit de bocht vlogen en nog steeds vliegen. Oplossing? De burger betaalt. Investeren? Ho maar. De inkomensongelijkheid blijft maar groeien. De top (waar toch het meeste te halen valt, zou je zeggen) wordt ongemoeid gelaten in recente belastingplannen. De oppositie is tandeloos.

De rechter vleugel wordt verblind en versplinterd door geloof in een goddelijke macht, een individueel nirwana en/of maatschappelijke waarden en normen uit vervlogen jaren. Links krijgt de rijen niet gesloten.

De Haagse kaasstolp en haar Hilversumse pendant zitten potdicht. Van twee kanten niet doordringbaar cirkelen altijd dezelfde mensen om elkaar heen. Ze houden elkaar in een wurggreep en niemand durft stappen te zetten. Ergo, zowel van de politiek als de media valt weinig tot niets te verwachten. We zijn op onszelf aangewezen.

  • Zie Bijlagen - Definitie en motivatie
  1. Het basisinkomen wordt ook aangeduid met de afkorting OBi.
  2. Het mediane inkomen staat model voor berekening van het basisinkomen. In 2012 bedroeg dat volgens CBS cijfers € 28.400. 50% van de inkomens lag daarmee onder de € 28.400 en 50% erboven. Per maand omgerekend is dit € 2.367. 60% daarvan brengt ons op een voorgesteld basisinkomen van circa € 1.420 per maand. Meer gedetailleerde cijfers m.b.t. mediane inkomens in Europa zijn hier te vinden,
  3. Op de website van Basisinkomen Europa valt te lezen dat op 15-01-2014 in Nederland 20.337 en totaal 285.042 mensen een Europese Burgerinitiatief voor Onvoorwaardelijk Basisinkomen (ECI-UBI) hadden ondertekend. Doel was 1 miljoen. 

Wat eigenlijk meteen opvalt is dat websites met OBi als kernpunt vooral een positieve motivatie en onderbouwing hanteren. Niet vreemd uiteraard, maar het roept bij mij, en zeker bij sceptici, argwaan op. De vrees bij mij rond dit onderwerp is dat de wens de vader van de gedachte is. Je moet je dus continu afvragen of de onderbouwing terecht is en over de volle breedte klopt.

Ik heb me in elk geval voorgenomen zo lang mogelijk neutraal te blijven. Als ik geen voorstander was geweest had ik waarschijnlijk deze stap niet gezet. Toch wil ik de feiten op een rij zien te krijgen, vóór en tegen. Aan het einde van de reeks moet een eenduidige eindconclusie kunnen worden getrokken, al dan niet ten gunste van de invoering van een basisinkomen (en tegelijkertijd een hele hoop andere veranderingen in de samenleving!).

Enkele gedachten die in deze fase bij me opkomen:

  • Nog immer staat arbeid of werk centraal in het leven en de beleving van mensen. Het bepaalt de grote keuzes in je leven, van baan en huis tot politieke partij. Dat kan en moet anders, mede omdat er nu al niet genoeg voor iedereen is. De toekomst ziet er nog minder rooskleurig uit, met name door de snelle voortgang in technologische ontwikkelingen (o.a. robotica). Om enige lijn te houden in definities moet je volgens mij 2 uitgangspunten hanteren: ‘salaris= basisinkomen’ en ‘arbeid= sociale bijdrage’.
  • Zet het voorgaande eens in het licht van het feit dat van alles meer dan voldoende is op de wereld. Het gaat slechts om herverdeling en groei-denken kan worden afgeschaft.
  • Het basisinkomen moet toereikend zijn om van te kunnen leven (wonen, voeding, etc.). De hoogte van OBi is onderdeel van een vergelijking. Als je de vaste lasten (drastisch) omlaag brengt is een lager OBi mogelijk.
  • Er is ook in een OBi-gebaseerde maatschappij geen enkele belemmering om grootverdiener te worden! Standaard OBi kan wel degelijk worden aangevuld c.q. veelvuldig vermenigvuldigd. Om echter hernieuwde ontsporing te voorkomen zal het OBi/salaris van een CEO bijvoorbeeld moeten zijn gekoppeld aan het laagste OBi/salaris in een organisatie.
  • Mensen hebben meer keuze en zullen bijvoorbeeld een ‘roeping‘ eerder laten gelden. De route naar een leven als kunstenaar of in de (mantel)zorg wordt vergemakkelijkt.

Nadenken over (ingrijpende) veranderingen is verrassend genoeg niet exclusief voorbehouden aan links of rechts. Over de gehele bandbreedte wordt gedacht en gesproken over basisinkomen en andere elementen die een rol spelen in een grote, noodzakelijke koerswijziging in onze sociaal-economie. Uiteraard heeft iedereen zo zijn eigen (jammer genoeg vooral economy driven) motivatie, maar het biedt wel degelijk hoop op en kansen voor een mogelijke consensus.

  • Zie Bijlagen - Commissie van aanbeveling onderzoek Basisinkomen ingesteld

November 2014. Een speciale commissie wordt in het leven geroepen om experimenten met OBi te coördineren en volgen. Leden zijn o.a. vooraanstaand econoom Arjo Klamer en de reeds vermelde kanteldenker Jan Rotmans.

  • Zie Bijlagen - Basisinkomen, de oplossing voor economische en sociale problemen

Ook Herman Wijffels, econoom en oud-topman van o.a. Rabobank en SER, is voor invoering van het basisinkomen: “Dat in de toekomst het sociaaleconomische bestel op de schop moet en een grondige revisie moet ondergaan lijkt onvermijdelijk.”

Andere pleitbezorgers zijn o.a. financieel geograaf Ewald Engelen, filosoof Rutger Bregman en hoogleraar economie Harald Benink.

  • Zie Bijlagen - Onvoorwaardelijk Basisinkomen: een neoliberale valkuil

In dit artikel heeft de schrijver m.i. hier en daar terechte kritiek op het soms al te positieve licht waarin OBi wordt geplaatst. In elke discussie over basisinkomen dien je een nieuwe set aan termen, normen en waarden te gaan hanteren. Baan? Loon? Beroep? Baas? Vakbond? Herverdeling van inkomens en een nieuw economisch model vraagt om een frisse kijk op zaken. Vergelijkingen zijn bijna per definitie onbruikbaar. Out of the box denken dus, en flink ook!

Eén voorlopige conclusie is snel getrokken. Ik voorzie dat invoering van OBi nogal wat voeten in de aarde zal hebben. Open deur? Misschien, maar het idee geeft wel enige rust en kalmte. Iets wat al decennia is verdwenen uit de meeste maatschappelijke discussies. Denk niet in termen van ‘ik’ maar ‘volgende generaties’. Dat geeft ruimte voor lange termijn denken. Nu praten, zaaien en plannen, over 10 jaar of nog langer pas oogsten. Moeilijk? Ja …

Mensen kun je niet zomaar in de dagelijkse beslommeringen confronteren met een 180 graden draai van de maatschappij. Het slaat snel dood met opmerkingen als ‘dat wordt toch niks’ of ‘dat is niet te betalen’. Het benodigde overzicht ontbreekt volledig. Men vloekt en tiert op social media vanuit de veilige, luie stoel, maar stemt vervolgens op de verkeerde partijen om de gewenste agenda te kunnen volgen. Hoe wil je dat doorbreken? Aan de politiek zal het wel degelijk liggen, want verderop zal blijken dat er maar bar weinig aandacht voor het basisinkomen is. De juiste stem, daar begint het mee. Men zal moeten kiezen, letterlijk en figuurlijk. Het onderwerp is complexer dan de pleitbezorgers willen doen geloven. Er zijn nogal wat aanpalende zaken te regelen.

Helaas, voortschrijdend inzicht heeft me doen besluiten het dossier Basisinkomen voortijdig te sluiten. Ik sta voor een gigantische kloof en een brug is niet in zicht.

De quest wordt me eigenlijk onmogelijk gemaakt door de gevestigde orde. Jammer genoeg vooral door partijen van mijn eigen politieke kleur. De term 'basisinkomen' wordt te pas en te onpas gebruikt voor duiding van allerlei maatregelen om de bijstand anders in te richten. Hoe valide de plannen ook mogen zijn, het staat haaks op mijn (utopische?) ideeën over Basisinkomen, daar de term voor eeuwig verbonden zal worden aan 'vervanging van de bijstand'.

Dat is voor mij onacceptabel. Daarnaast zie je de term nog wel meer oneigenlijke betekenissen krijgen. Nee, helaas, tijd en energie wil ik zo effectief mogelijk besteden en ik voorzie hier een oneindig windmolengevecht. Wellicht onder een andere vlag duik ik er nog wel eens opnieuw in, maar tot nader order behoort het dossier Basisinkomen, in huidige staat bevroren, tot het archief. Wilt ú het onderwerp misschien wél volgen en becommentariëren, dan bent u van harte welkom om het dossier over te nemen.

De ideeën, conclusies en aanbevelingen uit mijn verkenningsfase blijven overeind. Wel moeten enkele definities worden gewijzigd. In dit voorlopig laatste artikel staan enkele relevante aanvullingen c.q. wijzigingen op het dossier Basisinkomen - Verkenning. In voorkomende gevallen verwijs ik naar reeds geplaatste artikelen in de verschillende Vinisva rubrieken, zoals De Gezond-verstand-burger, De Actieve  Burger en De Data-journalist.

Definities

  • Om verwarring te voorkomen over de terminologie (corporatie of coöperatie) wil ik het woord coöperatie gebruiken ter aanduiding van een wettelijk vastgestelde samenwerking van personen en organisaties in een coöperatieve vereniging.
     
  • Waar ik een nogal intuïtief voorstel deed voor een winstbelasting blijkt in de praktijk al een ander te zijn of kunnen worden geregeld. Tot  de hierbij behorende terminologie behoren onder andere Tobintaks, rendementsheffing en vermogenswinstbelasting. Zie dit artikel.

Het cijfermoeras

  • De hoogte van OBi is een heikel punt. Ikzelf had in de Verkenning een bandbreedte van zo'n 900- 1500 Euro waargenomen. In een recent interview in SP-blad Tribune met Paul Ulenbelt worden zowel 760 Euro als 1435 Euro genoemd. Wat het uiteindelijk moet worden is mij op dit moment volstrekt onduidelijk! Het hangt namelijk, waarschijnlijk niet verrassend, af van een hele hoop andere beslissingen. Belastingmaatregelen bepalen in hoge mate te betaalbaarheid. Wil je wel of geen BTW-verhoging, wel of geen afschaffing van de hypotheekaftrek, wel of geen Tobintaks, etc. Moeten zorgkosten van OBi worden betaald of wordt zorg en onderwijs bijvoorbeeld gratis? Enzovoorts. Pas na een ultieme financiële analyse kan aan het einde van de reis (Mount Doom ...) de hoogte van OBi worden vastgesteld. Eerder echt niet! Ik stel dus bij deze vast dat élk genoemd bedrag uit de lucht is gegrepen en voor populistische doeleinden wordt gebruikt. Of er moet iemand zijn die de hele route al heeft gelopen en een tot in de puntjes uitgewerkt routeplan heeft liggen. Ik hou me aanbevolen voor een exemplaar en uitgebreide uitleg!
     
  • Over de banken kan ik kort zijn. Zie ook dit artikel. Op welke manier dan ook zal er zo spoedig mogelijk een scheiding moeten komen tussen nuts en 'de rest'. In feite betekent dit het scheiden van spaarzaamheid, duurzaamheid en rust van roekeloosheid, winstbejag en stresss. Zo simpel is het. Ik wil gewoon eén grote ouwe sok, waarvan je zeker weet dat als je die na 15 jaar opent hetzelfde bedrag erin zit. Inflatiecorrectie is even bijzaak. Zekerheid dient voorop te staan! Ruimte voor speculatie is er wat mij betreft net zoveel als nu, alleen in een afgezonderde omgeving.

Kanteldenken

  • De Griekse kwestie legt in principe alles bloot. Griekenland krijgt op ongenadige wijze en op basis van decennialang wanbeleid op vele fronten een terechte klap in het gezicht. Echter, de neoliberale agenda wordt hier wel zo overduidelijk door de strot geduwd, dat je er bijna letterlijk van moet overgeven. De Europese Unie bewijst maar één route te kennen (naar de afgrond), misleid door de valse sirenen uit de financiële wereld.
  1. Als eerste stel ik vast dat er continu sprake is van een verkeerd startpunt in de discussie over basisinkomen. Arbeid is hoofbestanddeel van een bezwerend mantra, dat over alle linies opdoemt. Een Nieuwe Verlichting maak je niet met Oude Lampen.
    1. Naar mijn mening moet de relatie tussen werk en inkomen volledig worden losgelaten. De term ‘arbeid’ moet worden vervangen door ‘waarde voor de maatschappij’ of misschien beter: ‘sociale bijdrage’.
    2. Werk is er al niet genoeg en dat wordt nog veel erger. Die mythe moet echt een keer worden doorgeprikt! De politiek durft er de vingers niet aan te branden.
    3. De verhouding in vraag en aanbod zal drastisch wijzigen. Bedrijven zullen moeten vechten om de beste mensen. Andersom zijn mensen veel vrijer in hun keuze. Voor een OBi+ inkomen zal een bewustere stap worden gezet.
    4. In het licht van punt c. spartelen vakbewegingen een doodsstrijd sinds arbeid sowieso al een afnemende factor in het productieproces vormt en arbeiders zich niet meer verenigen voor gezamenlijke idealen. Een bijna vergelijkbaar proces als de NVSH heeft doorgemaakt. Bedrijven spelen nog steeds de hoogste viool terwijl de boot zinkt. Herbezinning is noodzaak.

Wie heeft de moed (en de middelen) om een brede maatschappelijke discussie te starten en gaande te houden? Allerbelangrijkste taak ligt in een paradigmaverschuiving of mind shift onder alle lagen van de bevolking. Het moet worden ‘verkocht’ zonder alles in economische termen (Wat kost dat? Wat levert dat op?) te vertalen. Hoe waardeer je een bijdrage aan de maatschappij? Is een accountant meer of minder waard dan iemand die eigen huis en haard verzorgt of een hulpbehoevende continu bijstaat? Is een dakdekker belangrijker dan een kapper? Wat is iemands waarde voor de samenleving?

  1. Welzijn en welvaart worden nogal eens met elkaar verward heden ten dage. Mogelijkerwijs zou je meer kunnen zinspelen op een meer inhoudelijk leven, ruimte voor creativiteit en eigen initiatief, in plaats van loopbaan- c.q. inkomstenplanning. Met een basisinkomen heb je misschien de rust (en gedeeltelijke financiering) om je vroegste dromen waar te maken. Je kunt nu uitvinder in je eigen tuinhuis worden, je verdiepen in filosofie of astronomie, een wis- of natuurkundig eurekamoment beleven, vechten voor duurzaamheid en een beter milieu, je leven wijden aan muziek of literatuur, zorgen voor je (groot)ouders, buren of hulpbehoevenden zonder strafkorting. Vul de lijst maar aan. Op termijn levert een dergelijke maatschappij ideeën, producten en diensten op die je zowel in nabije kringen (van lokaal tot nationaal) als wereldwijd kunt afzetten.

Wat is mijn standpunt eigenlijk ten aanzien van het onderwerp? Onze maatschappij is een verzameling van mensen, met o.a. zeer uiteenlopende levensverwachtingen en inkomens. Waar het communisme een illusie bleek te zijn is het huidige hyperkapitalisme ook ten dode opgeschreven. Vanaf de opbloei van ‘t neoliberalisme (Reaganomics, jaren ’80) gaat het bergafwaarts in het grootste deel van de wereld. Er is sprake van exponentiële groei in armoedeval en inkomensongelijkheid, terwijl graaiende CEO’s en shareholders, konkelende lobbyisten, domme politici en gedweeë media in een gezamenlijke bubble elkaar tegelijkertijd bejubelen en continu de loef willen afsteken. De rest is gepeupel dat mag opdraven als het fout gaat. We moeten blijkbaar een handje helpen om een nieuwe ‘wende’ te bewerkstelligen.

Terwijl communicatie waarschijnlijk nog nooit zoveel werd bestudeerd worden grote bedrijven en instanties alsmaar groter en de afstand tot de klant/burger nog veel groter. Banken en verzekeringsmaatschappijen hebben zich een rol toegeëigend die in geen enkele verhouding meer staat tot de intrinsieke waarde van diezelfde instellingen. Europa is een hobby van waandenkers. Woningcorporaties doen gretig mee aan de marktwerking terwijl hun kerntaak (sociale woningbouw) wordt verwaarloosd. Huren zijn torenhoog, evenals huizenprijzen. Volgende generaties zijn niet meer in staat om een huis te kopen. Zorgverzekeraars grijpen de macht die hun is gegeven door de overheid. Terwijl miljarden op de rekening staan worden zowel dienstverleners als burgers immer meer beknot en uitgeknepen. Onze overheid redt ondertussen met miljarden aan belastinggeld banken en organisaties die de marktwerking niet aankunnen (een faillissement hoort daar toch ook bij?), rijgt de miljardenflops aan elkaar en heeft de visie van iemand met de spreekwoordelijke plank voor het hoofd. Vooral in de quartaire sector wordt van dik hout planken gezaagd en is de afbraak van de verzorgingsstaat niet anders dan wanstaltig te noemen. Mag je dan trouwens je vinger opheffen tegen de kaalslag op cultureel erfgoed door Taliban of ISIS? Groot of klein, het blijft een misdaad …

Hoe lang moet ik doorgaan? De lijst van misstanden is oneindig. De aantrekkingskracht en bezwering van de mammon is gewoonweg griezelig. Iedereen wil bij de 1% horen. Het kan in een democratische verzorgingsstaat niet zo zijn dat zo’n klein deel van de maatschappij zoveel bezit en te zeggen heeft, terwijl de rest al decennia lang inteert. Het is tijd voor een kanteling.

Het basisinkomen vormt een ideale bouwsteen in mijn verbeelding van een verlichte maatschappij. De omwenteling moet financieel neutraal kunnen zijn, d.w.z. we spelen quitte ten opzichte van de huidige situatie. Een kleine teruggang mag in mijn ogen ook nog wel, maar nog liever komen we er beter uit. Het neoliberale moeras zal hiertoe moeten worden verlaten en we kiezen voor een open en eerlijke structuur, waarin inkomensongelijkheid flink wordt teruggebracht door regulering op diverse fronten.

Het huidige kabinet, maar ook het bedrijfsleven, spreidt een gênant tekort aan visie en strategie ten toon. De alom heersende waan van de dag wordt zo nu en dan onderbroken door maximaal 1 of 2 jaar vooruit denken. Politiek zit muurvast, zowel in ons polderlandje als in de VS of in UN-verband. Onmachtig vanwege de vele (meestal business driven) belangenverstrengelingen komen ideeën niet meer tot wasdom.

Het opzetten van een meta-website of portal met betrekking tot de Nieuwe Verlichting in het algemeen en het basisinkomen (in brede zin) in het bijzonder is onderhanden. Vinisva – De Collectieve Verbeelding (www.vinisva.nl) moet een plek worden waar relevante informatie wordt verzameld en aangevuld met letters en cijfers uit de actualiteit. In de vorm van o.a. blogs en fora kan wellicht een gerichte community bij elkaar worden gebracht, hetgeen flink kan bijdragen aan een brede maatschappelijke discussie.

De draad is weer opgepakt. In Maart 2016 heb ik een stuk geschreven, waarin allerlei voorstellen voor een zuivere discussie omtrent het onvoorwaardelijk basisinkomen zijn opgenomen.

Voor de goede orde: regelarme bijstand of vergelijkbare eufemistische benamingen zijn voor mij NIET hetzelfde als OBi. Terwijl in Nederland langzamerhand diverse pilots met een gewijzigde vorm van bijstand worden gestart ga ik in mijn benadering en alle documentatie uit van de originele OBi definitie.

Groninger Krant 25-02-2014

Afgelopen zondag (23-2-14) had Tegenlicht een toch ietwat spraakmakende uitzending. Historicus en columnist, Rutger Bregman deed mee aan de televisie-essay: Tegenlicht-lab. Hij besprak de noodzaak van een utopie. In eerste instantie was ik razend enthousiast over zijn betoog. Het was vernieuwend, het was uitermate positief maar ook iets wat ik al eerder had gehoord. Een verademing ten opzichte van de azijnpissers en chagrijnen die we maar al te vaak horen en lezen.

Van sciencefiction naar utopie

Maar als je dan wat verder nadenkt over het onderwerp, kom je toch wel een paar hobbels en bobbels tegen in de utopische filosofie van deze jonge enthousiaste en wellicht overmoedige heer Bregman. Ik wil niet meteen de vergelijking trekken tussen sciencefiction en Utopia, maar hoe kan bijvoorbeeld een basisinkomen alleen in Nederland bestaan als we onderdeel uitmaken van de EU? In hoeverre geldt onze Nederlandse autonomie om dit soort beslissingen te nemen die zeer zeker de economie in Europa zullen beïnvloeden? Iedereen in de EU dan maar meteen een basisinkomen? Nederland als pilot, voor hoelang? Als het niet lukt, wat is dan achteraf de schade om het systeem weer te herstellen? Niet te vergeten de belangenverstrengeling tussen commerciële markt en de overheid. Ben ik nu té realistisch of maakt mij dit denken ook meteen een azijnpisser?

Tweede bijkomend probleem: wat gebeurd er als deze utopie realiteit zal worden in ons ‘rijke westerse Europa’? Zou het niet logisch zijn om te denken dat we overspoeld worden door mensen van buiten Europa? Tenslotte is Europa dan Luilekkerland geworden, waar men werkt alleen als men er zin in heeft of een betere status in de maatschappij wil verwerven. Hoe verhoudt zich dit tot de expansiedrift van de EU, hoeveel landen worden nog onderdeel van de EU in de toekomst? Is de soep (conjunctuur) van Europa dik genoeg om iedereen continu te voorzien van een basisinkomen? Blijft dit inkomen stabiel, wordt dit jaarlijks geïndexeerd of wordt met deze fondsen gespeculeerd, net als met de pensioenen? Zal dit systeem daadwerkelijk in de toekomst de economie versterken?

Ideologie

Derde probleem wat ik zie is een verdere splitsing tussen rijk en arm. Het mag dan wel zo zijn dat het basisinkomen er voor zorgt dat er geen armoede meer is in Europa of Nederland, maar armoede is en blijft een betrekkelijk begrip. Mensen met een basisinkomen zullen wonen in wijken die voornamelijk bestaan uit goedkope woningen. Diegene in de samenleving die wel wensen te werken zullen in wijken wonen waar men meer te besteden heeft dan het basisinkomen. De kloof tussen rijk en arm zal groter en zichtbaarder worden. Met deze filosofie gaan we er maar vanuit dat men verplicht wordt om te doorstromen. Uiteindelijke zullen we anders moeten gaan denken. Afstand doen van dogma’s en schaamtegevoel betreffende inkomsten en uitkeringen. Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Waar ik een beetje bang voor ben, is dat we teruggaan naar een verkapte vorm van communisme. Iedereen evenveel, behalve de rijken. In collectivistisch denken ligt volgens Bregman de oplossing. We hebben de dreiging van het communisme eind jaren tachtig proberen te stoppen in het westen, maar was dat reëel? Als onze jonge, hoogopgeleide studenten een uitweg denken te vinden in deze verkapte vorm, dan baart mij dat zorgen.

In theorie werken filosofische verhalen altijd. Maakt niet uit of deze voortkomt uit een linkse of rechtse ideologie. Zodra de mens het gaat implementeren, daar gaat het mis. Tot nu toe is iedere ideologie die toegepast is in de samenleving gestrand op menselijke tekortkomingen zoals jaloezie en hebzucht. Daar heeft Rutger Bregman geen rekening mee gehouden of op zijn minst dit aspect onderschat. Niet iedereen is namelijk  ‘Homo Universalis’.

De maakbaarheid van de samenleving is terug. Rutger sprak over een samenleving die niet meer maakbaar is maar het individu dat momenteel maakbaar is. Dus ontplooi het individu, ook al is er geen vooruitzicht op werk. Een goede stelling van Bregman, kan ik het mee eens zijn. Het is onzin om iemand klaar te stomen voor de arbeidsmarkt die niet bestaat. Kost bakken vol met geld wat beter en efficiënter besteed kan worden.

Maar Bregman is natuurlijk niet de enige die deze kant op denkt. Ook in Zwitserland is men met dit sociale experiment bezig, sterker nog, men is ons al een paar stappen vooruit. In Zwitserland is men al met een referendum over dit onderwerp bezig. Ook Zwitserland baseert zich op de gegevens van de Universiteit van Manitoba (document). In Nederland zijn Ewald Engelen, Herman Wijfels en Harald Benink bezig met deze materie maar vinden vooralsnog geen luisterend oor.

Deze utopie-filosofie moet niet meteen van tafel geveegd worden, het heeft zeker potentie, mits constructief wordt nagedacht door zowel de voor- als tegenstanders van het utopisch denken. Dat er een compleet nieuw systeem moet komen, daar kan ik het alleen maar mee eens zijn.

Vooropgesteld, deze paragraaf is niet gebaseerd op diepte-analyse, maar slechts op gut feeling. Het is zeer speculatief en er zijn verder geen mogelijke oplossingen, berekeningen en maatregelen in verwerkt! Een beetje opstoken kan geen kwaad, toch?

Bij of na invoering van het basisinkomen ontstaat langzamerhand een nieuwe klassenindeling:

Basisklasse

1 x OBi

10%

Middenklasse I

1 - 3 x OBi

60%

Middenklasse II

3 - 5 x OBi

25%

Bovenklasse

5 - ∞ x OBi

5%

 

Een deel van de maatschappij, wat ik voor het gemak maar even basisklasse noem, zal haar OBi innen, genoegen nemen en verder slechts achterover leunen. Er valt weinig tot geen tegenprestatie ofwel een soort return of investment te verwachten. Een prestatieplicht is overbodig. Er verandert in feite niet veel t.o.v. de huidige situatie. Een deel van de maatschappij (vroeger, nu en later) krijg je nu eenmaal niet ‘aan de praat’. Buiten de maandelijkse verstrekking van 1 x OBi verder geen tijd, geld en energie in steken. Alle moeite die wordt genomen (door veel mensen en met alle mogelijke middelen) om deze groep te controleren en eventueel straffen is zinloos en prijzig en kan achterwege worden gelaten.

Ook in de bovenklasse zullen zich geen significante wijzigingen voordoen. Deze groep blijft de mensen vertegenwoordigen die vanuit een sterke persoonlijke drive of ambitie iets neer willen zetten en/of rijk willen worden. Marktwerking kan blijven op plaatsen waarvoor het bedoeld is! Commerciële organisaties zijn geheel vrij om het OBi van hun werknemers (van CEO tot werkvloer) naar eigen inzicht en grenzen te vermenigvuldigen. Overigens, van oudsher vormden de adel en ‘oud geld’ hier het hoofdbestanddeel en een niet altijd even frisse, maar wel vrij stabiele factor. Conservatisme en filantropie gingen hand in hand. De term ‘patjepeeër’ wordt tegenwoordig nogal eens gebezigd. Een groot deel van de (financiële) zakentoppers van nu en de toekomst komen uit een lagere sociale klasse, die door de toegenomen welvaart in staat is gesteld om door te studeren. Het toegenomen hedonisme is m.i. deels van daaruit te verklaren.

Een spectaculaire metamorfose zullen we zien in de middenklasse, welke zeer gediversifieerd wordt en behoorlijke verschuivingen gaat laten zien! Voor de meeste mensen zal een basisinkomen zoiets zijn als een ‘basisbeurs’. Eentje die overigens niet hoeft te worden terugbetaald! De hoogte van een OBi+ inkomen (een aanvulling op OBi dus) hangt sterk af van zaken als persoonlijke (non-)ambitie en (on)mogelijkheden. De middenklasse kan worden geschaald naar de ambitie om (van redelijk tot veel) geld te verdienen.

  • In Middenklasse I bevinden zich de mensen die tevreden zijn met wat ze hebben, een matige tot redelijke mate van ambitie kennen en/of keuzes baseren op de aloude en ongrijpbare ‘roeping’.
  • In Middenklasse II zitten de hogere middeninkomens, verkregen middels een hogere verdien-ambitie. Om allerlei, zowel materiële als immateriële wensen te vervullen of als tussenstap op weg naar de bovenklasse.

De primaire en quartaire sector worden bevolkt door mensen met zoiets als een ‘roeping’. De beroepskeuze is daardoor vrij bewust en de daarmee samenhangende inkomsten worden over het algemeen geaccepteerd.

In de secundaire en tertiaire sector daarentegen is het veelal ‘werken om te leven’. Men is zich daar ook goed van bewust en voelt zich, aangedreven door de druk vanuit de met geld opgestookte machinekamer, ‘gedwongen’ om een liefst zo ruim mogelijk inkomen te hebben om aan eigen en andermans idealen te voldoen. Let wel, men heeft wel degelijk ambitie en idealen, maar bij een basisinkomen verdwijnt de must om dat in deze sectoren te moeten vergaren.

Ziedaar, de primaire sector zal, mede door ontwikkelingen in o.a. milieubewustzijn, duurzaamheid en biotechnologie, zich mogen verheugen op een hernieuwde belangstelling. En de quartaire sector, een mix van diensten van overheid en private sector, zal enorm gaan groeien! Bij een basisinkomen (en daarmee zeer waarschijnlijk samenhangend een 180 graden draaiende visie op de maatschappij) zullen meer mensen kiezen voor een andere invulling van hun leven. Wordt het politie of justitie, zorg en welzijn, onderwijs of wetenschap?

Vooral de creatieve sector, zoals in kunst en cultuur, zou wel eens een enorme ontwikkeling kunnen doormaken. Met een ‘uitgebreidere Beeldende Kunstenaars Regeling nieuwe stijl’ zullen veel meer mensen ruimte willen en kunnen geven aan de ontwikkeling en exploitatie van hun creatieve talenten. De wens als vader van de gedachte? Misschien wel, maar zo irreëel is dit plaatje volgens mij niet.

Commissie van aanbeveling onderzoek Basisinkomen ingesteld

 Website "Onvoorwaardelijk Basisinkomen" – 24-11-2014

Sinds begin dit jaar zijn “we” bezig met het vormen van een commissie van aanbeveling, respectievelijk adviesraad met behulp waarvan wij hopen meer kans te maken op politiek draagvlak voor het doen van experimenten met een Onvoorwaardelijk Basisinkomen.

Dit streven heeft vrijdag 21 november 2014 een enorme stimulans gekregen. Tijdens het toekomstfestival Let’s Gro in Groningen vond op initiatief van MIES Lab een expertmeeting plaats om samen te denken over een proef met een Onvoorwaardelijk Basisinkomen (OBi).

Tijdens de gesprekken zowel in als buiten de werkgroepen werd het ten eerste mogelijk de commissie van aanbeveling een hechte vorm aan te laten nemen. De volgende personen heb ik bereid gevonden hier zitting in te nemen:

  • Anja Eleveld, docent/onderzoeker verbonden aan de afdeling Sociaal Recht van de VU
  • Arjo Klamer, prof. economie, wethouder S&W Hilversum,
  • Bart Nooteboom, part-time professor Innovation policy
  • Cornelis Zwart,  sociaal econoom, em. prof. sociale pedagogiek en em. prof. organisatieontwikkeling en menselijke kwaliteit
  • Gerard te Meerman, universitair hoofddocent (Dept. of Genetics), biostatisticus
  • Hans Weggemans, directeur Wijkontwikkeling, Zorg en Welzijn Enschede
  • Henk de Vos, em. universitair hoofddocent sociologie
  • Jan Rotmans, prof. transities en transitiemanagement
  • Joop Roebroek, Senior Consultant Bureau Vertige/Developing social innovation
  • Klaas van Egmond, hoogleraar Geowetenschappen (in het bijzonder Milieukunde en Duurzaamheid)
  • Liesbeth van Tongeren, lid van de Tweede Kamer voor GroenLinks, woordvoerder Economische Zaken, Infrastructuur en Milieu en Veiligheid en Justitie.
  • Loek Groot, universitair hoofddocent Economie van de publieke sector
  • Martha Meerman, lector Gedifferentieerd Human Resource Management
  • Paul de Beer, bijzonder hoogleraar arbeidsverhoudingen

Een  tweede resultaat is de constatering, dat het in meerdere steden inderdaad menens is om een experiment met het OBi te gaan doen.

Thema van de groep waar ik aan meedeed was: “Hoe kunnen we de bijstandsregeling zo veranderen dat het weer een duidelijk teken ervan is dat je op de ‘overheid’ (de gemeenschap dus) kan rekenen”. Het huidige teken waar de bijstandsregeling in staat lijkt namelijk verouderd, bevoogdend, stigmatiserend en ondoelmatig. Een duidelijk geval dat pleit voor de invoering van een OBi lijkt het.

Dit is er immers op gericht ons van deze betutteling, onderwerping en stigmatisering te bevrijden, doordat het iedereen van deze afhankelijkheid ontslaat door te zorgen voor een gegarandeerde en onvoorwaardelijke financiële basis om in je basisbehoeften te kunnen voorzien. De voorstanders verwachten van de invoering daarvan een heleboel zegeningen, zoals die uit experimenten op verschillende plaatsen in de wereld al zijn naar voren zijn gekomen.

Tegenstanders trekken al deze te verwachten voordelen echter in twijfel en verwachten soms zelfs juist de tegenbeelden ervan. Beide kampen debatteren echter op aannames. De voorstanders op de aanname dat resultaten elders hier ook gegarandeerd behaald zullen worden. Juist dit zullen we echter moeten bewijzen (of juist het tegendeel ervan) door het doen van experimenten.

Met behulp van de inbreng van een aantal sociale wetenschappers, een statisticus, een jurist en een aantal ervaringsdeskundigen (al of niet verenigd in een en dezelfde persoon) kwamen we tot de volgende aanbeveling:

  1. Beschrijf de contouren van het onderzoek rekening houdend met onderstaande.
  2. Stel met de gemeente waar je dit experiment wil doen een contract op waarin de contouren van het onderzoek goed staan beschreven en alle voorwaarden waaraan moet worden voldaan en door wie.
  3. Maak een brief waarin je duidelijk aan de beoogde deelnemers uitlegt wat de bedoeling is.
    Waarom de ene groep wel een OBi krijgt in de plaats van een bijstandsuitkering (terwijl mogelijk bijzondere regelingen daarnaast nog nodig blijven) en waarom de situatie in dit opzicht voor de andere groep niet veranderd
  4. Kies een wijk waarin veel bijstandsuitkeringsgerechtigden wonen
  5. Werk daarin met groepen van minstens 1000 personen.
  6. Vergelijk een groep die wel een OBi krijgt met een groep, die dat niet krijgt (met eventuele subgroepen, waarmee naar speciale effecten kan worden gekeken)
  7. Verzamel na verloop van een bepaalde tijd de gegevens die je wilt hebben..
  8. Vorm eventueel groepen die twee jaar in het onderzoek opgenomen zullen zijn en groepen waarvoor het experiment vier of vijf jaar zal lopen.
  9. Formuleer vooraf wanneer het experiment pleit voor de invoering van een OBi, ook elders of overal, en wanneer juist niet

Tenslotte lijkt deze aanpak geschikt om een ontwerp te maken, dat in ieder gebied – dat groot genoeg is voor het vormen van onderzoeksgroepen – toegepast zou kunnen worden, zodat men niet overal het wiel hoeft uit te vinden.

Ik hoop, dat het lukt in de eerste helft van december een constituerende vergadering voor de beoogde commissie van aanbeveling te kunnen beleggen, om daarna – naar aanleiding van bovenvermelde  – snel van start te kunnen gaan met het maken van zo een ontwerp, dat daarna landelijk voor elk van dit soort experimenten kan worden gebruikt.

Met hartelijke groet,

Adriaan Planken

 

Op mijn vrij willekeurige surftocht stuitte ik op een stuk uit 2013. Er zijn hier meer modellen te vinden, maar ik beperk me even tot dit voorbeeld. Men gaat in dit plan uit van een uiteindelijk basisinkomen van € 900. Ondanks bedenkingen tijdens lezing zijn wel concrete aanwijzingen te vinden waar de financiering vandaan moet komen.

  • Zie Bijlagen - Concept Stappenplan invoering van een volledig basisinkomen in Nederland

De eerder gepresenteerde tabel Bijstandsnormen 2015 weerspiegelt een deel van de huidige financiële draagkracht. Teleurstellend is deze TNS-NIPO steekproef uit 2012 waarin de helft van Nederland een basisinkomen niet zit zitten. ‘Mensen moeten werken voor hun geld’ is blijkbaar het adagium in dit land, zelfs in de lage inkomensgroepen. Huidige een-tot-twee-maal-modaal-en-hoger-verdieners hebben geen boodschap aan het basisinkomen, uit financieel oogpunt dan. Het feit dat in deze groepen de beslissers zijn oververtegenwoordigd bemoeilijkt het invoeringsproces in hoge mate.

In de dagelijkse praktijk blijkt een bijstandsuitkering niet toereikend voor de doelstelling van het basisinkomen: “Het is hoog genoeg om zonder luxe van te leven”. Vraag het de man/vrouw in de straat en men zal zeggen dat je tegenwoordig met een bijstandsuitkering in een ordinaire armoedeval zit. Een OBi van € 900 ligt niet zover van de bijstandsuitkering vandaan. Ergo, de kosten zijn veel te hoog geworden terwijl inkomsten relatief sterk zijn gedaald. Volgens een promo-filmpje van de SP is de koopkracht voor lagere inkomensgroepen sinds 1977 zelfs met 30% achteruit gegaan! Aan een van beide kanten zal dus wat moeten veranderen.

Een OBi van € 900 is in mijn ogen veel te weinig in de huidige stand van zaken. De hoogte van een OBi is vooral afhankelijk van de kosten voor levensonderhoud. Vaste lasten zijn heden ten dage veel te hoog. Woonlasten, zorgverzekering en andere constante kosten consumeren niet zelden 60-80% van het netto inkomen. Zodra je die lasten flink omlaag kunt brengen voldoet een lager OBi, misschien zelfs € 900 ...

 Website "Jan Rotmans"

 Verandering van tijdperk (boek)

Nederland zal de komende decennia transformeren naar een nieuwe samenleving waarin de machtsverhoudingen zoals we die nu kennen radicaal zijn omgegooid. Dit is geen idealistisch vergezicht, maar de onontkoombare uitkomst van de kantelperiode waarin Nederland zich nu bevindt.

In het boek 'Verandering van tijdperk' beschrijft Jan Rotmans ook de nieuwe sectoren onderwijs en financiën en geeft daarmee een compleet beeld van Nederland in transitie. Rode draad is dat alle maatschappelijke sectoren hun houdbaarheidsdatum naderen, omdat de mens niet langer centraal staat.

Mensen ontwikkelen zelf alternatieven en voeren die uit. Samen vormen zij de beweging van onderop, essentieel voor de transitie naar een beter aangepaste samenleving en economie. Jan Rotmans geeft in 'Verandering van tijdperk' een concreet en soms ontluisterend beeld van de heftige botsing tussen de gevestigde orde en de opkomende nieuwe orde. Dit boek laat zien wat ons te wachten staat en biedt inspiratie omdat in deze kantelperiode ieder individu en elk initiatief telt; een ieder kan juist nu het verschil maken.

Over de auteur: Jan Rotmans is hoogleraar transitiekunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en internationale autoriteit op het gebied van transities en duurzaamheid. Oprichter van ICIS, DRIFT en Urgenda. Hij is wetenschappelijk nieuwsgierig en maatschappelijk ge­dre­ven, professor en progressor, friskijker en dwarsdenker, koploper en kan­te­laar.

 Website "Nederland kantelt"

Nederland kantelt. Dat is geen overtuiging, dat is een feit. Je zou door de hausse aan negatieve berichtgeving over vallende banken, frauderende bestuurders en stroperige processen bijna denken dat we met zijn allen op een totale black-out afstevenen. Dat is niet waar. Er gebeuren veel goede dingen door enthousiaste en slimme mensen die helaas niet altijd even zichtbaar zijn.

We willen met Nederland Kantelt antwoord geven op de vraag hoe we samen kunnen bouwen aan een spannender, leuker, mooier en energieker Nederland. Een maatschappij waarin we gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor duurzame energie, gezond voedsel en mensgerichte zorg. Niet omdat het moet van de gemeente, de belastingdienst of de leraar, maar omdat je voelt dat je zo wilt leven. Op Nederland Kantelt vind je kantelvoorbeelden en profielen in de domeinen zorg, onderwijs, energie, bouw, cultuur, financiën, water, ruimte en voedsel.

  • Een Kantelaar kan een nieuwe orde en een beweging creëren; is dus eigenlijk een koploper én een verbinder én een strateeg; een zeldzame combinatie.
  • Een Verbinder zet niet zijn eigen idee, project of ego voorop, maar zoekt verbinding met anderen, omdat hij of zij het vermogen heeft te zien waar en wie verbonden moet worden.
  • Een Koploper slaat een nieuwe pad in. Project gedreven zonder interesse in een bredere beweging. Wel een friskijker en een dwarsdenker, met alleen de focus op zijn/haar idee.

Besteedbaar inkomen

Bruto-inkomen verminderd met de inkomstenbelasting, premies voor inkomensverzekeringen zoals tegen werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid, pensioenpremies en soms ook overdrachten tussen huishoudens (zoals alimentatie).

Bruto-inkomen

Inkomen uit arbeid en vermogen plus uitkeringen uit inkomensverzekeringen (bijvoorbeeld vanwege werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of ouderdom), uitkeringen uit sociale voorzieningen (zoals bijstand), gebonden overdrachten (waaronder huurstoeslag en de tegemoetkoming studiekosten) en ontvangen inkomensoverdrachten (zoals alimentatie van de ex-echtgenoot).

Corporatie

Een vereniging van mensen met dezelfde belangen

Gemiddeld inkomen

Het gemiddelde inkomen wijkt af van het modaal inkomen. Dit omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag). Hierbij zit ook de bevolking niet werkt of geen inkomen geniet. In 2011 was het gemiddeld inkomen 33.500 euro per jaar.

Gestandaardiseerd inkomen

Het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden om de inkomens van verschillende typen huishoudens onderling vergelijkbaar te maken.

Kapitalisme

Het kapitalisme is een economisch systeem dat is gebaseerd op investeringen van geld in de verwachting winst te maken. De productiemiddelen zijn meestal in privaat eigendom van een producent die daarbij veelal gebruikmaakt van loonarbeid om meerwaarde te creëren. Geld en kapitaalaccumulatie hebben hierbij de primaire rol overgenomen van de behoeftebevrediging in het economische proces. Hoewel niet aanwezig in elke vorm van kapitalisme, wordt de vrije markt veelal ook gezien als belangrijk kenmerk. Door de uiteenlopende ideeën die, vaak langs ideologische lijnen, in de tijd zijn ontwikkeld over wat het kapitalisme inhoudt, zijn deze kenmerken echter omstreden.

Mediaan inkomen

In de statistiek is de mediaan het midden van een verdeling of gegevensverzameling; dat wil zeggen dat 50% van de getallen onder de mediaan ligt en 50% erboven.

De modus is binnen een frequentieverdeling de waarde of (waarnemings)klasse met de grootste frequentie, of anders gezegd, de waarde of klasse die het vaakst voorkomt.

Bijvoorbeeld: een klas van vijftien leerlingen doet een proefwerk. De cijfers zijn: 4, 5, 6, 6, 6, 6, 6, 7, 7, 7, 7, 8, 8, 8, 8. Het cijfer 6 komt het meest voor (vijf keer) en dat is dus de modus. (De mediaan is 7, het gemiddelde 6,6.). Modaal is de bijvoeglijke vorm van modus en kennen we bijvoorbeeld van modaal inkomen.

Modaal inkomen

In Nederland gebruikt men het begrip modaal inkomen als referentiepunt voor de bepaling van inkomenseffecten van maatregelen door de overheid.

Neoliberalisme

Het streven naar een gereguleerde markt, waarbij marktinvloeden gecombineerd worden met overheidsinvloeden. Hiermee onderscheidde het neoliberalisme zich van het klassiek-liberalisme dat minimale overheidsinvloed beoogt en het socialisme dat méér overheidsinvloed nastreeft. Oorspronkelijk werd het neoliberalisme derhalve geplaatst tussen het socialisme en het klassiek-liberalisme.

Quartaire sector

De quartaire sector omvat de niet-commerciële dienstverlening. Daarbij gaat het om diensten als openbaar bestuur, defensie, onderwijs, zorg, openbare orde en sociale zekerheid. Deze diensten zijn vooral gericht op het welzijn van de burger, maar faciliteren ook het goed kunnen functioneren van de marktsector. In de quartaire sector vallen zowel de overheidsdiensten als de door de overheid deels of geheel gesubsidieerde diensten. Voorbeelden zijn ziekenhuizen, verpleeghuizen, brandweer, justitie, defensie, sociaal werk, cultuursector, wetenschapssector en scholen. De quartaire sector omvatte in 2000 in Nederland 36 procent van het bruto binnenlands product en bood aan 2,3 miljoen mensen werk. De Nederlandse quartaire sector werd in 2000 voor 61% gefinancierd uit collectieve middelen.

Return on Investment

De Engelse term return on investment geeft het rendement op de investering aan. Indien een investering verlies oplevert dan is de R.O.I. een negatief getal. De R.O.I. van een geheel bedrijf kan men berekenen door de nettowinst te delen door de boekwaarde van de totale activa. De R.O.I. van een deelproject kan men berekenen door de specifieke opbrengst voor een project te delen door de specifieke investering.

Shareholder value

Een zakelijke term, soms ook aangeduid als shareholder value maximization of shareholder value model, die de mate van bedrijfssucces (met name winst) vertaalt in de verrijking van de aandeelhouders. Populair geworden vanaf de jaren ’80.

Author: Hans Geurts

Hans is publicist en oprichter van Vinisva, op social media actief als GezondVerstandBurger (@vinisva). Zie Contact voor meer info.


Historie Dossiers