Vinisva - Verbeelding van de Gezond-Verstand-Burger

Feitenjournaal

Typisch gevolg van neoliberaal beleid en individualistisch denken. Je kunt het toepassen op zo'n beetje elk issue. Waar is de collectieve gedachte gebleven? Er wordt alleen nog maar vanuit de eigen situatie geredeneerd. Hieronder een mooi voorbeeld.

CBS: Meerderheid wil dat rokers en drinkers meebetalen aan hulp

De meerderheid van de Nederlanders vindt dat jongeren die te veel drinken de ziekenhuisrekening (deels) zelf zouden moeten betalen. Ook de kosten van hulp bij het stoppen met roken zouden helemaal of gedeeltelijk voor eigen rekening moeten zijn. Dit blijkt uit onderzoek van CBS.

Minder solidair met rokers en comazuipers

Acht op de tien volwassenen vinden dat rokers de kosten van hulp bij het stoppen met roken deels of helemaal zelf moeten betalen. Een zelfde aandeel is van mening dat de kosten van ziekenhuisbehandeling van jongeren bij overmatig alcoholgebruik ten minste gedeeltelijk voor eigen rekening zouden moeten zijn. Daarentegen vindt de meerderheid dat mensen niet zelf hoeven te betalen voor psychische hulp bij een depressie of het overlijden van een dierbare. Over een eigen bijdrage bij andere zorgkosten, zoals een dieetadvies, ivf of een rollator zijn de meningen wat meer verdeeld.

0102030405060708090100

Hulp bij depressie:

 

 

Volledig vergoeden: 80%

Mening over eigen bijdrage, 2014

Helemaal zelf betalen
Gedeeltelijk zelf betalen
Volledig vergoeden
Ziekenhuisbehandeling na overmatig alcoholgebruikHulp bij stoppen met rokenDieetadviesIVF-behandelingenRollatorTotale bodyscanSecond opinionHulp bij verliesHulp bij depressie
%

Bron: CBS - 11-07-2015

      2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2015
1e kwartaal
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar x 1 000 395 466 489 419 355 318 381 435 434 516 647 664
% 4,8 5,7 5,9 5 4,2 3,7 4,4 5 5 5,8 7,3 7,5
Mannen 15 tot 75 jaar x 1 000 196 233 233 188 154 141 184 213 216 260 346 340
% 4,3 5,1 5 4,1 3,3 3 3,9 4,5 4,6 5,5 7,2 7,1
Vrouwen 15 tot 75 jaar x 1 000 200 233 256 231 201 176 197 222 218 255 301 323
% 5,6 6,4 6,9 6,2 5,2 4,5 4,9 5,5 5,4 6,2 7,3 7,8
Arbeidsdeelname; kerncijfers
 
INHOUDSOPGAVE

1. Toelichting
2. Definities en verklaring van symbolen
3. Koppelingen naar relevante tabellen en artikelen
4. Bronnen en methoden
5. Meer informatie

1. TOELICHTING

Deze tabel bevat kwartaal- en jaarcijfers over de arbeidsdeelname in Nederland. De bevolking van 15 tot 75 jaar (exclusief de institutionele bevolking) wordt ingedeeld in de werkzame, werkloze en de niet-beroepsbevolking. De werkzame beroepsbevolking wordt verder ingedeeld op basis van de positie in de werkkring en de gemiddelde arbeidsduur. Voor de verschillende indelingen is een uitsplitsing naar geslacht, leeftijd en onderwijsniveau beschikbaar.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2003

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief.

Wijzigingen per 13 mei 2015:
De kwartaalcijfers over het eerste kwartaal 2015 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De nieuwe cijfers verschijnen zes weken na afloop van ieder kwartaal.

2. DEFINITIES EN VERKLARING VAN SYMBOLEN

Definities:

Beroepsbevolking:
Personen
- die betaald werk hebben (werkzame beroepsbevolking), of
- die geen betaald werk hebben, recent naar betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking).

Werkzame beroepsbevolking:
Personen die betaald werk hebben.

Werkloze beroepsbevolking:
Personen zonder betaald werk, die recent naar werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn.

Niet-beroepsbevolking:
Personen zonder betaald werk die niet recent naar werk hebben gezocht of daarvoor niet direct beschikbaar zijn.

Verklaring van symbolen:

niets (blank) : een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. : gegevens ontbreken
x : geheim
- : nihil
0 (0,0) : het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* : voorlopige cijfers
** : nader voorlopige cijfers

Enkele cijfers zijn afgerond op duizendtallen. Hierdoor kan het voorkomen, dat de som van de detailgegevens afwijkt van het totaal.

3. KOPPELINGEN NAAR RELEVANTE TABELLEN EN ARTIKELEN

Relevante tabellen:
Andere tabellen over de arbeidsdeelname zijn te vinden op StatLine onder het thema Beroepsbevolking.

Relevante artikelen:
Voor meer informatie over de revisie van de cijfers over werkloosheid en de beroepsbevolking, zie de persmededeling van 20 november 2014.

Meer informatie is te vinden op de themapagina Arbeid en Sociale Zekerheid.

4. BRONNEN EN METHODEN

De onderzoeksmethode van deze tabel is te vinden in de onderzoeksbeschrijving van de Enquête beroepsbevolking (EBB).

5. MEER INFORMATIE

Infoservice

Copyright (c) Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen
Verveelvoudiging is toegestaan, mits het CBS als bron wordt vermeld.

Bron: CBS - 11-07-2015

2015

Het CBS verricht veel onderzoek naar ontwikkelingen en achtergronden op sociaaleconomisch terrein. Sociaaleconomische trends is het belangrijkste medium om de resultaten van dit onderzoek in uitgebreidere informatieve artikelen onder de aandacht te brengen. Vanaf 2013 is de Sociaaleconomische trends een online publicatie.
 

29-06-2015Artikel Van alle mannen van 20 tot 65 jaar met werk had 13 procent in 2013 een arbeidsinkomen onder het bijstandsniveau. Werkende vrouwen waren tweemaal zo vaak niet in staat zichzelf financieel te onderhouden. Financiële kwetsbaarheid gaat doorgaans samen met deeltijd werken, meestal tot 20 uur per week. Een deel van de financieel kwetsbaren wil graag een langere werkweek, maar de meerderheid wil niets veranderen of heeft andere redenen waarom ze niet meer uren willen of kunnen werken.

29-06-2015Artikel In dit artikel wordt beschreven  hoe de volwassen bevolking in Nederland over het belang van werken denkt, ofwel hoe het met het arbeidsethos staat. Hoewel werken een belangrijk deel van het leven van volwassenen uitmaakt en door velen als een maatschappelijke plicht wordt gezien, staat werk niet zo centraal in ons leven. De helft van de volwassenen vindt bijvoorbeeld niet dat werken altijd op de eerste plaats komt. En ruim 80 procent zegt dat er belangrijkere dingen in het leven zijn dan werken.

21-05-2015Artikel Dit artikel gaat in op subjectief welzijn, ofwel de mate waarin mensen tevreden zijn metbepaalde aspecten van hun leven, zoals hun financiële situatie, hun gezondheid en hunsociale leven. Met name jongeren en hoogopgeleiden zijn vaker tevreden met verschillendeonderdelen van hun leven in vergelijking met ouderen en lager opgeleiden.

08-05-2015Artikel De kwaliteit van het leven kent meerdere dimensies. Naast inkomen en bezit dragen ook niet-materiële zaken als een goede woonomgeving, gezondheid en veiligheid er aan bij. Waar de Oost- en Zuid-Europese EU-lidstaten achterblijven, scoren Nederland en andere Noordwest-Europese relatief hoog op economisch gerelateerde zaken: het doorsnee inkomen is betrekkelijk hoog en er is relatief weinig werkloosheid. Wel is het opleidingsniveau in Oost-Europa naar verhouding hoog, terwijl Nederland daar – ook ten opzichte van andere Noordwest-Europese landen – achter blijft. Ook voelen Nederlanders zich minder veilig dan veel andere Europeanen.

07-05-2015Artikel In 2012/2013 heeft de helft van de bevolking van 15 jaar en ouder zich minstens één keer per jaar als vrijwilliger ingezet voor een organisatie of vereniging. Dertig procent was maandelijks als vrijwilliger actief. De meeste vrijwilligers zetten zich in voor sportverenigingen, scholen, levensbeschouwelijke organisaties en in de verzorging en verpleging. Vrijwilligers hebben over het algemeen een hoger opleidingsniveau, een kerkelijke achtergrond, zijn autochtoon en van middelbare leeftijd. Ook hebben vrijwilligers vaker betaald werk dan mensen die geen vrijwilligerswerk doen.

24-04-2015Artikel Sociaaleconomische trends 2015: Bijna iedereen in Nederland kan in zijn of haar sociale netwerk terecht voor praktische, persoonlijke of financiële hulp. Daarbij zijn gezins- en familieleden de belangrijkste hulpbron, gevolgd door vrienden. Bij buren en kennissen kunnen mensen minder vaak terecht. Alleen voor klusjes in en om huis en voor toezicht op de woning wordt relatief vaak bij buren aangeklopt. Ouderen kunnen doorgaans minder goed in hun sociale netwerk terecht voor hulp en steun dan jongeren. Ook laagopgeleiden missen soms bepaalde hulpbronnen in hun kring van bekenden.

26-02-2015Artikel Sociaaleconomische trends 2015: Verschillende uitgangspunten leiden tot andere afbakeningen van de beroepsbevolking. In CBS-publicaties over de werkzame en werkloze beroepsbevolking staat sinds februari 2015 de ILO-definitie van de beroepsbevolking centraal. Deze internationaal gehanteerde definitie gaat uit van de productiefactor arbeid. Voorheen werd een definitie gebruikt met als uitgangspunt arbeid als sociaal verschijnsel. Volgens de ILO-definitie ligt de werkloosheid in Nederland lager. Het aandeel van jongeren in de werkloosheid is juist hoger. Wel laten beide benaderingen dezelfde ontwikkeling van de werkloosheid zien.

21-01-2015Artikel Sociaaleconomische trends 2015. Kinderen die opgroeiden in een gezin dat rond moest komen van een uitkering zijn rond hun dertigste lager opgeleid dan hun leeftijdsgenoten. Bovendien moeten deze kinderen ongeacht hun opleidingsniveau later bovengemiddeld vaak zelf ook van een uitkering rondkomen. Het gaat hierbij niet om een caustaal verband, maar om een correlatie en die kan meer oorzaken hebben, zoals erfelijke aanleg en waarden en normen die iemand in de opvoeding meekrijgt. Zoons en dochters zijn het hoogst opgeleid en het vaakst werkzaam als tijdens hun jeugd beide ouders werkzaam waren of als alleen de vader werkte en de moeder geen eigen inkomsten had.

Aanleiding voor deze toevoeging aan de Vinisva databank is een artikel in Follow The Money:

Wanneer gaat de ‘handel in invloed’ over in corruptie?

Lobbyen bij politieke beslissers door belangengroepen en bedrijfsleven is zo oud als de weg naar Rome. Maar waar eindigt opkomen voor belangen en begint ongewenste belangenverstrengeling? Onze Senaat blijkt vol te zitten met lobbyisten. Intussen weigerde Nederland een verdrag te ratificeren tegen deze ‘lobbycratie’.

Hieronder staan 2 websites die waken over integriteit en lobby's. Gegevens kunnen daar interactief worden opgevraagd, gefilterd, etc.

EU Integrity Watch is designed to be a central hub for online tools that allow citizens, journalists and civil society to monitor the integrity of decisions made by politicians in the EU. For this purpose, data that is often scattered and difficult to access is collected, harmonised and made easily available. The platform allows citizens to search, rank and filter the information in an intuitive way. Thereby EU Integrity Watch contributes to increasing transparency, integrity and equality of access to EU decision-making and to monitor the EU institutions for potential conflicts of interest, undue influence or even corruption.

The technology behind the platform (D3.js) was developed by the New York Times in order to make complex datasets accessible to a wider audience. All datasets are also available for download as this platform strongly supports the principles of open software and open data.

The website currently contains two different datasets on the following topics:

  • Data on the members of the European Parliament (MEPs), mainly on their outside activities and incomes
  • Data on lobbying in Brussels. For that we have combined the records of lobby meetings at the European Commission with the information contained in the EU Transparency Register – the register of Brussels lobbyists

Information from the declaration of financial interest of MEPs provides a unique overview of their activities and enables a range of rankings and visual comparisons. It also allows to identify those MEPs with a high degree of external activity and to better monitor them for potential conflicts of interests between their legislative work in the Parliament and their outside activities.

Self-reported data of senior public officials of the European Commission on lobby meetings contains a range of potential important insights on current dynamics and content of lobby activities. Data from the voluntary Transparency Register provides additional information on who those lobbyists are, how much they spent on lobbying, how many people they have working for them and what files and topics they are active on.

All datasets used on Integrity Watch are retrieved from the official websites of the European Institutions. We read out this information on a regular basis and publish the date of the latest update prominently on our websites. EU Integrity Watch is not responsible for the accuracy of the original data published by the EU Institutions. If you are using the data please always confirm your findings with the original information on the websites of the EU Institutions.

EU Integrity Watch was first launched in October 2014 by Transparency International EU (TI EU). The project is co-funded by the Open Society Initiative for Europe (OSIFE), with a contribution by the King Baudouin Foundation (KBF).

For more information on TI EU:

For more information on OSIFE:

For more information on KBF:

Website design:
Tech To The People
Latte Creative

Data extracted and published under the ODBLv1.0 open data licence by parltrack

Website: EU Integrity Watch


Lobbyists in Brussels — Who’s meeting whom? The European Commission has reported over 4,000 meetings with lobbyists in the past six months. Crunch the numbers with POLITICO's interactive tool.

Website: Politico

 

Het blijft een ergernis. De benzineprijs blijft maar hoog terwijl de olieprijs al sinds november 2014 niet meer boven de 80 Euro is gekomen.Toch maar 's wat nader bekijken hoe de benzineprijs is samengesteld.

In juli was een vat ruwe olie in dollar bijna de helft goedkoper dan in dezelfde maand vorig jaar. Benzine daalde in dezelfde periode echter maar 5,1 procent in prijs en kostte in juli 2015 gemiddeld 1,66 euro per liter. Dat de prijs van benzine minder hard daalt dan de prijs van ruwe olie komt voornamelijk door het vaste bedrag aan accijns en de zwakke euro. Daarnaast wordt de prijsontwikkeling van benzine mede bepaald door de ontwikkeling van de kosten en de marges. Dat meldt CBS.

Hoe zit dat precies? In juli 2015 bestond de prijs van een liter Euro95 voor 63,9 procent uit belasting. Accijns vormt veruit het grootste deel van de belasting. Daarnaast is er een kleinere voorraadheffing. Deze belastingen zijn een vast bedrag per liter waardoor de benzineprijs minder mee kan bewegen met de ontwikkeling van de olieprijs. Over de literprijs inclusief accijns en voorraadheffing wordt vervolgens nog btw geheven.

Een eenvoudige opsomming van gegevens over 2014:

Totale bevolking                         16.829.289
Mannen           8.334.385 49,52%
Vrouwen           8.494.904 50,48%
Ongehuwd           7.956.499 47,28%
Gehuwd           6.787.029 40,33%
Verweduwd               863.292 5,13%
20 tot 40 jaar           4.117.652 24,47%
40 tot 65 jaar           5.946.573 35,33%
65 tot 80 jaar           2.201.935 13,08%
80 jaar of ouder               717.089 4,26%
Totaal 20 tot .. jaar         12.983.249 77,15%
Totaal 18 tot .. jaar *         13.386.487 79,54%

* totaal is berekend met gegevens uit onderstaand overzicht.

Bron: CBS

Een wat uitgebreider overzicht van 1950 - 2014:

    1950 1960 1970 1980 1990 2000 2014    
Mannen Totaal leeftijd  4.998.251  5.686.152  6.465.081  6.994.280  7.358.482  7.846.317  8.334.385    
0 jaar      118.626      121.895      125.324        89.230        95.512      103.549        87.763    
1 jaar      123.547      119.088      119.418        89.960        95.236      102.854        90.184    
2 jaar      131.904      117.769      120.501        89.022        95.965        99.191        92.438    
3 jaar      138.267      116.160      120.507        91.361        94.400        99.112        94.351    
4 jaar        99.086      114.212      123.611        92.074        91.932        98.864        95.058    
5 jaar      104.739      114.305      126.546        97.004        90.517      101.584        95.374    
6 jaar      100.543      113.444      125.637      101.429        88.022      101.104        93.242    
7 jaar        91.677      114.676      123.213      110.944        89.140      102.363        95.470    
8 jaar        87.045      112.272      123.813      118.140        91.787      103.404        96.103    
9 jaar        88.354      113.126      119.960      124.217        94.038      104.015        98.946    
10 jaar        86.135      116.400      121.114      128.485        91.080        99.249      102.717    
11 jaar        85.409      121.551      118.715      122.641        91.839        98.575      103.155    
12 jaar        81.548      129.131      117.409      123.335        90.884        99.354      104.107    
13 jaar        82.032      135.367      116.239      123.915        93.215        97.856      105.841    
14 jaar        81.352        96.201      113.964      127.131        93.881        95.309      103.906    
15 jaar        81.667      101.783      114.374      130.327        99.103        94.177      103.223    
16 jaar        80.900        98.019      113.504      129.161      103.612        92.163        99.934    
17 jaar        84.349        90.465      114.719      126.898      113.344        93.812      100.357    
18 jaar        83.188        86.020      112.188      127.451      121.451        96.486      100.920    
19 jaar        85.433        87.430      113.209      124.164      127.538        98.273      105.035    
20 jaar        81.951        84.958      116.375      125.188      132.129        95.015      105.405    
21 jaar        82.030        83.930      121.279      122.315      126.143        96.009      107.317    
22 jaar        79.930        79.796      128.793      120.981      126.716        95.320      108.916    
23 jaar        79.403        79.773      134.780      120.153      128.175        97.853      110.062    
24 jaar        78.885        78.370        97.221      117.822      131.746        99.045      105.979    
25 jaar        79.046        77.935      102.958      118.074      135.145      104.633      105.371    
26 jaar        80.991        76.851        98.758      117.475      133.823      109.257      106.168    
27 jaar        77.962        79.281        91.485      118.679      131.571      119.776      105.274    
28 jaar        78.448        77.887        87.629      115.986      131.257      127.293      103.378    
29 jaar        80.028        79.445        90.392      117.067      128.366      133.816      102.329    
30 jaar        67.146        76.081        86.934      120.050      128.229      138.227        99.539    
31 jaar        65.624        76.013        85.999      125.079      124.951      132.352      100.065    
32 jaar        67.245        74.219        81.147      132.109      122.922      131.793      101.631    
33 jaar        67.762        74.026        81.228      137.418      121.860      133.179      103.460    
34 jaar        66.326        73.811        79.708        99.251      118.719      135.977      100.095    
35 jaar        69.932        74.779        79.474      104.218      118.529      138.409      100.148    
36 jaar        68.606        76.851        78.026        99.757      117.436      136.368        98.600    
37 jaar        68.136        74.649        80.429        92.461      118.086      133.389      100.250    
38 jaar        63.389        75.441        78.304        88.615      115.057      132.162      100.678    
39 jaar        64.548        77.175        80.729        90.658      116.151      129.346      105.018    
40 jaar        65.528        65.045        76.512        87.149      118.389      127.960      109.017    
41 jaar        64.327        63.506        76.202        86.061      123.129      124.882      117.813    
42 jaar        63.397        65.117        73.858        81.203      129.611      122.573      124.804    
43 jaar        61.330        65.605        73.462        80.858      134.782      121.164      130.567    
44 jaar        60.813        64.210        73.235        78.933        97.188      117.821      133.990    
45 jaar        60.237        67.687        73.663        78.360      101.846      117.103      128.325    
46 jaar        58.499        66.226        75.508        76.428        97.192      115.663      127.537    
47 jaar        58.144        65.616        73.257        78.285        89.821      116.274      128.479    
48 jaar        55.401        61.066        73.529        76.489        85.649      112.788      130.798    
49 jaar        52.576        62.155        75.122        78.015        87.602      113.562      132.926    
50 jaar        51.696        63.184        63.239        73.832        83.962      115.379      130.522    
51 jaar        51.019        61.754        61.286        73.259        82.371      119.301      127.708    
52 jaar        50.160        60.764        62.482        70.617        77.249      125.225      126.236    
53 jaar        49.807        58.587        62.732        70.246        76.658      129.775      123.027    
54 jaar        47.320        57.613        61.161        69.616        74.766        93.017      121.705    
55 jaar        45.823        57.048        63.958        69.565        73.602        96.976      118.220    
56 jaar        45.859        55.013        62.098        70.941        71.781        92.118      115.440    
57 jaar        41.874        54.401        61.123        68.265        73.021        84.736      113.652    
58 jaar        41.831        51.542        56.499        67.873        70.708        80.363      109.876    
59 jaar        39.192        48.541        56.864        68.543        71.449        81.499      108.710    
60 jaar        38.313        47.247        56.918        57.048        67.218        77.499      106.712    
61 jaar        37.949        46.126        54.920        54.586        65.886        75.345      106.729    
62 jaar        36.580        44.799        53.233        54.996        62.947        70.100      102.818    
63 jaar        35.138        44.023        50.780        54.185        62.012        68.843      102.636    
64 jaar        34.116        41.382        49.166        52.274        60.398        66.331      103.451    
65 jaar        32.344        39.417        48.150        53.722        59.428        64.468      105.864    
66 jaar        29.949        39.125        45.222        51.203        59.543        61.842      109.724    
67 jaar        29.545        35.174        43.928        49.181        56.454        61.800      112.462    
68 jaar        27.764        34.465        40.729        44.494        54.967        58.852        79.192    
69 jaar        26.037        31.652        37.449        43.576        53.947        58.192        81.446    
70 jaar        25.405        30.439        35.728        42.468        43.993        53.600        76.102    
71 jaar        23.410        29.447        33.985        39.703        40.640        51.614        68.798    
72 jaar        22.227        27.546        31.821        37.180        39.953        47.993        64.114    
73 jaar        20.714        25.626        30.491        34.295        37.951        46.117        63.789    
74 jaar        18.458        23.928        27.989        32.209        35.486        43.062        59.021    
75 jaar        16.816        21.873        25.535        30.293        35.046        40.871        56.032    
76 jaar        15.330        19.376        24.280        27.395        32.181        39.599        50.254    
77 jaar        13.539        18.007        21.112        25.343        29.610        35.960        47.653    
78 jaar        11.265        16.350        19.893        22.414        25.225        33.145        43.860    
79 jaar        10.140        14.444        17.359        19.606        23.164        31.038        40.509    
80 jaar           8.632        13.004        15.826        17.717        21.212        23.642        36.752    
81 jaar           7.391        11.146        14.351        15.667        18.712        20.264        34.491    
82 jaar           6.316           9.754        12.482        13.661        16.297        18.769        30.961    
83 jaar           5.327           8.434        10.480        12.344        13.993        16.286        27.819    
84 jaar           4.423           6.694           9.106        10.397        12.050        14.096        23.739    
85 jaar           3.469           5.342           7.506           8.748        10.499        12.769        20.673    
86 jaar           2.731           4.331           5.896           7.679           8.617        10.548        17.331    
87 jaar           2.032           3.448           4.995           6.135           7.160           8.502        14.778    
88 jaar           1.522           2.351           3.811           5.098           5.719           6.623        11.978    
89 jaar           1.108           1.890           3.089           3.931           4.429           5.260           9.761    
90 jaar              789           1.300           2.278           3.157           3.581           4.044           8.161    
91 jaar              516              959           1.624           2.519           2.689           3.148           5.995    
92 jaar              338              622           1.246           1.898           2.096           2.211           4.572    
93 jaar              201              455              812           1.305           1.610           1.666           3.443    
94 jaar              141              258              561              968           1.133           1.175           2.005    
95 jaar                 92              165              343              716              757              868           1.298    
96 jaar                 67              112              244              432              595              596              892    
97 jaar                 37                 90              183              318              404              351              564    
98 jaar                 33                 37                 48              191              226              235              340    
99 jaar of ouder                 25                 49              109              445              371              301              507     6.572.216 Mannen 18 tot .. Jaar
                     
Vrouwen Totaal leeftijd  5.028.522  5.731.102  6.492.540  7.096.734  7.534.092  8.017.633  8.494.904    
0 jaar      112.111      116.547      119.307        85.213        91.989        98.199        83.190    
1 jaar      116.136      113.270      114.507        85.840        91.136        98.163        85.798    
2 jaar      125.300      111.979      114.670        84.971        91.297        95.356        87.734    
3 jaar      131.051      110.268      115.147        86.362        91.373        93.733        90.515    
4 jaar        94.343      109.243      117.310        88.082        88.260        94.470        90.638    
5 jaar        99.557      107.879      120.089        92.467        86.293        96.998        90.506    
6 jaar        95.348      107.588      119.514        97.213        84.435        96.876        89.370    
7 jaar        86.673      108.645      118.045      106.696        85.116        97.438        90.485    
8 jaar        82.771      106.455      118.904      112.542        88.479        99.065        91.791    
9 jaar        85.290      107.232      114.417      118.649        89.568        98.823        94.875    
10 jaar        83.216      110.315      116.158      122.684        87.242        95.500        97.995    
11 jaar        81.705      114.794      113.124      117.626        87.630        94.254        98.419    
12 jaar        78.207      123.459      112.018      117.498        86.756        94.333        99.469    
13 jaar        78.503      128.680      110.491      118.513        88.108        94.410      101.659    
14 jaar        77.495        91.894      109.279      120.876        89.739        91.542        98.975    
15 jaar        78.186        97.263      108.331      123.884        94.454        89.467        98.447    
16 jaar        77.582        93.245      108.216      122.846        99.464        87.603        96.056    
17 jaar        81.190        85.899      109.230      121.614      109.552        88.633        94.711    
18 jaar        80.128        82.261      106.946      122.409      116.286        92.394        96.576    
19 jaar        81.906        84.812      107.938      118.911      122.532        94.457      100.707    
20 jaar        79.455        82.723      110.878      120.497      126.788        92.550      101.980    
21 jaar        79.947        80.934      115.374      117.788      122.069        93.699      103.950    
22 jaar        77.885        76.875      123.225      116.793      121.515        93.690      106.538    
23 jaar        78.039        76.743      127.282      115.186      123.064        95.193      107.410    
24 jaar        78.476        75.540        91.196      114.515      125.426        97.512      104.752    
25 jaar        80.213        75.738        96.382      113.205      128.590      102.866      103.725    
26 jaar        81.650        74.759        91.504      112.460      127.408      107.763      103.709    
27 jaar        79.059        77.829        84.015      113.011      126.230      117.878      104.316    
28 jaar        80.162        76.656        80.410      110.128      126.184      123.553      102.082    
29 jaar        81.468        78.389        82.826      110.771      122.693      129.436      100.426    
30 jaar        68.175        76.045        80.823      112.827      123.072      132.734        98.207    
31 jaar        66.894        76.635        79.289      116.625      120.107      127.459        99.017    
32 jaar        68.813        75.086        75.398      124.254      118.553      126.336      101.842    
33 jaar        69.236        75.456        75.543      127.805      116.883      127.061      103.056    
34 jaar        67.738        76.089        74.482        92.306      115.567      129.286        99.965    
35 jaar        72.039        77.819        74.793        97.143      113.870      132.347      100.506    
36 jaar        70.953        79.387        73.955        92.348      112.970      130.544        99.347    
37 jaar        70.518        77.033        77.159        84.951      113.313      128.986        99.822    
38 jaar        66.222        78.214        75.946        81.615      109.888      128.263      101.287    
39 jaar        67.039        79.558        78.234        83.995      110.927      125.129      106.032    
40 jaar        68.181        66.802        75.538        82.106      112.864      124.739      110.070    
41 jaar        67.309        65.489        76.224        80.482      116.571      121.682      119.410    
42 jaar        66.262        67.410        74.213        76.448      123.707      119.709      124.446    
43 jaar        64.844        67.787        74.863        76.413      127.426      117.732      129.869    
44 jaar        64.051        66.283        75.366        75.291        92.153      116.079      132.329    
45 jaar        63.058        70.461        76.992        75.376        96.667      114.074      127.095    
46 jaar        61.382        69.268        78.450        74.239        91.651      112.739      125.458    
47 jaar        60.923        69.063        75.950        76.883        84.568      113.043      126.244    
48 jaar        58.969        64.730        77.030        75.928        80.996      109.149      128.042    
49 jaar        56.120        65.364        78.432        77.394        83.459      110.036      130.574    
50 jaar        55.144        66.465        65.807        74.853        81.067      111.486      128.472    
51 jaar        54.210        65.638        64.275        75.216        79.374      114.979      126.798    
52 jaar        53.440        64.459        65.714        72.949        75.211      121.539      125.579    
53 jaar        52.706        62.913        66.224        73.496        74.856      124.620      122.148    
54 jaar        50.117        61.977        64.510        73.734        73.681        90.005      121.072    
55 jaar        48.660        60.891        68.165        75.103        73.547        94.050      117.688    
56 jaar        48.348        59.115        66.919        76.171        72.284        88.935      115.388    
57 jaar        44.237        58.489        66.375        73.808        74.519        82.069      113.072    
58 jaar        44.399        56.298        62.138        74.406        73.192        78.179      110.803    
59 jaar        41.594        53.597        62.740        75.141        74.337        80.521      108.460    
60 jaar        40.274        52.213        63.250        62.867        71.605        77.782      106.685    
61 jaar        39.681        50.945        62.118        61.160        71.767        75.778      106.516    
62 jaar        38.316        49.841        60.298        62.361        69.202        71.556      102.365    
63 jaar        37.510        48.843        58.737        62.310        69.459        70.830      102.717    
64 jaar        35.647        46.013        57.543        60.564        69.217        69.388      103.575    
65 jaar        34.125        44.178        55.985        63.245        70.003        68.791      105.960    
66 jaar        31.963        43.426        53.733        61.954        70.634        67.319      111.406    
67 jaar        31.416        39.260        52.397        60.607        68.008        68.746      113.842    
68 jaar        29.403        38.679        49.995        56.301        68.024        67.048        81.419    
69 jaar        28.221        35.837        46.870        55.996        68.051        67.422        84.445    
70 jaar        27.206        33.830        44.697        56.049        56.291        64.291        79.239    
71 jaar        24.948        32.678        43.105        53.790        53.983        63.876        72.759    
72 jaar        23.771        30.715        41.118        51.546        54.524        60.603        68.587    
73 jaar        22.269        29.161        39.141        49.162        53.671        60.172        69.807    
74 jaar        19.980        26.788        36.077        47.225        51.467        59.043        66.731    
75 jaar        18.382        24.740        33.768        44.676        52.531        58.958        64.067    
76 jaar        16.970        22.210        31.932        41.804        50.212        58.092        59.217    
77 jaar        15.188        20.775        27.552        39.440        47.910        54.666        57.639    
78 jaar        12.742        18.325        25.928        36.326        43.370        53.393        54.970    
79 jaar        11.468        16.952        23.263        32.244        41.642        51.530        53.027    
80 jaar           9.902        14.972        20.527        29.720        40.172        41.510        50.086    
81 jaar           8.797        12.787        18.675        26.746        36.797        38.085        49.360    
82 jaar           7.442        11.270        15.982        24.344        33.677        36.683        46.105    
83 jaar           6.295           9.740        14.149        21.697        30.308        34.254        44.069    
84 jaar           5.127           8.007        12.157        18.564        27.134        31.037        39.665    
85 jaar           4.243           6.381        10.125        16.039        24.072        29.674        36.671    
86 jaar           3.473           5.234           8.083        13.770        20.675        26.128        32.267    
87 jaar           2.448           4.230           6.746        10.746        17.866        22.722        29.465    
88 jaar           2.041           2.928           5.341           9.157        15.042        18.578        26.020    
89 jaar           1.391           2.519           4.282           6.984        11.916        16.113        23.407    
90 jaar           1.061           1.739           3.184           5.543           9.691        13.575        20.186    
91 jaar              707           1.363           2.336           4.325           7.616        10.780        16.373    
92 jaar              487              952           1.638           3.250           5.940           8.518        13.422    
93 jaar              345              589           1.192           2.452           4.537           6.513        10.573    
94 jaar              222              438              772           1.697           3.242           4.776           7.043    
95 jaar              156              276              591           1.151           2.355           3.481           5.085    
96 jaar              128              211              381              839           1.692           2.339           3.759    
97 jaar                 64              129              312              549           1.065           1.592           2.664    
98 jaar                 45                 58              107              334              723           1.087           1.755    
99 jaar of ouder                 35              135              173              644           1.045           1.540           3.054     6.814.271 Vrouwen 18 tot .. Jaar

Bron: CBS

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een factsheet opgesteld met betrekking tot "TTIP en gemeenten":

Het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) waarover de VS en de EU momenteel onderhandelen, heeft als doel de onderlinge handel te vergemakkelijken, bijvoorbeeld door importtarieven af te bouwen en regels en standaarden voor producten onderling af te stemmen.

Er leven ook veel zorgen over TTIP, bijvoorbeeld over de gevolgen voor de werkgelegenheid en Europese normen op het gebied van voedselveiligheid, milieu, privacybescherming en arbeidsnormen. Recent is veel discussie ontstaan over de bescherming van investeerders via het zogenaamde Investor-State Dispute Settlement mechanisme (ISDS).

Omdat er bij de VNG vragen van gemeenten over TTIP zijn binnengekomen, hebben we dit factsheet opgesteld. De VNG schaart zich achter het standpunt van de CEMR (de Europese koepel van decentale overheden) dat de lokale autonomie in het handelsverdrag gewaarborgd moet blijven, zodat lokale en regionale overheden kunnen blijven handelen in het publieke belang en op basis van de hun toebedeelde verantwoordelijkheden.

Op Filosofie.nl staat een mooi lijstje - 15 belangrijke ideeën over economie - met uiteenlopende beschouwingen over de sociaaleconomie.

Lezen/downloaden van invloedrijke boekwerken

O.a. de volgende titels zijn op Internet Archive - non profit library te vinden. Ze zijn te downloaden in diverse formaten, zoals o.a. Kindle, ePub en PDF.

Via de zoekoptie kunt u hier wellicht uw eigen schrijvers of titels boven water halen.

In het licht van de Nieuwe Verlichting is de aangekondige herziening van de vermogensrendementsheffing een bemoedigende maatregel.

Volgens het FD heeft het kabinet concreet het volgende in gedachte

– vrijstelling spaargeld en beleggingen: tot 25 duizend euro per persoon; voor fiscale partners gaat het in totaal om 50 duizend euro

(dit is hoger dan de huidige vrijstelling van 21.330 euro)

– vermogen tussen 25 duizend en 125 duizend euro: effectieve belasting 0,87 procent

(het fictieve rendement zou 2,9 procent bedragen, gebaseerd op gemiddelde rentestanden in de afgelopen vijf jaar; 2,9 procent rendement x 30 procent belasting is 0,87 procent over het vermogen).

– vermogen tussen 125 duizend euro en en 1.025.000 euro: effectieve belasting 1,41 procent

(het fictieve rendement zou 4,7 procent bedragen, gebaseerd op een ‘representatief mandje van aandelen'; 4,7 procent rendement x 30 procent belasting is 1,41 procent van het vermogen)

– vermogen boven de 1.025.000 euro: 1,65 procent effectieve belasting.

(5,5 procent fictief rendement x 30 procent belasting is 1,65 procent van het vermogen)

Uit berekeningen zou volgens het FD blijken dat het nieuwe plan voor 3 miljoen van de 3,3 miljoen mensen die vermogensbelasting betalen in box 3 gunstiger uitpakken; circa 300 duizend Nederlanders met hogere vermogens zouden meer betalen. Het omslagpunt ligt bij een alleenstaande met een vrij vermogen boven de 240 duizend euro.

De stelselwijziging zou het kabinet per saldo niets kosten: de vrijstelling in box 3 gaat omhoog naar 25 duizend euro, maar de nieuwe heffingsmethode leidt ook tot meer inkomsten. Die twee heffen elkaar op. Dit heeft per saldo dus wel een licht nivellerend effect.

Verder zou het kabinet de eenmalige vrijstelling van 52 duizend euro bij het schenkingsrecht voor kinderen per 2017 willen verhogen tot een ton.

Bron: Z24/FD

Over de zogenaamde Robin Hood taks zijn veel mensen blijkbaar ontevreden. Het kan echter alleen maar gaan om het vermogende deel van Nederland en waarom zou die niet een keer aan de beurt zijn? Aan de onderkant is m.i. al meer dan genoeg ingeleverd c.q. pas op de plaats gemaakt.

Zelden liepen de commentaren onderaan een nieuwsbericht zo snel vol als onder het nieuwtje van het FD dat de belasting op sparen wordt aangepast. De (zeer) rijken gaan meer betalen , de rest van de Nederlanders minder. Bovendien wordt de vrijstelling voor alle spaarders verhoogd van 21.330, naar 25.000 euro. Niet geheel onverwacht waren veel lezers niet blij met het plan.

Bron : Z24

Per 1 januari 2015 worden de AOW, Anw, WW, WIA, WAO, ZW, TW, Wajong, Participatiewet (voorheen WWB), IOAW en IOAZ aangepast als gevolg van de stijging
van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2015. Dit komt doordat deze uitkeringen gekoppeld zijn aan het wettelijk minimumloon. Het minimumloon stijgt per 1 januari a.s. van € 1.495,20 naar € 1.501,80 bruto per maand.

Bron: Rijksoverheid.

Het minimumloon in Europa beweegt zich in een zeer breed spectrum. In januari 2015 was het laagste minimumloon (Albanië) ongeveer 10% van het hoogste minimumloon (Luxemburg).

Minimum wages in the EU Member States ranged from EUR 184 to EUR 1 923 per month in January 2015.

File:Minimum wages, January 2015 (¹) (EUR per month) YB15 II.png

Bron: Eurostat - Minimum wage statistics

Bron: CBS - 11-07-2015

Bevolking 15 tot 75 jaar

Omschrijving

Deze groep bestaat uit alle mensen van 15 tot 75 jaar die in Nederland wonen. Mensen die wonen in inrichtingen, instellingen en tehuizen blijven hier buiten beschouwing.

Twee derde is aan het werk

In het eerste kwartaal van 2015 behoorden bijna 12,7 miljoen personen tot de bevolking van 15 tot 75 jaar. Dat zijn er vrijwel evenveel als in het eerste kwartaal van 2014.

Bijna twee derde van hen heeft betaald werk. Zij vormen de werkzame beroepsbevolking. In het eerste kwartaal van 2015 waren dit ruim 8,2 miljoen personen.

Binnen deze groep hadden voltijders de overhand: tegenover 4 miljoen deeltijders stonden bijna 4,2 miljoen voltijders.

Daarnaast behoorden 664 duizend personen tot de werkloze beroepsbevolking. Zij zijn op korte termijn beschikbaar voor werk en hebben ook recent naar werk gezocht.

Het overige deel vormt de zogeheten niet-beroepsbevolking. In het eerste kwartaal ging het om bijna 3,8 miljoen personen zonder betaald werk, die niet recent naar werk hebben gezocht en daarvoor niet direct beschikbaar zijn.

Meer mensen behoren tot werkzame beroepsbevolking

In het eerste kwartaal van 2015 was de werkzame beroepsbevolking 89 duizend personen groter dan begin 2014. Begin 2014 daalde de werkzame beroepsbevolking in het eerste kwartaal nog met 113 duizend ten opzichte van het eerste kwartaal van 2013.

De werkloze beroepsbevolking was in het eerste kwartaal van 2015 57 duizend personen kleiner dan in het eerste kwartaal van 2014. Waren dit in het eerste kwartaal van 2014 nog 721 duizend personen, begin 2015 waren dit er 664 duizend.
 
Het aantal personen dat niet wil of kan werken was begin 2015 kleiner dan begin 2014. In een jaar tijd nam deze niet-beroepsbevolking met 28 duizend personen af.

Bron: CBS02 0004 0006 0008 00010 00012 00014 000

II, 2008:

 

 

Niet-beroepsbevolking: 3 628

Personen van 15 tot 75 jaar, naar arbeidspositie

Totaal 15-75 jaar
Werkzame beroepsbevolking
Werkloze beroepsbevolking
Niet-beroepsbevolking
I2008IIIIIIVI2009IIIIIIVI2010IIIIIIVI2011IIIIIIVI2012IIIIIIVI2013IIIIIIVI2014IIIIIIVI2015

x1.000

 

 

Bron: CBS01 0002 0003 0004 0005 0006 0007 000

 

Bevolking van 15 tot 75 jaar, naar persoonskenmerken

1e kwartaal 2014
1e kwartaal 2015
LaagOnderwijsniveauMiddelbaarHoog 15 tot 25 jaarLeeftijd 25 tot 35 jaar 35 tot 45 jaar 45 tot 55 jaar 55 tot 65 jaar 65 tot 75 jaarMannenGeslachtVrouwen

x 1.000

 

 

StatLine, Binding arbeidsmarkt
Arbeidsmarkt in vogelvlucht

Nederland telt 16.922.672 inwoners op woensdag 8 juli 2015.

Bron: CBS

Bovenstaande teller laat het actuele aantal inwoners van Nederland zien, althans het door het CBS geschatte aantal geregistreerde inwoners. De bevolking groeit niet altijd even snel. Het groeitempo varieert van dag tot dag, van maand tot maand en van jaar tot jaar. Op een werkdag worden er meer kinderen geboren dan in het weekend, in de zomer worden er meer kinderen geboren dan in de winter en in jaren dat het economisch goed gaat is het geboortecijfer hoger dan in perioden waarin men weinig vertrouwen in de toekomst heeft. Er worden gemiddeld per dag ongeveer 480 kinderen geboren. Daar staat tegenover dat er op jaarbasis elke dag 385 mensen overlijden. Verder vestigen zich gemiddeld 490 immigranten per dag in Nederland, terwijl er 395 emigranten vertrekken. Op jaarbasis groeit de bevolking van Nederland met gemiddeld 190 personen per dag. Daarin zijn ook correcties verwerkt die niet door de gemeenten verklaard kunnen worden vanuit hun registers. Omdat het groeitempo van de bevolking varieert, komt de snelheid waarmee de bevolking op dit moment toeneemt niet precies overeen met het gemiddelde groeicijfer per dag. Het tempo waarmee de bevolkingsteller zich aanpast wordt vooral bepaald door de waargenomen ontwikkelingen in de voorlaatste maand. Meer cijfers over de ontwikkeling van het aantal inwoners van Nederland vindt u in StatLine.

Geregistreerde inwoners

Het actuele aantal inwoners van Nederland is een schatting van het CBS die betrekking heeft op personen die in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA) van de Nederlandse gemeenten als ingezetene zijn opgenomen. Het CBS ontvangt dagelijks informatie van de gemeenten over wijzigingen in de GBA. Dit betekent evenwel niet dat het actuele aantal inwoners van Nederland per dag precies bekend is. In de eerste plaats ligt er een korte of soms langere periode tussen het moment dat zich een wijziging in de bevolking voordoet en het tijdstip waarop inschrijving in de GBA plaatsvindt. In het geval van geboorte is die periode meestal kort, maar bij immigratie kan dat langer duren. Zo worden asielzoekers, in de meeste gevallen, pas als ze een half jaar in Nederland verblijven in de GBA ingeschreven. In de tweede plaats is er een onbekend aantal personen dat niet wordt ingeschreven, omdat ze geen verblijfstitel hebben, bijvoorbeeld illegalen. In de derde plaats moeten de berichten door het CBS nog worden bewerkt. Het door het CBS bepaalde aantal inwoners van dit moment berust daarom voor een deel op een schatting. De schatting heeft alleen betrekking op de ingeschreven bevolking en niet op bijvoorbeeld illegalen en evenmin op asielzoekers die wel al in Nederland verblijven maar nog niet in de GBA zijn ingeschreven.

De inkomensongelijkheid in de meeste geïndustrialiseerde landen is op een recordniveau gekomen. De inkomensongelijkheid in Nederland is internationaal gezien relatief laag. Dat blijkt uit een donderdag gepubliceerde studie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Volgens deze denktank verdient de rijkste 10 procent van de totale bevolking van de 34 OESO-landen inmiddels bijna 10 keer het inkomen van de armste 10 procent. Inkomensongelijkheid heeft een negatief effect op de economische groei en ondergraaft de sociale structuur van landen, stelt de OESO.

Een belangrijke oorzaak van de toegenomen inkomensongelijkheid is volgens de denktank dat steeds meer arbeid wordt verricht in deeltijd, op basis van tijdelijke contracten en door zelfstandigen. Meer dan de helft van het aantal banen dat in tussen 1995 en 2013 in de OESO-landen werd gecreëerd valt in deze categorieën.

Bron: Elsevier 21-5-2015

Zie verder de broninformatie op de OECD website (Engels/Frans).

 

De afgelopen tien jaar is het aandeel werkenden met een flexibele arbeidsrelatie in Nederland toegenomen van 15 procent (2004) tot 22 procent (2014). Het aandeel zzp’ers is in diezelfde periode toegenomen van 8 naar 12 procent.

Bron: CBS - 1 juni 2015

Bron: CBS - 11-07-2015

42% procent van de 60- tot 65-jarigen had in 2013 een baan van twaalf uur of meer per week

Meer is te vinden op de website van de Tweede Kamer.

De Universiteit van Leiden heeft - met nauwelijks tot geen kleuring! - op Parlement & Politiek een heleboel politieke nieuwsfeiten en achtergrondinformatie verzameld. Makkelijk voor allerlei naslagdoeleinden.

 

 

De overheidsbegroting van 2015 ziet er als volgt uit:

http://www.rijksoverheid.nl/bestanden/media/infographics/huishoudboekje2015/miljoenennota.jpg        http://roimg.nl/bestanden/afbeeldingen/infographics/prinsjesdag-2014/overheidsfinancien-sept2014-620px.png

Gegevens integraal overgenomen van de website van de Rijksoverheid (klik op afbeeldingen)

Inkomsten overheid 2015                  
  Bedragen x 1 miljard              
Directe belastingen    €        71,8 * Wegens afronding wijkt de som der delen af van het totaal    
Loon- en inkomensbelasting  €        52,4   Directe belastingen zijn de belastingen op inkomen, winst en vermogen. De belangrijkste is de loon- en inkomstenbelasting. Iedereen die een inkomen heeft uit bijvoorbeeld een onderneming, in loondienst is of een uitkering ontvangt, betaalt daarover belasting. Bedrijven in de vorm van een BV (Besloten Vennootschap) of NV (Naamloze Vennootschap) betalen over de gemaakte winst vennootschapsbelasting. Overige directe belastingen zijn bijvoorbeeld dividendbelasting en schenk- en erfbelasting.
Vennootschapsbelasting  €        14,4  
Dividendbelasting  €          2,6  
Schenk- en erfbelasting  €          1,6  
Overige directe belastingen  €          0,7  
Indirecte belastingen    €        74,9 * Wegens afronding wijkt de som der delen af van het totaal    
Omzetbelasting  €        44,7   Dagelijks komen we in aanraking met indirecte (kostprijsverhogende) belastingen. De meest bekende en grootste indirecte belasting is de btw. In de prijs van bepaalde consumptiegoederen is ook accijns opgenomen. Voorbeelden hiervan zijn tabaksproducten, benzine en alcoholhoudende dranken. Overige indirecte belastingen zijn bijvoorbeeld motorrijtuigenbelasting, belasting op personenauto's en motorrijwielen (BPM) en invoerrechten.
Accijnzen  €        11,4  
Overdrachts- en assurantiebelasting  €          3,8  
Belastingen op een milieugrondslag  €          5,1  
Belasting op personenauto's en motorrijwielen (BPM)  €          1,3  
Motorrijtuigenbelasting  €          3,9  
Invoerrechten  €          2,4  
Bankbelasting  €          0,5  
Verhuurderheffing  €          1,3  
Overige indirecte belastingen  €          0,4  
Premies volksverzekeringen    €        37,2 Iedere Nederlander met een inkomen betaalt premies volksverzekeringen. Wie minder verdient, betaalt minder premie. Met de premies volksverzekeringen is iedereen in Nederland verzekerd voor:
AOW (Algemene Ouderdom Wet) is een basispensioen voor mensen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. De AOW-leeftijd is vanaf 2013 stapsgewijs verhoogd naar 66 jaar in 2019 en 67 jaar in 2023;
WLZ (Wet Langdurige Zorg) voor passende zorg aan mensen met blijvende beperkingen, met aandacht voor het individuele welzijn (tot en met 2014 onderdeel van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten).
Anw (Algemene nabestaandenwet) nabestaandenuitkering voor mensen bij wie de inkomsten wegvallen door het overlijden van echtgenoot/partner of ouder.
     
     
     
     
     
     
Premie werknemersverzekeringen    €        53,9 Werkgevers betalen arbeidsongeschiktheidpremies (WIA) en werkloosheidspremies (WW). Hiermee zijn alle werknemers in Nederland verzekerd van een (tijdelijke) financiële ondersteuning bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. Ook betalen werkgevers inkomensafhankelijke zorgpremies aan de overheid voor hun werknemers. Hieruit worden deels, naast de eigen bijdrage en de zorgpremie die mensen zelf aan hun zorgverzekeraar betalen, de kosten voor curatieve medische zorg betaald.
     
     
     
Gasbaten    €          9,1 Gasbaten zijn de inkomsten die voortvloeien uit de verkoop van aardgas. De hoogte van de opbrengst uit aardgas is afhankelijk van de geproduceerde hoeveelheid en ook van de hoogte van de olieprijs en de euro/dollarkoers. De prijs van aardgas is namelijk gekoppeld aan de prijs van olie in dollars.
     

Totale inkomsten 2015       

   €      246,9              

Uitgaven overheid 2015                  
  Bedragen x 1 miljard              
Zorg    €        72,9 De Nederlandse zorg behoort tot de beste van Europa. De kwaliteit van onze zorg neemt hand over hand toe. We leven langer en krijgen meer zorg dan ooit. Dat is goed nieuws, maar stelt ons ook voor steeds hogere kosten. Tegelijkertijd zien we dat veel ouderen langer thuis willen wonen en dat mensen, ook als ze ziek zijn of leven met een beperking, steeds meer zelf kunnen en willen regelen. Nieuwe technologie speelt daarbij een grote rol.
Om de zorg goed en betaalbaar te houden én tegemoet te komen aan de veranderde wensen van mensen, maken we een omslag: zoveel mogelijk zorg zal thuis of dichtbij huis worden geleverd. We pakken we fraude, verspilling en ongepast gebruik van zorg hard aan, zodat elke euro voor de zorg ook daadwerkelijk aan zorg wordt besteed.
Medische zorg (incl. zorgtoeslag)  €              45,8  
Langdurige zorg en verpleging  €              25,6  
Overig  €                 1,5  
     
     
     
Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt      €        77,6 De eerste voorzichtige tekenen van economisch herstel zijn zichtbaar. Wel is er nog steeds sprake van hoge werkloosheid. Het kabinet vindt dit onaanvaardbaar. Komend jaar blijft de aanpak van werkloosheid dan ook speerpunt voor dit kabinet.

De afgelopen jaren heeft het kabinet al veel maatregelen genomen om het hoge niveau van de werkloosheid aan te pakken. Het kabinet richt zich daarbij specifiek op groepen die kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt, zoals jongeren en ouderen. We ondersteunen jongeren en ouderen bij het vinden van werk. Via de sectorplannen ondersteunen we sectoren met het aan het werk helpen en houden van mensen.
AOW en Anw  €              36,0  
Werkloosheidsuitgaven  €              12,6  
Arbeidsongeschiktheidsregelingen  €              11,8  
Kindregelingen  €                 3,2  
Re-integratie en bemiddeling (incl. sociale werkplaatsen)  €                 7,2  
Overig  €                 6,8  
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap    €        33,0 Onderwijs, cultuur, media, wetenschap en emancipatie zijn cruciaal voor een energieke samenleving, een veerkrachtige economie en een betrokken democratie. We hebben wereldwijd gerenommeerde wetenschappers, musea en orkesten. Ons onderwijs wordt in internationale vergelijkingen hoog gewaardeerd. Maar dat is geen reden om de aandacht te verliezen. Onze beste leerlingen worden onvoldoende uitgedaagd. Bovendien staat de samenleving en de wereld om ons heen niet stil. De voortschrijdende digitalisering leidt tot het ontstaan van nieuwe mogelijkheden voor communicatie, onderwijs, cultuurparticipatie en wetenschapsbeoefening. Dit betekent dat wij onze jongeren opleiden voor banen die nu nog niet bestaan en dat werknemers en werkgevers zullen moeten blijven investeren in hun eigen kennis en know-how.
Basisonderwijs  €              10,0  
Voortgezet onderwijs  €                 7,5  
Hoger onderwijs  €                 6,9  
Beroeps- en volwasseneneducatie  €                 4,1  
Studiefinanciering  €                 1,5  
Onderzoek en wetenschapsbeleid  €                 1,0  
Cultuur  €                 0,7  
Media  €                 0,8                
Overig  €                 0,5                
Gemeente en Provinciefonds       €        18,4 Het Gemeentefonds is een fonds op de rijksbegroting dat wordt gevuld uit de belastingen. Gemeenten krijgen elk jaar geld uit het Gemeentefonds om een deel van hun uitgaven te betalen. Gemeenten mogen zelf bepalen waar ze dit geld aan besteden. Zij gebruiken het geld voor bijvoorbeeld fietspaden en schoolgebouwen. Ook provincies krijgen elk jaar geld van het Rijk, uit het Provinciefonds, om een deel van hun uitgaven te betalen: de algemene uitkering. Provincies besteden dit aan bijvoorbeeld wegenonderhoud, bodemsanering en de aanleg van recreatiegebieden.
Gemeentefonds  €              15,7  
Provinciefonds  €                 1,0  
Overig  €                 1,7  
Buitenlandse Zaken/Internationale Samenwerking  €        10,6 Nederland is door zijn open economie voor welvaart en veiligheid afhankelijk van het buitenland. Door een actieve rol bij EU, NAVO en VN draagt de overheid bij aan vrede en veiligheid in de wereld en beschermt ze Nederlandse belangen. Bijvoorbeeld door Nederlandse bedrijven in het buitenland in contact te brengen met lokale ondernemers of voor ze te bemiddelen bij buitenlandse overheden. Daarnaast helpt de overheid Nederlanders die in het buitenland op reis zijn of daar wonen als ze zich in een crisissituatie bevinden. Nederland ondersteunt internationaal de mensenrechten en geeft hulp en stimuleert de economie in ontwikkelingslanden. Deze landen krijgen ook hulp bij de opbouw van politie en justitie, want een gezonde economie heeft een goed functionerende rechtsstaat nodig.
     
     
     
     
     
Infrastructuur en Milieu    €          9,2 Een leefbaar, bereikbaar en veilig Nederland met een sterk concurrerende internationale positie: daar staat het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) voor. Daarvoor werkt het ministerie aan oplossingen voor grote uitdagingen waar Nederland voor staat op het gebied van klimaatverandering, waterveiligheid, milieu, ruimtelijke inrichting en bereikbaarheid.
Rijksbijdrage investeringen in wegen, vaarwegen en spoorwegen  €                 5,3  
Rijksbijdrage investeringen in Waterveiligheid en zoetwater  €                 1,1  
Bijdrage aan mede-overheden voor Verkeer en Vervoer (BDU)  €                 1,8  
Milieu (Klimaat, Lucht en Geluid)  €                 0,1  
Ruimtelijke Ontwikkeling  €                 0,2  
Overig  €                 0,7  
Veiligheid en Justitie       €        10,0 Veiligheid en Justitie gaat in 2015 verder met het veiliger maken van Nederland en het versterken van de rechtsstaat.
De Veiligheidsagenda 2015-2018 richt zich op belangrijke prioriteiten als aanpak van ondermijnende criminaliteit, cybercrime, fraude en kinderporno. Bij bestrijding van High Impact Crimes ligt de nadruk op het verhogen van het oplossingspercentage, het afpakken van crimineel vermogen en een zorgvuldige bejegening van slachtoffers.
Nationale veiligheid vraagt om intensieve aanpak van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit. Om de democratische rechtstaat te beschermen zet het ministerie krachtig in op bestrijding van extremisme en terrorisme en het vroegtijdig herkennen van radicalisering en introduceert hiervoor nieuwe maatregelen en wetgeving.
Door versterking van de strafrechtketen en digitalisering van het aangifteproces worden procedures transparanter en prestaties zichtbaar. Slachtoffers kunnen sneller en beter worden geholpen en waar nodig (juridisch) bijgestaan.
     
     
     
     
     
     
     
     
Rentelasten staatsschuld       €          8,4 De Rijksoverheid heeft in het verleden en ook de laatste jaren meer geld uitgegeven dan er binnenkwam. En heeft geld moeten lenen om alle uitgaven in die jaren te kunnen betalen. Nederland heeft daarmee een schuld opgebouwd. Net als ieder ander, die geld leent, moet ook de overheid over die schuld rente betalen. Jaarlijks bedragen deze rentebetalingen miljarden euro.
De staatsschuld omvat alleen de schuld van het Rijk, de rentelasten hierover bedragen 8,4 miljard. De overheidsschuld (EMU-schuld) bestaat uit de schuld van de gehele overheid: centrale overheid (Rijk en overige centrale overheid), decentrale overheden en sociale fondsen. Voor 2015 bedraagt deze schuld 467 miljard.
     
     
     
     
Defensie       €          7,3 * In de Miljoenennota 2015 is aan totaal uitgaven voor Defensie 7,3 miljard opgenomen. Dit is 7,7 miljard minus 323 miljoen ontvangsten.
      De Nederlandse Krijgsmacht acteert in een wereld waarin de veiligheidssituatie voortdurend verandert. Dit is direct of indirect van invloed op de Nederlandse belangen. Dit vraagt om een krijgsmacht die slagvaardig en betrouwbaar is. Vanaf 2015 krijgt Defensie er in de begroting extra geld bij, resulterend in € 100 miljoen per jaar vanaf 2017. De nationale en internationale veiligheidssituatie nopen voorts tot een verdere opwaartse aanpassing van het ambitieniveau van de krijgsmacht. Dit zal gevolgen hebben voor de samenstelling en toerusting van het materieel en personeel van de krijgsmacht, en zo ook voor het bijbehorende niveau van de defensiebestedingen. Een trendbreuk dus! Goed werkgeverschap blijft daarbij centraal staan. De intentie is om deze trendbreuk de komende jaren, waar dat mogelijk en nodig is, verder vorm te geven. In 2015 richt Defensie zich op het verbeteren van de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht. Hiermee kan de slagkracht van de krijgsmacht, in het belang van Nederland, worden versterkt.
     
     
     
     
     
     
Economische Zaken     €          4,4 * Wegens afronding wijkt de som der delen af van het totaal    
Excellent ondernemersklimaat  €                 0,3   Het economisch herstel zet voorzichtig door. De Nederlandse economie groeit weer, de export en bedrijfsinvesteringen nemen toe. We zijn ons bewust van de risico's voor onze economische groei, zoals recente geopolitieke ontwikkelingen en toenemende wereldwijde concurrentie. Maar zien ook de kansen die technologische vernieuwing, een betere werking van de Europese interne markt en een sterkere rol van ICT bieden.
In 2015 wil het kabinet dat ondernemers, samen met onderzoekers en de overheid, blijven innoveren en groeien om zo onze economie en natuurlijke omgeving te versterken. We zorgen voor beter financiering voor ondernemers, versimpelen regels, stimuleren innovatie, openen buitenlandse afzetmarkten en ondersteunen de land- en tuinbouwsector om een wereldspeler van formaat te blijven. Bovendien werken we aan een duurzame en betrouwbare energievoorziening.
Zo zorgen we voor meer werk en inkomen, met ruimte voor de natuur en een goede leefomgeving.
Innovatievermogen  €                 0,7  
Natuur, landbouw, visserij  €                 1,4  
Natuur, groene groei  €                 0,3  
Energie  €                 1,6  
     
     
Financiën    €          4,1 * Inclusief het BTW-compensatiefonds        
      Het ministerie van Financiën werkt aan een financieel gezond Nederland. Samen met de Belastingdienst zorgt het ministerie voor een groot deel van de inkomsten van de overheid en ziet aan de andere kant toe op een doelmatige besteding van het overheidsgeld. Financiën is verantwoordelijk voor de fiscale wetgeving en maakt daarnaast regels voor een goed functionerende financiële sector en het toezicht daarop. In Europa en in de rest van de wereld behartigt het ministerie de financiële belangen van Nederland.
     
     
     
Wonen en Rijksdienst       €          3,0 De woningmarkt veert weer op. Door rust en duidelijkheid te bieden werkt het kabinet aan het herstel van het vertrouwen en het verder in beweging krijgen van de woningmarkt. Het kabinet gaat daarom door op de ingeslagen weg.
Woningcorporaties gaan weer terug naar waar ze voor zijn: het betaalbaar huisvesten van mensen met een lager inkomen. Voor bouwers en beleggers wordt het zo interessanter om te investeren in middeldure huurwoningen; daar is veel vraag naar. Ook wil het kabinet meer vormen van tijdelijke huurcontracten. Daardoor kunnen bijvoorbeeld jongeren en starters sneller aan woonruimte komen.
De hervormingen die de overheid in eigen huis doorvoert, zijn in volle gang. De overheid moet dienstverlenender en efficiënter werken. Gezamenlijk inkopen en het bundelen van diensten (financiën, ict, personeel) bespaart geld. Gebouwen die de kleinere overheid niet meer nodig heeft, worden verkocht. Zo krijgen ze een nieuwe bestemming.
     
     
     
     
     
     
     
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties     €          0,7 Een goed functionerend openbaar bestuur is van belang voor het welbevinden van de inwoners van Nederland, voor het draagvlak voor de democratie en als basis voor een duurzame economische groei.

Ons openbaar bestuur staat voor nieuwe uitdagingen in een veranderende samenleving. Vanaf 1 januari 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdhulp, de langdurige zorg en de begeleiding naar werk. Daarnaast vragen mensen vaker ruimte om taken over te nemen die oorspronkelijk in handen waren van de lokale overheid.

Steden vormen steeds meer de economische centra van ons land waarbij bestuurlijke creativiteit kan zorgen voor verdere groei en dynamiek. Integriteit van bestuurders is van belang voor het vertrouwen dat burgers in hen stellen, evenals een passend salaris uit publieke middelen. Tot slot dienen overheidsfinanciën op orde te zijn, in Nederland en in de drie andere landen in het Koninkrijk (Curaçao, Sint Maarten en Aruba).
     
     
     
     
     
     
     
     
     
Overig    €          0,1 Algemene Zaken (AZ) is het ministerie van de minister-president. AZ verzorgt de voorbereiding en ondersteuning van de ministerraad. Daarnaast coördineert het ministerie de communicatie van de Rijksoverheid. De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid, onderdeel van AZ, onderzoekt langetermijnontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het regeringsbeleid.
Naast de grondwettelijke uitkeringen aan drie leden van het Koninklijk Huis (Koning, Koningin en Prinses Beatrix) bestaan de uitgaven voor het grootste gedeelte uit personele en materiële uitgaven ter ondersteuning van het Koninklijk Huis.
Onder andere: Algemene Zaken, Adviesorganen en Staten-Generaal, waaronder de volgende posten:  
Begroting Algemene Zaken, Kabinet van de Koning en CTIVD  €                 0,1  
Begroting van de Koning  €                 0,0  
     
Totaal uitgaven    €      259,7              
                   
Begrotingstekort 2015    €       -12,8 Verschillen in afronding?            

De harde cijfers is een website met allerlei cijfermateriaal. Helaas niet even up-to-date allemaal, maar toch een mogelijke bron voor de datajournalist. De website wordt overigens gesponsord door Sparen.nl.

 

Bron: CBS - 11-07-2015

CBS | Sociaaleconomische trends, juni 2015 | 07

In dit artikel wordt beschreven hoe de volwassen bevolking in Nederland over het belang van werken denkt, ofwel hoe het met het arbeidsethos staat. Hoewel werken een belangrijk deel van het leven van volwassenen uitmaakt en door velen als een maatschappelijke plicht wordt gezien, staat werk niet zo centraal in ons leven. De helft van de volwassenen vindt bijvoorbeeld niet dat werken altijd op de eerste plaats komt. En ruim 80 procent zegt dat er belangrijkere dingen in het leven zijn dan werken. Jongeren, hoger opgeleiden en vrouwen hebben over het algemeen minder arbeidsethos dan ouderen, laagopgeleiden en mannen.

  

Het migratiesaldo (immigratie -/- emigratie) over de jaren

Bron: CBS

  Immigratie Emigratie Migratiesaldo
1999 119 151 78 779 40 372
2000 132 850 78 977 53 873
2001 133 404 82 566 50 838
2002 121 250 96 918 24 332
2003 104 514 104 831 -317
2004 94 019 110 235 -16 216
2005 92 297 119 725 -27 428
2006 101 150 132 470 -31 320
2007 116 819 122 576 -5 757
2008 143 516 117 779 25 737
2009 146 378 111 897 34 481
2010 154 432 121 351 33 081
2011 162 962 133 194 29 768
2012 158 374 144 491 13 883
2013 164 772 145 669 19 103

 

Waarom verbaast onderstaand artikel mij niet? Het blijkt dat de door burgers betaalde AWBZ premies NIET aan zorgkosten worden besteed. Uiteraard zal er wel weer van alles af te dingen zijn, maar mij gaat het hier vooral om het principe. Ik ben er namelijk ook van overtuigd dat er veel te veel en vaak schimmige trajecten worden gevolgd in Den Haag.

Op de website van Niburu is op 28 augustus 2015 een actie gestart om als burger geld terug te vragen. Zelf heb ik de voorgestelde brief niet verzonden, omdat ik nogal wat vragen en twijfels heb over de achtergronden én de tekst in de brief zelf. In elk geval vreemd is dat de actie meer dan één jaar na verschijning van onderstaand artikel wordt gestart. Nergens is te vinden waarom. 

Kortom, onderstaand artikel met bevestigde data wordt wat mij betreft in de feitenhoek geplaatst, zonder er op dit moment verder consequenties aan te verbinden. Een verdere uitwerking vond plaats in dit SP-artikel.

Het AWBZ-bedrog - Henk van Gerven    

12 augustus 2014
 

Economen, managers en de meeste politici bestoken ons de laatste jaren onophoudelijk met de mantra dat de kosten voor de AWBZ en dan met name de zorg voor ouderen te hoog zijn en in de toekomst onbetaalbaar. Wat ze er niet bij vertellen is dat sinds de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001 maar liefst 70 miljard (!) van de AWBZ-premies niet zijn besteed aan zorguitgaven maar door de politiek voor andere doeleinden worden benut. Na een reeks van Kamervragen bevestigde staatssecretaris Van Rijn onlangs dit gegeven: zie de volgende tabel:

Uit deze tabel valt op te maken dat vanaf 2001 de premieopbrengsten (A + B) hoger waren dan de zorguitgaven (E). Dit verschil staat in kolom G. Dat betekent dat voor het jaar 2013 6 miljard van de opgebrachte premies van 34 miljard niet aan AWBZ-zorg maar aan andere zaken werd uitgegeven. In de jaren 2001 tot en met 2013 is maar liefst 70 miljard van de AWBZ-premies afgeroomd voor andere doeleinden. Het is heel merkwaardig dat dit gegeven zo weinig aandacht heeft getrokken in de pers en de media.

 

In werkelijkheid bestaat er dus geen tekort bij de AWBZ als we kijken naar de premieopbrengsten. En dat in het besef dat de AWBZ-premie alleen over de eerste en tweede belastingschijf wordt geheven. De SP heeft het CPB gevraagd uit te rekenen wat er gebeurt als de AWBZ meer solidair over alle belastingschijven zou worden geheven en de opgebrachte premiegelden ook daadwerkelijk alleen aan zorg zouden worden uitgegeven.

 

Ruim driekwart van de huishoudens gaat er dan op vooruit, waarbij de laagste inkomens er gemiddeld ruim 2 procent op vooruit gaan en de allerhoogste inkomens (meer dan 5 maal het wettelijk minimumloon) er gemiddeld ruim 3 procent op achteruit gaan.

 

Deze gegevens maken duidelijk dat de AWBZ betaalbaar is uitgaande van de huidige opbrengsten en dat de betaalbaarheid voor driekwart van de huishoudens verder verbetert als we de premieheffing meer solidair maken. Het is derhalve een politieke keuze of we dit geld willen besteden aan de langdurige zorg.

 

Als hulpverlener is het goed je niet gek te laten maken door de mantra: de zorg is onbetaalbaar. Dat leidt tot onnodig cynisme. De miljardenbezuinigingen van dit kabinet zijn immers onnodig. Wat niet wegneemt dat er veel te besparen valt zonder te bezuinigen. Bijvoorbeeld door het afschaffen van de concurrentie tussen zorginstellingen, het afschaffen van de verantwoordingsbureaucratie en het kleinschaliger organiseren van de zorg.

 

Henk van Gerven
Kamerlid SP en oud-huisarts

Bron: Medisch Contact

Veel meer oudere ingeschreven werkzoekenden

De toename van ouderen in de UWV-bestanden is te verklaren door een aantal belangrijke ontwikkelingen. Allereerst de algehele veroudering van de bevolking: er waren in 2014 ruim anderhalf keer meer Nederlanders van 55 tot 65 jaar dan begin jaren negentig. Ook is de bruto arbeidsparticipatie van 55-65-jarigen flink toegenomen – dat wil zeggen dat meer mensen in die leeftijdsgroep betaald werk hebben of werkloos zijn. De lagere arbeidsparticipatie in 1990 is voor een deel te verklaren doordat werknemers toen vaker dan nu vervroegd met pensioen gingen of een WAO-uitkering hadden.

Kans op werk voor oudere werklozen relatief klein

In de laatste tien jaar liep de arbeidsparticipatie van 55-65-jarigen op van 44,6 naar 64,9 procent. Sinds 2008 nam vooral het aantal werklozen toe. De kans op het vinden van werk is voor oudere werklozen relatief klein. In de leeftijdsgroep 15 tot en met 45 jaar uit 2013 had bijna de helft een jaar later betaald werk. Van de 45- tot 75-jarige werklozen was dat ruim een op de vijf.

Bron: CBS

Bron: CBS - 11-07-2015

Wat is mijn besteedbaar inkomen?

Het besteedbaar inkomen is het nettobedrag dat een huishouden op jaarbasis te besteden heeft. Dit bestaat in grote lijnen uit het bruto-inkomen verminderd met afgedragen premies en belastingen.

Voor werknemers en uitkerings- en pensioenontvangers is een grove schatting van het netto jaarinkomen dertien keer het ontvangen nettomaandbedrag (twaalf maanden plus één maand vakantiegeld). Voor zelfstandigen bestaat het nettojaarinkomen uit de winst na belasting. Het huishoudensinkomen is het jaarinkomen van alle leden opgeteld. Hieraan moet eventueel ontvangen huurtoeslag, kinderbijslag, kindgebonden budget en tegemoetkoming studiekosten nog toegevoegd worden.

Deze schatting houdt nog geen rekening met allerlei kleinere en grotere posten die het besteedbaar inkomen beïnvloeden. Om het huishoudensinkomen nog nauwkeuriger te bepalen moeten de netto inkomsten uit vermogen (het saldo van ontvangen en betaalde rente, dividend etc.) en de netto ontvangen partneralimentatie meegeteld worden, terwijl betaalde partneralimentatie en de ziektekostenpremie betaald aan verzekeraars nog moet worden afgetrokken.

Van besteedbaar inkomen naar gestandaardiseerd inkomen

Het maakt veel uit hoeveel mensen binnen een huishouden van een bepaald inkomen moeten leven. Om het inkomen van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling vergelijkbaar te maken wordt het inkomen gestandaardiseerd. Dit gestandaardiseerde inkomen wordt ook wel koopkracht genoemd.

Standaardiseren gebeurt door het besteedbare huishoudensinkomen te delen door een factor die uitdrukt hoe groot het schaalvoordeel is bij het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Hierbij is het eenpersoonshuishouden als norm gekozen. Voor deze huishoudens is de factor gelijk aan 1. Er wordt voor elke extra volwassene 0,19 tot 0,37 en voor elk extra minderjarig kind 0,15 tot 0,33 aan deze factor toegevoegd.

Voor een echtpaar zonder kinderen bedraagt de factor bijvoorbeeld 1,37. Een alleenstaande met een besteedbaar inkomen van 10 duizend euro en een echtpaar met een besteedbaar inkomen van 13,7 duizend euro bevinden zich dus op een even hoog welvaartsniveau: na standaardiseren bedraagt de koopkracht voor beide huishoudens 10 duizend euro.

De factor waardoor gedeeld wordt noemt het CBS de equivalentiefactor. Voor de meest voorkomende groepen is hij in de onderstaande tabel opgenomen. Zo bedraagt de equivalentiefactor voor een eenoudergezin met twee minderjarige kinderen 1,51.

 

Equivalentiefactoren
 
   
Aantal kinderen jonger dan 18 jaar
    0 1 2 3 4
Aantal volwassenen            
1   1,00 1,33 1,51 1,76 1,95
2   1,37 1,67 1,88 2,06 2,28
3   1,73 1,95 2,14 2,32 2,49
4   2,00 2,19 2,37 2,53 2,68

Author: Hans Geurts

Hans is oprichter en hoofdredacteur van Vinisva, actief als tweeter - volg @vinisva - en publicist van uiteenlopende artikelen. Zie Contact voor meer info.


Op Filosofie.nl staat een mooi lijstje - 15 belangrijke ideeën over economie - met uiteenlopende beschouwingen over de sociaaleconomie.

Lezen/downloaden van invloedrijke boekwerken

O.a. de volgende titels zijn op Internet Archive - non profit library te vinden. Ze zijn te downloaden in diverse formaten, zoals o.a. Kindle, ePub en PDF.

Via de zoekoptie kunt u hier wellicht uw eigen schrijvers of titels boven water halen.


Artikelquote "15 belangrijke ideeën over economie"

#15 Wereldwijde markt

Globalisering leidt tot een rijker aanbod van goederen en diensten.
Paul Krugman (1953)


 
Wat is het?
Een verfrissende kijk op globalisering. Nog nooit was er zo’n gevarieerd aanbod aan goederen en diensten.

Wat doet het?
Laten zien dat het klassieke model tekortschiet. Consumenten blijken gevoelig voor accentverschillen en couleur locale.
 
Leidt globalisering ertoe dat we allemaal op elkaar gaan lijken? Deze vrees weerlegt de Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar Paul Krugman in een beroemd artikel in de Journal of International Economics. Internationalisering blijkt het best te voorzien in de behoefte aan diversiteit. Voorheen was de gedachte dat landen zich specialiseren in bepaalde producten, zoals auto’s. Die kunnen ze dan weer verhandelen met, laten we zeggen, landbouwgewassen uit andere landen. Tot zover de theorie, want consumenten willen niet zomaar een auto. Ze zijn op zoek naar een bepaald merk. Dus legt het ene land zich toe op de productie van merk A en het andere op merk B. Het resulteert erin dat de catalogus met autotypes nog nooit zo dik is geweest, dus hoezo eenheidsworst?
 
Mensbeeld
Vaak is de gedachte dat we precies zouden willen wat de buurman heeft. Het betoog van Krugman duidt eerder op het omgekeerde. Weliswaar is ook zijn antropologie gebaseerd op de gedachte dat we vergelijkende wezens zijn. Maar dat vergelijken leidt ertoe dat we ons bij voorkeur juist afzetten tegen de buurman. Met andere woorden, liever een auto van het merk A als hij er een van merk B op zijn oprit heeft staan. De behoefte aan variatie is groot.
 
Maatschappijbeeld
Een wereldwijde markt is het best in staat om in de behoefte aan verscheidenheid te voorzien. Krugman is echter geen klassieke liberaal die elke vorm van overheidsbemoeienis weigert. Hij typeert zichzelf weliswaar als liberal, maar dat staat min of meer gelijk aan wat wij hier verstaan onder een sociaal-democraat. Dat maakt ook begrijpelijk waarom hij zich in de huidige financiële crisis opstelt als neo-keynesiaan. Net als de Engelse econoom in de jaren dertig is Krugman voorstander van een ruimhartig stimulerinsgbeleid. Hij is daarom ook zeer kritisch op de harde bezuinigingen in de eurozone. 

#14 Libertarisme

Vrije mensen dankzij de vrije markt
Milton Friedman (1912-2006)



Wat is het?
Een oproep aan de overheid. Geld in de economie pompen leidt tot inflatie.

Wat doet het?
Waarschuwen om het marktmechanisme niet te verstoren. Economische vrijheid gaat vooraf aan politieke vrijheid.

De werkloosheid terugdringen door minder te bezuinigen? Het is een suggestie die in crisistijd steeds luider klinkt, maar volgens de Amerikaanse econoom Milton Friedman moeten we er niet aan toegeven. In A Monetary History of the United States, 1867–1960 (1963) zet hij het monetarisme uiteen waar hij zijn faam aan dankt. De prijzen stabiel houden, dáár zou het beleid op gericht moeten zijn. Als de overheid extra geld in de economie pompt, bewerkstelligt ze precies het tegenovergestelde effect: inflatie. Misschien zorgt deze maatregel tijdelijk voor iets minder werkloosheid. Maar zodra werknemers doorhebben dat de geldontwaarding hun koopkracht uitholt, gaan ze meer loon vragen. En zo zijn we terug bij af, want dure arbeid is slecht voor de werkgelegenheid.

Mensbeeld
Hoe meer vrijheid, hoe beter. Een grotere pleitbezorger van de libertarische mensvisie dan Friedman komen we niet snel tegen. In hun vrijheidsliefde zijn libertariërs de overtreffende trap van het liberalisme. De vrijheid moest verdedigd worden tegen de overheid die zij steeds meer taken naar zich toe zagen trekken. Dit frustreert niet alleen het ondernemerschap, maar iedereen moest zich volgens Friedman zorgen maken over deze inmenging in de privésfeer. Logisch dus dat hij al in de jaren zestig pleitte voor afschaffing van de dienstplicht.
 

Maatschappijbeeld
Het belang van economische vrijheid voor een samenleving kan nauwelijks overschat worden. De vrije markt gaat namelijk vooraf aan onze politieke rechten, betoogt Friedman. Ga maar na wat er overblijft van de vrije pers als de overheid te veel zeggenschap heeft over de productiemiddelen, zoals drukkerijen en internet. Hoeveel ruimte is er in zo’n maatschappij nog om afwijkende meningen te verkondigen? Inderdaad, bar weinig, en dissidenten krijgen het zwaar. Daarom moet de overheid niet meer dan een paar kerntaken vervullen, zoals zorgen voor de openbare orde en optreden tegen monopolievorming. Maar verder geldt: afstand houden.

#13: Animal laborans

De mens is meer dan een werkend dier.
Hannah Arendt (1906-1975)
 


Wat is het?
Een wake-up call. Politiek wordt steeds meer overwoekerd door economie.

Wat doet het?
Laat zien dat onze bestemming ligt in de politiek – wij zijn meer dan dagloners.
 
In hoeverre hebben we recht op een fatsoenlijke levensstandaard? De opgeschroefde verwachtingen ten aanzien van de politiek herleidt de Duitse filosofe Hannah Arendt in The Human Condition (1958) tot het oprukken van de animal laborans. Kenmerkend aan deze figuur is dat zijn arbeid de steeds terugkerende noden lenigt. Als iemand een maaltijd bereidt, stilt dat slechts tijdelijk de honger. Gaandeweg, zegt Arendt, is de verantwoordelijkheid voor ons levensonderhoud komen te verschuiven van de private naar de publieke sfeer, van het huishouden naar de verzorgingsstaat. Met als nefast gevolg dat het politieke debat verschrompelt tot discussies over koopkrachtverlies en maatregelen om deze te voorkomen. 
 
Mensbeeld
We zijn handelende wezens. Met deze antropologie zet Arendt zich af tegen zowat de hele geschiedenis van de filosofie, die de mens immers zag als ‘redelijk dier’. Ze hanteert een bijzondere definitie van handelen. Hiervan is sprake zodra iemand het publieke domein betreedt en zijn standpunten in alle vrijheid kenbaar maakt – bijvoorbeeld via het burgerinitiatief of een ingezonden bief in de krant. Hoewel arbeiden en werken ook belangrijke activiteiten zijn, ligt onze bestemming in de politiek. De mens is een zoön politikon – of zou dat moeten zijn.
 
Maatschappijbeeld
We moeten ons spiegelen aan het Athene van 2500 jaar geleden. In de toenmalige polis was de politiek nog niet overwoekerd door de economie en deed ze wat ze moest doen: een ruimte scheppen voor burgers om hun zegje te doen en mee te beslissen over het beleid. De directe democratie van weleer wakkerde als vanzelf een actief burgerschap aan. Overigens kon deze maatschappijvorm alleen bestaan dankzij de bescheiden omvang van de Atheense stadstaat. Met het miljoenenelectoraat van tegenwoordig is een representatieve of indirecte democratie onvermijdelijk. En ja, dat leidt er ook toe dat sommige kiezers politiek zien als niet meer dan eens in de zoveel tijd stemmen.

#12: Rationeel egoïsme

Neem een voorbeeld aan ondernemers.
Ayn Rand (1905-1982)


 
Wat is het?
Een frontale aanval op de verzorgingsstaat. Welvaartsdeling gaat ten koste van de vrijheid.

Wat doet het?
Afrekenen met alle maatschappijvormen, behalve het kapitalisme. Dit respecteert als enige onze individuele rechten.
 
Is de verzorgingsstaat de morele correctie op het kille kapitalisme waar hij vaak voor gehouden wordt? Nee, daar komt juist het gevaar vandaan, zegt de Russisch-Amerikaanse filosofie Ayn Rand, auteur van de bestseller De kracht van Atlantis (1957). De bemoeizuchtige verzorgingsstaat handelt pas immoreel als ze burgers verplicht offers te brengen. Het doet er voor Rand niet toe hoe nobel de achterliggende motieven zijn. Alleen de meest compromisloze variant van het kapitalisme eerbiedigt de vrijheid om zelf vorm te geven aan ons leven.
 
Mensbeeld
Wie vindt dat Rand een egoïstische mensvisie promoot, krijgt van haar helemaal gelijk. Alleen ziet zij egoïsme niet als iets laakbaars, maar juist als de leidraad voor ons handelen. ‘Ik zal nooit ter wille van iemand anders leven’, laat ze een personage in De kracht van Atlantis zeggen, ‘noch zal ik iemand anders vragen te leven in dienst van mijn bestaan.’ Die handschoen kunnen alleen wijzelf oppakken. Egoïsme is voor Rand rationeel egoïsme, wat in de buurt komt van zelfzorg. Hoe halen we het maximale uit het leven? Neem een voorbeeld aan ondernemers, is haar advies, die met hun nijverheid de wereld draaiende houden. Of op hun schouders nemen, om de Atlas-metafoor te gebruiken.
 
Maatschappijbeeld
Het angstvisioen van een samenleving vol hedonisten die enkel hun eigen lusten botvieren is misplaatst. Het werk van Rand is geen vrijbrief voor zulk gedrag. Zelden heeft iemand de rede zo op een voetstuk gezet als zij – de rede die ons het belang doet inzien van eerlijkheid, maar ook integriteit en trots. Stuk voor stuk kwaliteiten waar de samenleving van profiteert. Maar opgepast: als iemand deze maar matig of zelfs helemaal niet ontwikkelt, is dat zijn eigen verantwoordelijkheid. De overheid mag geen duwtje in de rug geven. Ze is een politieman die onze individuele vrijheden beschermt – meer niet.

#11: Economie laat zich niet ontwerpen op de tekentafel

Planning gaat ten koste van onze vrijheid.
Friedrich Hayek (1899-1992)


 
Wat is het?
Een lesje in nederigheid voor politici. De economie naar hun hand zetten gaat niet.

Wat doet het?
Aandacht vragen voor de maatschappelijke verbanden die spontaan tot stand komen.
 
Mag de overheid ingrijpen in de economie en vermeende tekortkomingen corrigeren? Niet doen, waarschuwt de Oostenrijkse filosoof Friedrich Hayek. Juist in goede bedoelingen opent zich ‘de weg naar slavernij’. Niet alleen getuigt het van hoogmoed, betoogt hij in zijn pamflet The Road to Serfdom (1944), om zoiets complex als de economie te willen regisseren. Veel zwaarwegender is dat een interveniërende overheid dwang inzet om haar doel te realiseren. Zo kan herverdeling van bezittingen misschien zorgen voor grotere inkomensgelijkheid. Alleen gaat deze bemoeienis ten koste van onze vrijheid. In het meest extreme geval ‘schept zij een mate van afhankelijkheid die nauwelijks van slavernij valt te onderscheiden’.
 
Mensbeeld
Hayek bepleit een robuust individualisme. Uitgangspunt van zijn antropologie: alleen wijzelf hebben toegang tot ons geestesleven en de ambities die daarin vervat liggen. Die plannen worden echter beïnvloed, gefrustreerd of wellicht zelfs regelrecht verhinderd zodra de herverdelende overheid zich bemoeit met de economie. Al was het maar omdat iemand zijn besteedbaar inkomen ziet slinken nadat het is afgeroomd. Economische planning, aldus Hayek, is per definitie een schending van de kernwaarde van beschaving: de menselijke autonomie.
 
Maatschappijbeeld
Anders dan veel mensen denken, gaat individualisme prima samen met een vitale samenleving. Hayek keert zich weliswaar tegen de verzorgingsstaat, die halverwege de twintigste eeuw wortel schoot. Maar dat betekent niet dat hij pleit voor onverschilligheid en asociaal gedrag. Zijn bezwaar tegen de meeste politici is dat ze doen alsof de maatschappij zich vanaf de tekentafel laat ontwerpen. Door dit vertrouwen in de maakbare samenleving hebben ze een blinde vlek voor de ontelbare sociale verbanden die ontstaan zonder enige overheidsbemoeienis. Mensen organiseren zich spontaan, niet alleen binnen de economie, maar in alle geledingen van de samenleving. Maximale vrijheid is de voedingsbodem waarop creativiteit en inventiviteit optimaal gedijen.

#10: Creatieve destructie

Kies voor innovatie, probeer de oude industrieën niet te redden.
Joseph Schumpeter (1883-1950)



Wat is het?
Een waarschuwing voor protectionisme. Zo belemmer je het proces van creatieve destructie.

Wat doet het?
Inzichtelijk maken dat nieuwe industrieën alleen kunnen ontstaan ten koste van oude. Vooruitgang doet nu eenmaal pijn.
 
Hoe verstandig is het om bedrijven of zelfs hele industrieën te redden als ze kopje-onder dreigen te gaan? Telkens weer blijkt de verleiding groot voor politici, maar zulke reddingsoperaties frustreren het proces van ‘creatieve destructie’, aldus de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter in Capitalism, Socialism and Democracy (1942). Daarom is terughoudendheid geboden. De grootste economische groei, is zijn these, komt tot stand dankzij innovatie en technologische ontwikkelingen. Zo maakte de MP3-speler de discman overbodig, die op zijn beurt de walkman tot een ouderwets ding had gedegradeerd. Inherent aan deze permanente vernieuwing is dat industrieën van gisteren afsterven.
 
Mensbeeld
Schumpeter rekent op de pioniers die met een geniale brainwave zowat de hele economie kunnen omwoelen. Zeg maar het type Steve Jobs, de Apple-oprichter die techneut en rebel tegelijk was. Bijna eigenhandig veranderde hij in grofweg tien jaar tijd de manier hoe we naar muziek luisteren (via de iPod en iTunes), telefoneren (door de iPhone) en tegen computers aankijken (dankzij de iPad). De zienswijze van Schumpeter heeft iets aristocratisch. Ondernemingszin is namelijk een schaarse eigenschap, waar slechts een enkeling in voldoende mate over beschikt. Overigens profiteert de gewone man weer van de nieuwe banen die ontstaan.
 
Maatschappijbeeld
Onrust in de samenleving is onvermijdelijk als ‘creatieve destructie’ zijn werk doet. Als de werkzaamheden van morgen die van vandaag verdringen, heeft dat ingrijpende gevolgen voor werknemers. Baanzekerheid bestaat niet in de maatschappijvisie van Schumpeter. Toch is behoudzucht geen productieve reactie op deze onzekerheid. Op dit punt klinkt de invloed door van bioloog Charles Darwin, die erop wees dat evolutie om voortdurende aanpassingen aan de omgeving vroeg. Vasthouden aan oude takken van industrie is uiteindelijk een doodlopende steeg. Op de lange termijn kan alleen innovatie zorgen voor een welvarende samenleving.

#09: Deficit spending

Geef geld uit in crisistijd.
John Maynard Keynes (1883-1946)


 
Wat is het?
Een rechtvaardiging voor anticyclisch begrotingsbeleid. Geef geld uit in crisistijd, maar haal de broekriem aan als de economie aantrekt.

Wat doet het?
Politici oproepen om grote uitgaven strategisch te plannen. Grote bouwprojecten houden de consumptie op peil.
 
Moeten politici het begrotingstekort laten oplopen als de economische groei uitblijft? Ter rechtvaardiging van zulke stimuleringsmaatregelen wordt vaak verwezen naar John Maynard Keynes. In An Open Letter to President Roosevelt (1933) pleit de Engelse econoom inderdaad voor deficit spending. Juist in crisistijd moet de overheid kwistig uitgeven, vooral aan openbare werken. Zo zorgde de aanleg van de Afsluitdijk in de jaren dertig voor werkgelegenheid en bleef de economische vraag (enigszins) op peil. Alleen is dit slechts de helft van het anticyclische beleid dat Keynes voorstond. Dat impliceert ook: de broekriem aanhalen als de economie weer aantrekt. Alleen lukt het politici zelden de vereiste discipline op te brengen.
 
Mensbeeld
We worden in belangrijke mate bepaald door onze ‘dierlijke geesten’ (animal spirits). Hiermee bedoelt Keynes dat emoties het doorgaans voor het zeggen hebben in plaats van het verstand. Veel economen verwijt hij dat ze de mens beschouwen als een soort wandelende rekenmachine. Alsof we voortdurend nuchtere kosten-batenanalyses maken en op basis daarvan de meest rationele beslissingen nemen. Als het zo zou gaan, aldus Keynes, zou het wellicht mogelijk zijn de vrije markt zijn gang te laten gaan. Maar in de praktijk ziet hij ons domme dingen doen die indruisen tegen het eigenbelang.
 
Maatschappijbeeld
De samenleving is maakbaar – voor een aanzienlijk deel tenminste. Met deze visie zet Keynes zich krachtig af tegen de klassieke economen, die vonden dat maatschappelijke krachten zo veel mogelijk op hun beloop moesten worden gelaten. Mits politici aan de juiste knoppen draaien, kunnen ze bepaalde processen wel degelijk bijsturen, zoals een oplopende werkloosheid. Ingrijpen dus in plaats van afwachtend aan de zijlijn blijven staan. Dit werd het credo voor de volgende generaties van beleidsmakers. Het wekt dan ook geen verbazing dat Keynes’ gedachtegoed heeft bijgedragen aan de totstandkoming van de verzorgingsstaat. 

#08: Geen kapitalisme zonder protestantisme

Veel geld willen verdienen staat niet gelijk aan plat materialisme.
Max Weber (1864-1920)


 
Wat is het?
Een correctie op het gangbare denkbeeld. Veel geld verdienen getuigt niet automatisch van materialisme.

Wat doet het?
Laten zien hoe kapitalisme en protestantisme elkaar aanwakkeren. Werken heeft een spirituele dimensie.
 
Waarom toch altijd zo negatief over veel geld verdienen en lange werkweken draaien? We kunnen dit streven niet zomaar wegzetten als een symptoom van plat materialisme, blijkt uit het werk van de Duitse socioloog Max Weber. Sterker: in De protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme (1904) maakt hij van hard werken, veel winst maken, maar zonder uiterlijk vertoon, een spirituele daad. Aan de wieg van het kapitalisme, is zijn stelling, staat namelijk het protestantisme. Uitgangspunt van deze geloofsrichting luidt volgens hem: ‘Het individu moet in principe in zijn beroep en in de positie waarin God hem heeft geplaatst volharden.’ Iemands beroep is dus tegelijk zijn roeping, en dat betekent: schouders eronder en ertegenaan!
 
Mensbeeld
Geen theoretische bespiegelingen over het wezen van de mens bij Weber. Net zoals we in zijn werk tevergeefs zoeken naar hooggestemde idealen waarnaar we dienen te streven. Het zou dan ook een vergissing zijn om te denken dat hij in zijn beroemdste studie pleit voor het protestantse arbeidsethos. Nee, hij wil weten wat er precies in het protestantisme zit waardoor aanhangers van deze geloofsstroming zo hard werken. Als socioloog ging het hem om de mens zoals die is – en natuurlijk om de invloeden die daar (mede)verantwoordelijk voor zijn.
 
Maatschappijbeeld
De samenleving was voor Weber in de eerste plaats de moderne samenleving. Hij leefde in een tijd van grote veranderingen. De economie werd steeds complexer, het ambtenarenapparaat steeds groter en de wetenschapsbeoefening steeds belangrijker. Over deze uiteenlopende ontwikkelingen heeft Weber geschreven. Hoewel, uiteenlopend? Hij omschrijft ze als facetten van hetzelfde fenomeen, namelijk de onttovering van de wereld. Kenmerkend aan de moderne tijd is namelijk dat de rede terreinwinst boekt ten koste van het geloof. Wat dus niet wil zeggen – zie zijn protestantismethese – dat hij geen oog heeft voor de invloed van religie.

#07: Onderbouw en bovenbouw

Ons bezit bepaalt wat we denken.
Karl Marx (1818-1883)



Wat is het?
Een oefening in argwaan. De vroomste idealen kunnen de meest platvloerse motieven maskeren.

Wat doet het?
Doorvragen naar de persoon achter die idealen. Iemands bezit bepaalt veelal wat hij denkt.
 
Wie zal pleiten voor maatregelen die zijn bezit ernstig aantasten? De babyboomer die vasthoudt aan zijn welvaart illustreert de theorie die de Duitse filosoof-econoom Karl Marx ontwikkelde in Zur Kritik der politischen Ökonomie (1859). Economie (de onderbouw in het marxistische jargon), stelt hij, gaat vooraf aan ideologie (de bovenbouw). Ofwel: wat iemand bezit, bepaalt in belangrijke mate welk standpunt hij verdedigt. Dit is goed merkbaar aan het taalgebruik wanneer riante financiële regelingen versoberd dreigen te worden. Dan heet het doorgaans dat we niet moeten tornen aan verworven rechten.
 
Mensbeeld
De mens is in de loop van de geschiedenis van zichzelf vervreemd geraakt. Het zou volgens Marx zijn misgegaan vanaf het moment dat we in loondienst zijn getreden. Grote waarde hecht hij aan werk; het is cruciaal om onszelf te verwezenlijken. Problematisch is echter als de producten die voortkomen uit iemands werkzaamheden aan anderen toekomen – in de negentiende eeuw: aan de fabriekseigenaren. Wel krijgen de arbeiders elke maand hun loon uitgekeerd, maar of dit voldoening schenkt? Marx betwijfelt het: ‘De arbeid is daarom niet de bevrediging van een behoefte, maar slechts een middel om behoeften buiten de arbeid te bevredigen.’ 
 
Maatschappijbeeld
In de theorie van Marx wordt het aanzien van de samenleving bepaald door de historische fase waarin we zitten. Maatschappelijke verschillen verdampen in de communistische heilstaat, maar zolang die nog niet is gerealiseerd, staan er twee blokken tegenover elkaar: de arbeidende versus de bezittende klasse. Waar de eerste gebaat is bij verandering, wil de laatste de gevestigde orde (zo veel mogelijk) in stand houden. Logisch dus dat de bezittende klasse juist die ideeën aanhangt die haar status bevestigen. Dat lukt in de optiek van Marx, totdat de omstandigheden zo erbarmelijk zijn – Verelendung – dat de revolutie onvermijdelijk is.

#06: Mild kapitalisme

Wees geen slaaf van het verlangen naar economische groei.
John Stuart Mill (1806-1873)


 
Wat is het?
Een verklaring voor de telkens oplaaiende volkswoede om bankiersbonussen.

Wat doet het?
Pleiten voor een kapitalisme dat uitgaat van loon naar werken. Wie faalt, heeft geen bonus verdiend.
 
Waarom wekken de bankiersbonussen keer op keer de volkswoede op? Anders dan vaak wordt betoogd, zijn ze geen uitwas van het kapitalisme, maar juist in flagrante tegenspraak met het kapitalisme, zoals de Engelse filosoof-econoom John Stuart Mill dat definieert in Principles of Political Economy (1848). Het is niet eens de hoogte van de bonussen die het bloed doet koken. Veel provocerender is dat ze hoe dan ook wel worden uitgekeerd, dus ook bij wanbeleid. Dit is een regelrechte aanslag op het kapitalistische ideaal. Iemands beloning, aldus Mill, behoort immers ‘de vrucht van zijn arbeid’ te zijn. Bovendien: wanneer is het genoeg? Mill schreef over wat later een ‘stationaire economie’ wordt genoemd: een economie zonder de noodzaak te groeien.
 
Mensbeeld 
Of het nu gaat over economie, slavernij of vrouwenrechten, in de kern houdt Mill elke keer hetzelfde betoog. De menselijke autonomie hoort voorop te staan. In alle opzichten zijn wij de baas over onszelf – dus óók als we domme dingen doen met onze vrijheid. Daar staat tegenover dat de non-conformisten zo alle ruimte krijgen om zich te ontplooien. Mill heeft zijn hoop gevestigd op de vrije geesten die grootse dingen verrichten. Die moet je niet ketenen met conventies en regeltjes.
 
Maatschappijbeeld
Mill is een aristocratisch liberaal. Hij wil individuele vrijheid verbinden met geestelijke ontplooiing – bij menselijke autonomie horen hoge geestelijke waarden. Dat betekent ook dat we geen slaaf moeten zijn van economische groei. In 1848 stelt Mill overigens al dat die groei sowieso niet eindeloos kan zijn. Er komt een tijd van een ‘stationaire staat’, waarin bevolking noch economie groeit. Erg is dat niet – volgens Mill is er juist in zo’n staat alle ruimte voor sociale en morele vooruitgang. In zijn woorden: 'de ruimte om de kunst om te leven te veredelen.'

#05: Sociale mobiliteit

Alleen door hard te werken klim je op de maatschappelijke ladder.
Alexis de Tocqueville (1805-1859)



Wat is het?
Een verklaring voor de rat race die veel mensen ervaren. In een democratie heeft niemand privileges.

Wat doet het?
Mensen aansporen om hard te werken. Alleen zo klim je op de maatschappelijke ladder.
 
Veelvuldig klinkt de klacht dat de hedendaagse maatschappij een ratrace is, maar hoe legitiem is dit verwijt? Het klopt dat flink buffelen de enige manier is om de maatschappelijke ladder te beklimmen, noteert de Franse politiek denker Alexis de Tocqueville in Over de democratie in Amerika (1835-1840). Maar dat is nu eenmaal inherent aan onze zo gekoesterde democratie. Voorheen stond al (min of meer) vast wat je positie was – een boer klom nooit op tot de adelstand –, maar dat veranderde toen gelijkheid het uitgangspunt werd. Afkomst was niet langer doorslaggevend, maar talent en – jawel – hard werken. Meer dan enige andere maatschappijvorm hangt rond de democratie de geur van zweet.
 
Mensbeeld
Voor Tocqueville is er geen sprake van dé mens. Ons gedrag is voor een behoorlijk deel afhankelijk van onze omgeving. Preciezer: van het politieke systeem in een land. Tocquevilles geboorteland Frankrijk was hiërarchisch ingericht en de adel had het sinds jaar en dag voor het zeggen. In zo’n omgeving is berusting een belangrijke deugd, want voor het gros van de mensen heeft het nauwelijks zin om onstuimige ambities te koesteren. Als die rigide structuren wegvallen, zoals in de Verenigde Staten aan het einde van de acttiende eeuw, is die ruimte er wel. Tijdens zijn reis door deze prille democratie zag Tocqueville dat mensen ernaar streefden hun (economische) positie te verbeteren en opkwamen voor hun eigenbelang.
 
Maatschappijbeeld
Democratie is veel meer dan eens in de paar jaar naar de stembus gaan. In zijn reisverslag, een baksteen van bijna duizend bladzijden, laat Tocqueville zien hoe deze staatsvorm de samenleving tot in haar vezels beïnvloedt. Het taalgebruik van politici in het parlement, de relatie tussen een meester en zijn bedienden, de manier waarop monumenten zijn vormgegeven. Álles krijgt een ander aanzien in een democratische maatschappij. 

#04: Onzichtbare hand

Zonder dat we het in de gaten hebben leidt egoïsme tot een betere samenleving.
Adam Smith (1723-1790)



Wat is het?
Consumenten die hun eigenbelang nastreven, dienen het algemeen belang.

Wat doet het?
De onzichtbare hand die werkzaam is zichtbaar maken. Die zorgt voor de beste producten tegen de beste prijs.
 
Is hebzucht goed? Daar komt het in de kern wel op neer. Om deze contra-intuïtieve uitspraak te doorgronden hebben we de ‘onzichtbare hand’ van de Schotse filosoof Adam Smith nodig. In The Wealth of Nations (1776), het oerboek van de economische wetenschap, relativeert hij het belang van nobele motieven bij een transactie. ‘Wij verwachten ons avondeten niet op grond van de welwillendheid van de slager, de brouwer en de bakker, maar op grond van hun zorg om hun eigenbelang.’ Zodra de slager, brouwer en bakker broddelwerk afleveren, gaan we naar de concurrent. Egoïsme van consumenten blijkt, via een ‘onzichtbare hand’, bevorderlijk voor het algemeen belang.
 
Mensbeeld
Het inzicht van Smith was revolutionair. Want hoewel hij geen atheïst was – soms lijkt hij in de ‘onzichtbare hand’ een plan te zien dat alleen God kent –, week hij sterk af van de gangbare moraal. De kerk vond hebzucht namelijk afkeurenswaardig. Ze gold zelfs als een van de zeven hoofdzonden. Smith hanteert een realistischer mensbeeld. In The Wealth of Nations wil hij eerder beschrijven dan voorschrijven. Daardoor kon hij laten zien dat de mens hebzucht – en andere vormen van egoïsme – niet categorisch hoefde af te wijzen. Eraan toegeven was (in de meeste gevallen) zelfs heilzaam.
 
Maatschappijbeeld
Begeerte zag Smith als een aanjager van maatschappelijke vooruitgang. Economische activiteiten raken afgestemd op de behoeftes van consumenten. Meer diensten en producten leiden niet alleen tot welvaartsgroei, maar ook tot een stijging van het beschavingspeil. Mensen komen pas toe aan kunst en wetenschap als in hun primaire levensbehoeften is voorzien. Bovendien dwingt de ‘onzichtbare hand’ een reeks deugden af die bijdragen aan een leefbare maatschappij, zoals betrouwbaarheid, ijver en vriendelijkheid. Als de slager, bierbrouwer en bakker hiervan blijk geven, betaalt zich dat uit in een hogere omzet.

#03: Gedeeld belang

Geen zelfverrijking, maar publieke verantwoordelijkheid.
Jean-Jacques Rousseau (1712-1778)



Wat is het?
Een waarschuwing voor excessieve zelfverrijking. Die ontwricht de samenleving.

Wat doet het?
Ons opvoeden tot burgers. Die vragen zich af: hoe handel ik in de ogen van anderen?
 
Is het toevallig dat superzakenbank Goldman Sachs zijn cliënten intern aanduidt als muppets? In elk geval had de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau zich er niet over verbaasd. In zijn Discours sur l’origine et les fondements de l’inégalité parmi les hommes (1755) waarschuwt hij voor een economie die ‘het geld snel doet circuleren’. Het zou volgens hem leiden tot een erosie van de moraal en het publieke belang. Het staat vast dat Goldman Sachs het rondpompen van geld als geen ander beheerst. Binnenskamers luidde de officieuze strategie daartoe heel cynisch: neem het meest ingewikkelde financiële product en verkoop het aan de grootste domoren in het klantenbestand.
 
Mensbeeld
Rousseau heeft een optimistisch mensbeeld – de mens is van nature goed en vrij –, maar zijn natuurlijke neiging tot zelfbehoud (amour de soi) kan een maatschappij corrumperen. Een samenleving kan uiteenvallen in kliekjes en belangengroepjes, die het eigenbelang boven het algemene belang stellen (denk aan Goldman Sachs). Om dit apenrotsgedrag te civiliseren moet de mens burger worden – het apenrotsgedrag inruilen voor publieke verantwoordelijkheid, en zorg dragen voor anderen (amour-propre). De natuurmens denkt aan overleven, maar de burger geeft veel om wat anderen van hem denken.
 
Maatschappijbeeld
Volgens Rousseau is de liberale staat met een dominante vrije markt – zoals die zich in zijn tijd ontwikkelde, en die werd verdedigd door John Locke – niets anders dan de natuurtoestand voortgezet met andere middelen. Nog steeds geldt het recht van de sterkste, maar dan nog eens geïnstitutionaliseerd ook. Dat het als beschaafd wordt beschouwd dat sommigen veel bezit hebben en anderen bijna niets, is een ‘list van de rijken’. Een rechtvaardige en vrije samenleving veronderstelt een gedeelde lotsbestemming en een politieke koers die berust op algemene instemming. In hoeverre dat in grote samenlevingen met verschillende belangen moet worden gerealiseerd is onduidelijk. Rousseau zelf prees de republiek Genève.

#02: Vrede door handel

Zakendoen heeft een verzoenend effect.
Voltaire (1695-1778)


 
Wat is het?
Een aanbeveling om de internationale handel te koesteren. Deze blijkt bevorderlijk voor de vrede.

Wat doet het?
Erop wijzen dat handelspartners geen oorlog met elkaar voeren. Onderlinge verschillen schuiven ze even terzijde.
 
In hoeverre krijgt de internationale handel het krediet dat ze verdient? Het is wellicht verrassend, maar de Franse verlichtingsdenker Voltaire benadrukt in zijn Lettres philosophiques (1734) dat zakendoen een verzoenende uitwerking heeft. Hij leefde net na de godsdienstoorlogen die Europa hadden verscheurd. Maar welk wonder voltrok zich op de Londense beurs? ‘Daar handelen de Jood, mohammedaan en christen met elkaar alsof ze van dezelfde godsdienst waren.’ Ook de EU wortelt in dit beginsel. Haar oprichting was geen gevolg van weidse vergezichten en visoenen over vergaande integratie. Een handelsunie was het doel, meer niet, want landen die zakendoen slaan elkaar de hersens niet in.
 
Mensbeeld
Het best kun je mensen met een flinke dosis pragmatisme benaderen. Hoewel Voltaire zo ongeveer bekendstaat als de verpersoonlijking van de Verlichting, is deze reputatie maar ten dele terecht. Idealen kunnen op papier prachtig zijn, maar probeer ze maar eens in praktijk te brengen. Zo ook als het gaat om het totstandbrengen van vrede. Natuurlijk helpt het als mensen rechten krijgen die hen beschermen tegen machthebbers, en daar kwam Voltaire dan ook voor op. Maar waarom niet óók aansluiting zoeken bij het sociale verkeer dat toch al plaatsvindt als zakenlieden handel met elkaar drijven?
 
Maatschappijbeeld
Ook naar de samenleving keek Voltaire met een pragmatischer bril dan we op het eerste gezicht zouden verwachten. Weliswaar zette hij met zijn tolerantiedefinitie – vermoedelijk de beroemdste uit de geschiedenis – al te opdringerige geestelijken de voet dwars. Afwijkende godsbeelden hadden ze maar te accepteren. Toch hing hij niet het atheïsme aan dat vaak wordt geassocieerd met de Verlichting. Goddeloosheid zou de maatschappij volgens hem niet overleven. Een hemel en hel zouden nodig zijn om de deugd af te dwingen. En zo was Voltaire, uit vrees voor anarchie, opnieuw eerder pragmatisch dan principieel.

#01: Eigendomsrecht

Eigendom beschermen is de primaire taak van de overheid.
John Locke (1632-1704)



Wat is het?

Een pleidooi voor bezit. Dit is de hoeksteen van de samenleving.

Wat doet het?
Hebzucht, graaigedrag en kleptomanie in de kiem smoren. Van andermans spullen blijf je af.

In hoeverre kunnen we gedwongen worden om een deel van onze inkomsten af te staan? In beginsel zijn inkomstenbelastingen niet te rechtvaardigen. Ze zijn een schending van het eigendomsrecht zoals de Engelse filosoof John Locke dat definieerde. De natuurwet, stelt hij in Two Treatises of Government (1689), leert ‘dat niemand de ander mag schaden in leven, gezondheid, vrijheid en bezit’. Ons bezit verdienen we door ervoor te werken. In de tijd van Locke kwam dit neer op het land bebouwen, terwijl tegenwoordig de meeste mensen in loondienst zijn. Maar het principe blijft hetzelfde, namelijk dat we de zeggenschap hebben over de opbrengst van onze werkzaamheden.

Mensbeeld
Locke maakt een onderscheid tussen mensen die werken en degenen die dat niet doen. Als voorbeeld van de laatste groep haalt hij de indianen aan. Maakten de kolonisten zich schuldig aan landonteigening toen ze in de zeventiende eeuw de oorspronkelijke bewoners van Amerika verdreven? Volgens Locke niet. Het cruciale verschil was namelijk dat de kolonisten het land gingen bewerken. Vlijt is niet zomaar een deugd, maar kleurt het complete mensbeeld van Locke. Arbeid verrichten is namelijk dé manier om onszelf iets toe te eigenen – of dat nu een lapje grond is of een som geld op ons loonstrookje.

Maatschappijbeeld
Het eigendomsrecht stamt uit de tijd dat de samenleving nog niet bestond. Weliswaar waren er nog geen wetten, aldus Locke, maar het natuurrecht was al wel van kracht. Dat ‘is gericht op de vrede en het behoud van de hele mensheid’. Een sleutelrol in het veiligstellen van de openbare orde speelt het eigendomsrecht. Het legt namelijk hebzucht, graaigedrag en kleptomanie aan banden. Als iets aan iemand toebehoort, kunnen anderen daar geen aanspraak meer op maken. Niet op rechtmatige wijze althans. Daarom acht Locke het de primaire taak van de overheid om het eigendom van burgers te beschermen.

(c) 2015-2016 Vinisva / Hans Geurts
Voor alle teksten op deze website en alle aangeboden downloads geldt het volgende:
Alle rechten zijn voorbehouden en gedeponeerd. De inhoud mag zonder voorafgaande toestemming van de schrijver NIET worden gekopieerd of gebruikt.